Erfgoedteam: Schone schijn

Op 10 februari 2022 organiseerde het Erfgoedteam de bijeenkomst over de risico’s van esthetische ingrepen aan gevels. Twee experts vertelden over de eigen werkpraktijk en de situaties die zij aantreffen. Onder de grote groep aanwezigen bevonden zich niet alleen erfgoedambtenaren, maar ook medewerkers van de afdelingen vastgoed, vergunningen, bouwtoezicht en inspectie. Lees hier het verslag en/of bekijk de video’s mét tijdcodes.

  1. Schone Schijn met Marjorie Verhoek
  2. Schone Schijn met Kees Doornenbal
  3. Schone Schijn met Karin van der Lem
Voegwerk, gevelreiniging en natuursteen

Restauratiearchitect Kees Doornenbal (Rappange & partners) zette uiteen dat er vroeger andere standaarden golden wat betreft het onderhoud aan gevels. Tegenwoordig gaan we zo veel mogelijk uit van behoud van oorspronkelijk metselwerk en voegwerk en zien we de door tijd ontstane verouderingen van de gevels als een belangrijke (letterlijke) tijdslaag die onderdeel uitmaakt van het monument.

Mogelijke schades die kunnen ontstaan in de gevel zijn beschadigingen aan het metselwerk door het uitzetten van ijzeren onderdelen, scheuren, ernstige vervuiling, vorstschade – doordat er vocht in muren zit, bijvoorbeeld door te grondig gereinigde gevels, of voegwerk dat vervangen moet worden – dit kan komen door verwering, maar ook doordat nieuw(er) voegwerk verkeerd is aangebracht. De vuistregel is dat pas bij meer dan 50% schade aan het voegwerk overgegaan moet worden tot het vervangen van alle voegen.

Nieuwe voegen

Eigenaren willen vaak een nieuw ogende gevel: ‘alles spic en span’. Een nieuwe voeg vraagt echter om veel aandacht, want voegwerkherstel is niet per definitie beter voor het monument. Nieuwe voegen zijn veel kwetsbaarder dan de oude, de samenstelling is altijd afgestemd op de baksteen en het type voeg op de architectuur én het is moeilijk om de juiste kleur nieuw voegsel te vinden. Daarnaast gaat het vaak mis bij het verwijderen van de oude voeg. Als die te ondiep wordt weggehakt zal de nieuwe voeg zich niet goed kunnen hechten. Daarnaast kunnen de stenen beschadigd worden bij het weghakken of -zagen. Om zeker te weten dat je met een kundig uitvoerder te maken hebt kun je het best eerst een monster vragen en een proefvlak laten maken voordat de gehele gevel wordt uitgevoerd.

Zandstralen gevel

Het zandstralen van de gevel wordt tegenwoordig bijna altijd afgeraden, omdat dit de toplaag van de stenen weggeschuurd. Daardoor is de gevel veel kwetsbaarder en kan deze vocht gaan opnemen, wat vervolgens tot vorstschade kan leiden. Zoiets kan in sommige gevallen achteraf voorkomen worden door het aanbrengen van speciale lijnolie, maar inmiddels wordt vooraf al kritischer naar de opgave gekeken. Tegenwoordig wordt daarom vaker gekozen voor het warm wassen van gevels. Ook zijn er andere methoden beschikbaar – schilderlagen kunnen bijvoorbeeld voorzichtig verwijderd worden met chemische producten.

Natuursteen

Hardsteen is helaas niet altijd te reinigen. Dat is de werkelijkheid die eigenaren moeten accepteren. Met zandsteen is het zelfs nog lastiger vanwege de zachtheid en het daarbij horende verweringsproces van natuursteen dat niet te stoppen is. Vervangen is (vaak) mogelijk, maar het behoud van oorspronkelijke materiaal staat nog altijd voorop. En een natuursteen kan ook behandeld worden: Travertin kan bijvoorbeeld geïmpregneerd worden om de tand des tijds beter te doorstaan.

Brochures Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed ontwikkelde de afgelopen decennia verschillende brochures over natuursteen, metsel- en voegwerk en gevelreiniging. Naar verwachting worden er dit jaar nog nieuwe versies uitgebracht, waarin de nieuwste uitgangspunten en technieken worden behandeld. Houdt daarom de website in de gaten.

Vragen van deelnemers:

V: Wat kun je als ambtenaar doen als uit een plan blijkt dat er onvoldoende expertise is? En wat kun je doen als de aanvrager zijn plan of de uitvoerder niet wil wijzigen?
A: Je moet als gemeente toch om de juiste voeg vragen. Het is een voorwaarde in de vergunning en daarom kun je eisen dat het werk goed wordt uitgevoerd. Als gemeente kun je de eigenaren dwingen om de gevel in de juiste staat terug te brengen, maar probeer van tevoren al in de gesprekken invloed te hebben op het voegbedrijf en spreek af aan de hand van een monster en proefvlak te werk te gaan. Daarnaast kun je de eigenaar overtuigen door het beleid en de achterliggende gedachte uit te leggen: vertel over de huidige kennis over schade aan gevels na verkeerd voegwerkherstel, ligt de regels voor behoud en onderhoud toe, dat het belangrijk is voor het behoud van de architectonische waarden dat de gevelrestauratie op de juiste manier gebeurt, het goede van patina – de zichtbare ‘tijdslaag’ op de gevel, dat er geen sprake kan zijn van willekeur en ook dat de rekening achteraf kan komen als het werk verkeerd wordt uitgevoerd en daardoor nieuwe schade tot gevolg kan hebben.

V: Hoe maak je de afweging of een voeg er wel of niet uit moet en hoe zit dat bij hele dunne voegen (naaldvormige stootvoegen)?
A: Bij voegwerkherstel is het beleid gericht op een restauratieve aanpak, dat wil zeggen partieel herstel. Dit met oog op behoud van oorspronkelijk materiaal en gevelbeeld. Indien meer dan 50% van de gevel om bouwtechnische redenen vervangen dient te worden, kan pas worden overgegaan tot volledige vernieuwing van voegwerk. Bij dunne voegen is men nog terughoudender omdat vervanging zeer ingewikkeld is en vervanging vrijwel niet nodig is.
V: Laat je die voegen desnoods verweerd zitten?
A: Inderdaad – de gevel hoort bij het onderhoudspakket van de woning; pas als een voeg eruit valt vervang je die.

Deelnemer Rob van Hees voegt hieraan toe dat er over het algemeen geen technische argumenten zijn voor het vervangen van dunne voegen, alleen esthetische. Op 22 april is een studiedag gevelreiniging van WTA NL VL.

Bekijk hier de presentatie die Kees Doornenbal gaf.

Eerder gaf het Steunpunt samen met Monumentenwacht Noord-Holland een masterclass over gevelmetselwerk, voegwerk en natuursteen. Je kunt de masterclass hier terugkijken: Masterclass: Gevelmetselwerk, voegwerk en natuursteen. 

Kleuronderzoek

De tweede spreker tijdens deze Erfgoedteam-bijeenkomst is Karin van der Lem: kleuronderzoeker, decoratieschilder en restaurator bij De Kunstkoesteraars. Haar werkterrein bevindt zich voornamelijk in Amsterdam. In haar presentatie neemt zij de deelnemers mee in haar ervaringen als kleuronderzoeker bij gevelherstel.

Wees op tijd

Meestal komt het kleuronderzoek pas vrij laat in het verbouwingstraject aan bod. Het advies aan gemeenten is daarom om dit juist veel eerder in het proces met de aanvrager te bespreken en de eigenaar hiervoor de tijd te geven. Goed kleuronderzoek kost tijd: de eigenaar moet eerst de juiste kleuronderzoeker vinden en vervolgens moet het onderzoek ingepland worden. Daarbij komt dat voor het onderzoek (meestal) een stijger nodig is en dat het onderzoek daarom bij voorkeur wordt ingepland als de steiger er al staat. Een schilder kan pas beginnen als het kleuronderzoek is afgerond. Het plan in delen behandelen en vergunnen kan in sommige gevallen dus voordelen hebben.

Het belang van een goede kleuronderzoeker

Via internet zijn veel professional te vinden, maar het helpt om de eigenaar bij deze zoektocht te ondersteunen. Op het platform www.historischebinnenruimten.nl kan de eigenaar specifieke expertises en achtergronden van verschillende kleuronderzoekers vinden.

Welk type kleurhistorisch onderzoek?

Het kleuronderzoek kent vier typen onderzoek. In sommige gevallen leidt het ene type onderzoek tot een vervolg met een ander type onderzoek. Het ERM, de Stichting Erkende Restauratiekwaliteit Monumentenzorg (ERM) heeft hiervoor het volgende overzicht opgesteld:

Lees meer over kleurhistorisch onderzoek in deze publicatie van Stichting ERM en bekijk de richtlijnen URL 2004.

Geen kleur te vinden

De meeste gemeenten voeren het monumentenbeleid dat een aanvrager het kleurschema van een monument alleen mag wijzigen op basis van kleuronderzoek. Als er geen historisch kleurmateriaal meer te vinden is, kan aan de hand van historisch beeldmateriaal in combinatie met verfbestekken in de meeste gevallen alsnog de kleur achterhaald worden. Soms kun je op een zwart-wit foto een differentiatie in toon tussen kozijnen en ramen zien of valt er nog te zien dat stenen detaillering onbeschilderd was. In overleg met de verschillende partijen kan er dan besloten worden om een dergelijk kleurschema terug te brengen. Toch vraagt dit om aandacht, omdat het risico is dat men te veel historiserend te werk gaat.

Soms kun je op een zwart-wit foto een differentiatie in toon tussen kozijnen en ramen zien of valt er nog te zien dat stenen detaillering onbeschilderd was. De tweede foto is de situatie anno 2022:

Impact verflaag

Kan een verflaag eigenlijk kwaad? Of kan die juist ook bescherming bieden? Soms biedt een verflaag bescherming, maar het kan de dampdoorlatende werking van een stenen of gestucte gevel ook verstikken, met alle gevolgen van dien. Keimverf (minerale verf) wordt vanwege zijn volledige dampdoorlaatbaarheid veel toegepast op buitenmuren.

Wat als de hele gevel beschilderd is?

Het hangt van de ondergrond af of je zonder schade de verflaag kunt verwijderen. Dit vraagt om vroeg overleg. Er moeten namelijk proefstukken opgezet worden. Er zijn experts die in staat zijn om de gevel op de juiste manier te restaureren, maar ook hen moet je vanwege het beperkte aantal professionals vroeg benaderen. Het is dus belangrijk om eigenaren hier zo vroeg mogelijk om te wijzen. Daarnaast is het een kostbare ingreep. Het vergt daarom ook overleg met de aanvrager om een realistische plan op te stellen.

Vragen van deelnemers:

V: Wat doe je als je op gevels verschillende tijdselementen vindt. Op welke periode baseer je dan je kleuronderzoek?
A: Je gaat de bouwgeschiedenis bekijken en koppelt de afwerklagen aan een periode. Je bekijkt welke elementen nog wel aanwezig zijn en welke bij elkaar passen. Soms is het daardoor niet meer relevant om naar de oorspronkelijke situatie terug te gaan, maar wél naar een latere. Je bespreekt dit als team van kleuronderzoeker, aanvrager, (restauratie)architect, uitvoerder en gemeente en neemt altijd een beslissing in overleg met elkaar met behoud van de monumentale waarden als uitgangspunt.

Discussie

Uit de discussie die volgt blijkt dat de situatie wat betreft kleuronderzoek bij gemeenten nogal verschilt. In Alkmaar wordt het kleuronderzoek bijvoorbeeld volledig vergoed door de gemeente en in Amsterdam voor de helft. In Haarlem is er echter geen subsidie beschikbaar, maar moet kleurverandering van de gevel net als bij de andere gemeenten wél vergund worden. Voor eigenaren is dat een drempel om naar de originele kleur terug te gaan. De tip die gegeven wordt is om bij een nieuwe eigenaar meteen in gesprek gaan en het over kleuronderzoek te hebben. Wat zijn de mogelijkheden? Hoeveel tijd kost het? En hoe informeer je op tijd eigenaren die zich niet eens bewust zijn dat ze een vergunning nodig hebben om de gevelkleur te veranderen?

Terugkijken 

Meer weten? We hebben de online bijeenkomst voor je opgenomen om terug te kijken. In video 1 zie je een introductie en waarom dit een belangrijk onderwerp is. Kees Doornenbal en Karin van der Lem geven je echt praktische tips met sprekende voorbeelden uit de praktijk.

Video 1: Schone Schijn met Marjorie Verhoek (introductie)
Video 2: Schone Schijn met Kees Doornenbal (schaderisico’s)
Video 3: Schone Schijn met Karin van der Lem (kleurenonderzoek)

Mocht je naar aanleiding van de bijeenkomst of dit verslag nog vragen/opmerkingen hebben, dan kun je contact opnemen met Reinier Mees, verantwoordelijk voor het Erfgoedteam. Er volgen dit jaar nog meer Erfgoedteams. Kijk voor het actuele programma op onze website.

(Beeldverantwoording: Canva, Kees Doornenbal en Karin van der Lem. Video’s door Sanne van Zoest)