Windenergie in de Wieringermeerpolder

Projectgegevens

Naam Windpark Wieringermeer
Adres Wieringermeerpolder
Capaciteit 300 MW
Opbrengst 750 miljoen kWh
Turbines 99
Gerealiseerd In aanbouw
Bedrijf Windkracht Wieringermeer (WCW, Vattenfall en ECN)
Eigenaren Vattenfall
Structuurvisie Oranjewoud, nu Antea Group
Beeldkwaliteitplan H+N+S Landschapsarchitecten
Dubbel gebruik Ja

Bevindingen

De herstructurering en opschaling van de bestaande windturbines heeft – ondanks de ingrijpende aard – tot een verbetering van de beeldkwaliteit geleid, gelet op het schaalniveau van de hele gemeente, omdat:

  • De lijnopstellingen zijn gerealiseerd op basis van de structuur van de het polderlandschap
  • Het geheel een nieuw ontworpen laag toevoegt aan het bestaande cultuurlandschap
  • In het ontwerp rekening is gehouden met het perspectief op ooghoogte
Windkracht Wieringermeer

In de Wieringermeerpolder wordt al sinds de jaren ‘70 elektriciteit opgewekt uit windenergie. Sindsdien is het aantal windturbines uitgegroeid tot een totaal van 93, onderverdeeld in 5 lijnopstellingen en 35 solitaire turbines. Omstreeks 2006 ontstond bij de toenmalige gemeente Wieringermeer en de provincie de wens voor ruimtelijke samenhang. Dit kwam voort uit het besef dat het toenmalige beleid met toetsing op individuele aanvragen niet geschikt was voor de gewenste opschaling van individuele initiatiefnemers. In de aantocht naar een nieuw windbeleid verenigden turbine-eigenaren zich in Windkracht Wieringermeer; een samenwerkingsverband tussen Windcollectief Wieringermeer (WCW) – waarin 34 eigenaren van solitaire windturbines zijn verenigd – en Vattenfall en ECN Wind Energy Facilities B.V.

Proces

“Het initiatief voor het windpark ontstond al in 2009”, vertelt Pieter Schengenga, directeur en tuin- en landschapsarchitect bij H+N+S Landschapsarchitecten. “Eerst is de structuurvisie gemaakt waarin de grote lijn is geschetst”. Deze werd vastgesteld in 2011 en betrof de herstructurering, vervanging en opschaling van bestaande turbines, en de uitbreiding van het ECN windturbinetestpark. “Daarna werd een convenant getekend tussen de initiatiefnemers, Windkracht Wieringermeer, gemeente Hollands Kroon, provincie Noord-Holland, het Ministerie van EZ en het Ministerie van IenM; de Green Deal (2012). Op basis hiervan is het plan verder ontwikkeld en daaruit is ook de opdracht voor het opstellen van een beeldkwaliteitplan (BKP) voortgekomen”, aldus Schengenga, onder wiens leiding het BKP tot stand is gekomen. “Bij het opstellen van het BKP zijn de ambities van de structuurvisie behouden en is het geheel ontworpen als een nieuwe laag die aan het bestaande cultuurlandschap wordt toegevoegd. Het document zou als kader dienen bij de beoordeling van de plannen door het kwaliteitsteam, dat daarbij de rol van de welstand zou overnemen.”

Om het windpark planologisch mogelijk te maken is er, onder meer vanwege de omvang van het project, een rijksinpassingsplan opgesteld, waarover het ruimtelijk besluit werd genomen door de minister van EZ en IenM. “Het project viel onder de rijkscoördinatieregeling (RCR), wat – naast de opstelling van het rijksinpassingsplan – inhoudt dat het Rijk de voor het project benodigde besluiten coördineert ”, aldus Schengenga. Onder de RCR blijven alle overheden verantwoordelijk voor hun eigen besluit, maar het Rijk bepaalt binnen welke termijn vergunningen afgegeven moeten worden en zorgt dat alle besluiten inhoudelijk op elkaar afgestemd zijn.

Succesfactoren

Schengenga: “Het proces van het opstellen van het BKP liep gelijktijdig met de ontwikkeling van de plannen door de initiatiefnemers. Door contact te onderhouden met de eigenaren en door zicht te houden op de praktische kant van de zaak, konden we rekening houden met de praktische uitvoerbaarheid van de regels die we in het BKP opstelden.” Als voorbeeld hiervan noemt hij de regels voor de uiterlijke kenmerken van de windmolens. “Als je te ver gaat in het voorschrijven van wat voor turbines je wilt, dan ontneem je initiatiefnemers de mogelijkheid om naar verschillende leveranciers te gaan en te onderhandelen.” Wanneer het type wordt gespecificeerd kunnen de prijzen enorm opgedreven worden en daarom is dit in het BKP niet gedaan. Wel zijn er kaders opgesteld met betrekking tot onder andere kleur, het aantal wieken en de draairichting. Daarnaast is er veel energie gestoken in het realiseren van heldere opstellingen van turbines, die in rechte lijnen staan en op regelmatige afstand tot elkaar geplaatst worden. Derck Truijens, destijds namens Coöperatie Windunie bij het project betrokken als adviseur voor het Windcollectief Wieringermeer, bevestigt het belang van een BKP waarin rekening gehouden wordt met de praktische uitvoerbaarheid voor particulieren. Het is hierdoor “een werkbaar plan” geworden, aldus Truijens.

Truijens vertelt dat de gemeente echt haar rol heeft gepakt in het project. In opdracht van de gemeente is een structuurvisie opgesteld, wat “een goede kapstok” is geweest, aldus Truijens. Hierin is de basis voor het ruimtelijk ontwerp voor opschaling en herstructurering van bestaande windturbines vastgelegd, het zogenaamde Boogspantmodel, dat ruimtelijk is verbeeld in een structuurvisiekaart. Het document werd toegepast als ruimtelijke onderbouwing bij besluitvorming over medewerking dan wel afwijzing van aanvragen.

Naar mening van Truijens is het goed geweest dat in het convenant het opstellen van een BKP verplicht werd gesteld, dat naar zijn weten doorgaans geen gegeven is. “Het project Windpark Wieringermeer laat zien hoe je van een gebiedsgerichte opgave, met een structuurvisie in zones, via de Milieueffectenrapportage (m.e.r.) en het BKP, de turbines kunt laten landen op de daadwerkelijke locaties.”

Struikelblokken

Eén van de struikelblokken van dit project betreft het creëren van draagvlak, waarbij participatie een belangrijke rol speelt. “Bij Windpark Wieringermeer is de betrokkenheid van burgers geregeld via inspraak, maar ook via een poldermolen – een turbine van en voor burgers – en het fonds dat projecten subsidieert. De poldermolen is vooralsnog niet tot stand gekomen”, vertelt Truijens. Schengenga legt uit dat destijds, rond 2009, het idee van een poldermolen nog tamelijk revolutionair was. “Bij toekomstige projecten ligt de lat voor het laten mee profiteren van de omgeving veel hoger. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat bij opwekking van duurzame energie op land (zonneparken en windmolens) burgers voor minstens de helft mee moeten kunnen profiteren. Bijvoorbeeld doordat zij mede-eigenaar worden of doordat een deel van de winst wordt geïnvesteerd in buurtprojecten”, aldus Schengenga. Truijens: “Als je het proces opnieuw zou beginnen, zou je denk ik als provincie en gemeente zeggen dat er meer gezamenlijkheid moet zijn tussen burgers en grondeigenaren in de ontwikkeling van het windpark; meer mogelijkheid voor burgers om eigenaar te worden van het hele park, niet alleen in één turbine.”

Tips

Zorg er als gemeente voor dat je de regie houdt, vertelt Truijens. “Als vanuit het Rijk wordt bepaald dat er iets op een bepaalde plek moet komen, kan de gemeente het zich niet veroorloven zich als tegenstander op te stellen.” Daardoor ontloop je de kans invloed uit te oefenen en voorwaarden te stellen waaronder het plan uitgevoerd gaat worden. Schengenga: “Doe als overheid in een vroeg stadium in het planproces mee bij ontwikkelingen die zo’n grote impact hebben. Maar beperk je dan niet tot de windturbines alleen, en betrek alle ruimtelijke ontwikkelingen in een gebied bij de discussie.”

Bij het Windpark Wieringermeer zijn veel verschillende partijen betrokken, met verschillende prioriteiten. Dit vergt consistentie van de overheid, wat kan worden bereikt door het verankeren van de ambities in documenten, zoals een beeldkwaliteitplan of een structuurvisie. Leg daarbij vooraf vast wat ruimtelijke kwaliteit inhoudt en hoe meekoppelkansen, in dit geval op het gebied van recreatie en ecologie, uitgevoerd moeten worden. Houd daarbij zicht op de praktische uitvoerbaarheid ervan. “Het combineren van een windpark met een recreatieve functie is een mooi idee, maar met name op het gebied van veiligheid kan dit conflicteren met de praktische haalbaarheid”, aldus Truijens. Schengenga: “Het beeldkwaliteitplan bevat interessante voorstellen voor nieuwe recreatiepaden en ecologische banen door het polderland. Bij de realisatie heeft dat aspect tot nu toe weinig aandacht gekregen. Er ligt een kans om hier nog eens naar te kijken als de uitvoering helemaal voltooid is.”

(Tekst: Aniek de Jong | Beeld: Daniel Nicolas)