Wijkpark de Vlaskamp

Projectgegevens

Naam Wijkpark de Vlaskamp
Adres ter hoogte van Kadijk, Heemskerk
Status archeologisch monument
Oppervlakte 50.000 m2
Gerealiseerd in twee fases 2006 en 2010
Landschapsarchitect Marieke Adrichem

Verleden en heden in de Broekpolder

Aan het begin van de eeuwwisseling werd door de gemeenten Heemskerk en Beverwijk de Broekpolder aangewezen als plangebied voor een VINEX-wijk met rond de 3.500 woningen. In de startfase van de wijkontwikkeling kwam al snel naar voren dat het gebied een rijke cultuurhistorie kent met een schat aan archeologische informatie in de ondergrond. Op basis van deze kennis is door het voormalige Amsterdams Archeologisch Centrum (AAC) archeologisch onderzoek uitgevoerd. De uitkomsten van dit onderzoek vormde de basis voor de invulling van het wijkpark de Vlaskamp, wat de huidige bewoners in contact brengt met de bewoners van het verleden.

Toen

De Broekpolder kent een lange bewoningsgeschiedenis. De eerste aanwijzingen van bewoning stammen al uit de Bronstijd en zijn gedateerd rond 1700 voor onze jaartelling. Uit archeologisch onderzoek blijkt dat deze bewoning zich heeft voortgezet vanaf de IJzertijd tot in de Middeleeuwen. Samen geven deze archeologische vondsten ons een interessant inkijkje in hoe men vroeger leefde, werkte en woonde in de Broekpolder.

Daarnaast zijn er ook bijzondere vondsten aan het licht gekomen tijdens het archeologisch onderzoek. Veruit de opvallendste vondst is de offerplaats die is gedateerd tussen de 6de en 7de eeuw. Daarnaast is in de polder een grote hoeveelheid vlas aangetroffen dat waarschijnlijk is gebruikt voor het maken van touw. In de Broekpolder is zelfs het oudste stukje vlas van Nederland gevonden. Het is tevens de reden dat het park de naam ‘Vlaskamp’ draagt.

Projectproces

Nadat het archeologisch onderzoek was afgerond, werd besloten om vijf hectare van de Broekpolder aan te wijzen als archeologisch monument. Een archeologisch monument brengt echter beperkingen met zich mee voor de inrichting van een gebied. Zo mag er niet dieper gegraven worden dan de bouwvoor. Deze uitdaging werd ook ondervonden door de architect van het wijkpark de Vlaskamp, Marieke Adrichem. “In mijn groenplan stond [het monument] als een groot parkgebied; in eerste instantie als een groot grasveld […]. Want dat was het idee: er mag niks.” Het was echter dankzij dit ondergrondse erfgoed dat Marieke Adrichem een eigenzinnige draai wist te geven aan het wijkpark.

“Ik heb uiteindelijk gezocht naar die historie, het verhaal van de mensen.” En het was tijdens haar werkbezoek aan het AAC dat deze verhalen zich openbaarden aan Marieke. Daarbij kwam naar voren dat hier in het verleden een kwelderwal heeft gelegen, wat gunstig was voor mensen om zich op te vestigen. Dat prikkelde Marieke. “Als ik hier iets ga ophogen, dan kan ik misschien wel bomen planten.” Dit gaf de mogelijkheid tot de vormgeving van het wijkpark en tegelijkertijd het beschermen van het archeologisch monument.

Om die historische connectie sterker naar voren te laten komen, zijn twee betonnen ‘heuvels’ geplaatst in het park in de buurt van waar de oude offerplaats is opgegraven. Deze heuvels vertellen met kleuren over het archeologisch onderzoek en de geschiedenis van het wijkpark. Verder is er door Maurer United Architects een ‘skatekreek’ geplaatst die eveneens verwijst naar het verleden. Het is een verbeelding van een gevonden fundament in de Broekpolder. Daarnaast is in het cement plastic speelgoed meegegoten om archeologen van de toekomst voor een raadsel te stellen.

Succesfactoren

Een van de succesfactoren van het project was dat Marieke met haar bureau indertijd: “gedurende lange tijd bij de hele ontwikkeling van de Broekpolder betrokken is geweest.” Daarnaast hebben ook andere betrokkenen zich voor een langdurige periode ingezet voor het project. “We hadden een team van mensen die voor lange tijd bij de ontwikkeling van de Broekpolder betrokken waren […].” Dat is belangrijk, want: “de ontwikkelingen van een park en groen hebben een langere tijd nodig.” Een vast team hebben, helpt in dat geval om een eenduidige visie tot stand te brengen.

Daarnaast was deze manier van archeologie betrekken in de publieke ruimte nieuw voor die tijd. Dit maakte dat veel betrokkenen, zoals de gemeenten, provincie en het AAC, enthousiast waren over het project. “Door dit verhaal begon het park meer te leven bij mensen […],” zo vertelt Marieke. Wat voorheen als een obstakel werd gezien, maakte nu ruimte voor mogelijkheden. “Als je iets meeneemt uit het verleden, dan neem je ook iets van die energie mee naar nu […]. Als je bewust met je ruimte omgaat, en bewust met je geschiedenis omgaat, [is dat goed] voor ons allemaal.” Bovendien: “door het verhaal van het park kwam er geld beschikbaar.”

Maar het grootste succes is toch wel dat het park direct omarmd werd door de bewoners van de Broekpolder. Een park is immers pas geslaagd wanneer het ook daadwerkelijk gebruikt wordt. Vandaag de dag wordt het park niet alleen gebruikt om doorheen te fietsen, wandelen of spelen. Maar ook scholen gebruiken de ruimte voor verschillende activiteiten en evenementen.

Struikelblokken

Het grootste struikelblok was de monumentale status van het plangebied. Omdat de archeologische waarden beschermd moesten worden, mocht in de ondergrond niet gegraven worden. Zo benadrukt Marieke nog eens: “Niets mocht die ondergrond in.” Het was zelfs niet toegestaan om speelvoorzieningen te plaatsen in het park. Het plaatsen van de wal leverde een antwoord op, maar het moest eerst duidelijk worden of dat überhaupt mogelijk was. “Dat mocht niet zomaar, omdat je die ondergrond moest beschermen.”

Om te achterhalen of het monument niet zou worden verstoord, is geotechnisch onderzoek uitgevoerd. Hieruit werd de locatie van de nieuwe wal vastgesteld. “En toen had ik opeens plek om bomen te planten.” Om het archeologisch monument verder te beschermen, is over het hele plangebied een zeil van wit folie neergelegd ter afbakening. Hier bovenop is 30 centimeter grond gelegd. Zo is het bij toekomstige werkzaamheden duidelijk dat zich een archeologisch monument in de ondergrond bevindt.

Tips

Volgens Marieke Adrichem is een “belangrijke voorwaarde dat je contact zoekt met diegenen die ook de opgravingen hebben gedaan. Die jou mee kunnen helpen om het verhaal van het verleden boven tafel te krijgen […], want met dat verhaal krijg je mensen mee.” Daarnaast is dit ook belangrijk om: “begrip [te] krijgen van hoe het landschap vroeger werd gebruikt door de mensen die er woonden.” Het zorgt voor een duidelijk beeld van het verhaal zodat je dit ook helder kunt vertalen naar de omgeving.

(Tekst: Luuk Rietveld | Beeld André Russcher)