Verslag Erfgoedteam: Groen erfgoed

Historische groenstructuren, zoals landgoederen, parken, verdedigingswerken, groenvoorzieningen in woonwijken, begraafplaatsen, buitenplaatsen, boerenerven en tuinen, maar ook (hakhout-)bossen en houtwallen: allemaal kunnen ze vallen onder dezelfde verzamelnaam ‘Groen Erfgoed’. Een deel van dit erfgoed is al beschermd vanwege de bijzondere waarden en de wijze waarop de mens omgaat met de natuur. Noord-Holland telt bijvoorbeeld ruim 500 groenstructuren die als rijksmonument beschermd zijn.

Steeds vaker beschermen ook gemeenten hun waardevolle groene erfgoed. Maar wanneer kies je als gemeente nu voor het beschermen van dit erfgoed en wat zijn in dat geval de mogelijkheden om dit te doen? Om de Noord-Hollandse gemeenten te laten zien wat hierbij mogelijkheden zijn, organiseerde het Steunpunt een korte digitale seminar die bedoeld is voor ambtenaren erfgoed en stedenbouw, maar bijvoorbeeld ook groen. Twee sprekers lieten vanuit hun verschillende invalshoeken zien hoe groen erfgoed behouden kan blijven.

Beschermingsinstrumenten groen erfgoed
Lisa Timmerman, beleidscoördinator landschap en cultuurhistorie Steunpunt Monumenten & Archeologie Noord-Holland
Presentatie Lisa Timmerman

Lisa Timmerman opende de ochtend met een presentatie over de verschillende vormen van bescherming voor groen en ging daarin kort in op de overwegingen die er zijn om voor een bepaald beschermingsregime te kiezen.

Als uitgangspunt voor haar presentatie benoemde Lisa wat in haar ogen onder de verzamelnaam ‘groen erfgoed’ valt. Zij kiest voor de bredere benadering, waaronder historische groen-aanleggen zoals tuinen, parken, woonwijken, verdedigingswerken, begraafplaatsen, buitenplaatsen en landgoederen vallen, maar ook landschappelijke structuren en elementen met opgaande begroeiing en relicten van historisch landgebruik.

Het antwoord op de vraag hoe deze verschillende onderdelen het beste beschermd kunnen worden is afhankelijk van het doel dat je daarmee als gemeente voor ogen hebt. Als basis dient eerst een goede inventarisatie gemaakt te worden. Vervolgens dien je de waarderingscriteria te bepalen om het groen erfgoed een waardering te kunnen toekennen. Als voorbeeld legt Lisa de volgende waarden voor:

  • Cultuurhistorische waarden: gekoppeld aan maatschappelijke, religieuze of politieke gebeurtenissen, maar bijvoorbeeld ook aan de sociale- en machtsverhoudingen waar de hofjes in steden en boerenerven voorbeelden van zijn
  • Landschapsarchitectuurhistorische waarde: esthetische en landschapsarchitectuur-historische waarden van ontworpen groen, zoals in ruilverkavelingen waar tot in detail is bepaald waar welke beplanting moest komen
  • Wetenschappelijke waarde: uit onderzoek blijkt dat bepaalde bomengroepen geen last hebben van hedendaagse ziektes, zoals de essentak- en iepenziekte
  • Gebruikswaarde: denk bijvoorbeeld aan recreatie en sport
  • Gezondheidswaarde: contact met de natuur zorgt voor meer ervaring van geluk en vermindert stress, het bevordert vitaliteit, creativiteit en stimuleert ontmoetingen tussen mensen
  • Klimaatadaptieve waarde: groen erfgoed als hitteschild en waterberging
  • Natuurwaarde: denk aan de flora en fauna
  • Economische waarde: groen erfgoed kan voor houtkap en erfpacht worden gebruikt, maar vertegenwoordigt zonder dit doel ook al een meerwaarde.

Om groen erfgoed als gemeente te kunnen behouden draagt Lisa verschillende mogelijkheden aan, waarbij in sommige gevallen soms ook sprake van overlap kan zijn:

  • het vast te leggen in het bestemmingsplan als gebiedsaanduiding binnen hoofdbestemming Groen (bijvoorbeeld Park of Agrarisch met waarden) of met een dubbelbestemming (Waarde Cultuurhistorie of Waarde Beschermd gezicht), waarbij er voorwaarden aan de aanvraag voor omgevingsvergunning gekoppeld kunnen worden zoals bij kappen of rooien;
  • het vastleggen van een biotoop met beschermingsmaatregelen, zoals een buitenplaatsenbiotoop waarbij de ruimte vrij en open moet worden gehouden, niet mag worden bebouwd en de structuur, het panorama, het blikveld en de zichtlijnen moeten worden behouden;
  • het beschermen van het historisch waardevolle ruimtelijke karakter als gemeentelijke beschermd stads- of dorpsgezicht via de erfgoedverordening. (Bij rijksbeschermde gezichten is er sprake van een beschermend bestemmingsplan voor behoud van het bijzondere ruimtelijke karakter).
  • het bescherming van de intrinsieke (monumentale) waarden, door middel van een monumentenstatus. Net als groene rijks- en provinciale monumenten is het mogelijk om groene gemeentelijke monumenten aan te wijzen, zoals begraafplaatsen, solitaire bomen, hofjes, tuinen en plantsoenen.

Ten opzichte van de andere mogelijkheden zijn de beschermde stads- en dorpsgezichten en de monumentenstatus gericht op langdurige bescherming, waarbij de erfgoedwet het verbiedt om wijzigingen aan te brengen zonder vergunning (met uitzondering van vergunningsvrije wijzigingen, zoals onderhoud) en wordt bij deze beschermingsvormen het behoud van het groen minder vaak ter discussie gesteld door andere gemeentelijke afdelingen.

De komst van de Omgevingswet biedt straks echter meer mogelijkheden voor bescherming. Nu beperkt de bescherming van monumenten zich tot het kadastraal perceel, maar met de nieuwe regelgeving is ook de omgeving van het monument beschermd en dient daarom aan de hand van kernbegrippen als aanzicht, ligging, zichtbaarheid, relaties, waardering van de omgeving en afbakening bepaald te worden wat de omgeving van het monument precies behelst en hoever die omgeving van monument zich strekt.

Daarnaast bestaat er nog de regelgeving ter bescherming van natuur, zoals de Wet Natuurbescherming waarin onder andere de Boswet in is opgenomen, en de plaatselijke Bomenverordening, die eveneens kunnen leiden tot een procedure voor vergunning of ontheffing. Voor de Wet Natuurbescherming is het van belang dat door de gemeente wordt vastgesteld wat de bebouwde kom betreft, omdat deze niet gelijk hoeft te zijn aan de vanuit de infrastructuur vastgestelde bebouwde kom en dus kansen biedt om bepaalde gebieden onder deze wet te laten vallen. De Bomenverordening geldt in ieder geval binnen de bebouwde kom van de Wet Natuurbescherming en kan op aangeven van de gemeente ook voor buiten deze bebouwde kom gelden.

Elsrijk West in Amstelveen
Willemijn Paijmans, adviseur Cultureel Erfgoed, gemeente Amstelveen en Aalsmeer
Presentatie Willemijn Paijmans

Amstelveen telde begin dit jaar nog elf gemeentelijk beschermde stadsgezichten en één Rijksbeschermd dorpsgezicht. Recent werd Elsrijk West aan de gemeentelijke lijst toegevoegd, vanwege de waardevolle groenstructuren die in deze wijk aanwezig zijn, waaronder het Ruyschpark en de spoordijk, maar ook het openbaar gebied, dat kenmerkend is voor de stedenbouw en groenstructuur van Elsrijk. Willemijn Paijmans lichtte met haar presentatie toe waarom de gemeente voor deze bescherming heeft gekozen en hoe dit proces verloopt.

 Amstelveen is vanwege haar grote aantal parken en buitenplaatsen en uitzonderlijke groen gemeente, die veelal ook als monument zijn beschermd. Niet voor niets werd de gemeente eerder al als groenste gemeente van Europa benoemd. Aanleiding voor de bescherming van Elsrijk West kwam echter voort uit de verschillende inzendingen uit deze wijk naar aanleiding van het tijdelijke Meldpunt Monumenten dat de gemeente Amstelveen vorig jaar opende om inwoners en organisaties in de gemeente in staat te stellen om gebouwen en objecten met een bijzondere geschiedenis aan te dragen voor een gemeentelijke monumentenstatus.

Samen met de Historische Vereniging Amstelveen en de erfgoedcommissie werd beoordeelt dat de objecten en structuren los van elkaar niet interessant genoeg waarom om als gemeentelijke monument aan te wijzen, maar dat het gezamenlijke verhaal dat ze vertelden over de ontginning van turf en de inpoldering van dit gebied en de zichtbaarheid daarvan in het landschap door de ringdijk en de hoogteverschillen in het maaiveld die met metselwerk kades, trappen en bloembakken stedenbouwkundig en architectonisch werden overbrugt, wel als geheel beschermingswaardig waren. Datzelfde gold voor de riante stedenbouwkundige structuur vanuit de tuinstadgedachte met grote waterpaartijen, vijvers, groenstructuren en daarbij horende jaren ‘30 bebouwing met grote woningen en tuinen de Kruijskerk (rijksmonument) en het Ruyspark (wederopbouwarchitectuur) die als een geheel zijn ontworpen.

Om die reden werd gezocht naar een manier om de belangrijkste en bijzondere onderdelen van deze wijk te beschermen. Gekozen werd om het gebied aan te wijzen als beschermd stadsgezicht, waarbij de begrenzing in het bestemmingsplan werden opgenomen op basis van de stedenbouwkundige waarden en groenstructuren die onderdeel uitmaken van het verhaal. Daarbij werd er bewust voor gekozen om hierin de bebouwing niet op te nemen: toen de beschermingsprocedure in gang werd gezet, bleek dat hiervoor te weinig draagvlak was vanuit de buurt. Met het oog op de ter verwachte planschadeprocedures, vanwege de extra beperkingen, maar vooral ook omdat de geldende gebied specifieke welstandscriteria voor dit gebied al behoorlijk conserverend zijn en op basis van het bestemmingsplan hetzelfde geldt voor bouwhoogtes en nokhoogtes. Wat veel heeft meegeholpen is dat er vanuit de politiek de afgelopen jaren veel aandacht is voor erfgoed en dat via de lokale pers de inwoners regelmatig zijn geïnformeerd, waardoor het draagvlak voor deze vorm van bescherming breed gedragen is. Willemijn sluit af met te benoemen dat de afdeling groenbeheer vanaf het begin in het proces heeft mee gedacht, niet alleen vanuit het beheer. Samen met andere deskundigen (bijvoorbeeld de architectuurhistoricus, architect en restauratiearchitect uit de erfgoedcommissie, maar afhankelijk van het vraagstuk ook andere experts) zal de ambtenaar groen bij plannen in de toekomst vanuit de gemeente adviseren. Zoals binnenkort, bij een aantal aanstaande restauraties en de herplant en het vervangen van populieren, dat voornamelijk onder eigen beheer zal worden uitgevoerd.

In gesprek

Aansluitend op de presentaties gaan de deelnemers en de sprekers met elkaar in gesprek. Hieronder zijn de opvallendste onderdelen van deze gesprekken samengevat:

  • een van de deelnemers wijst erop dat monumentale bomen in de praktijk nog te weinig worden beschermd bij nieuwbouwprojecten op bijvoorbeeld inbreidingslocaties. Projectontwikkelaars weten gemeenten op basis van technische uitgangspunten te overtuigen van kan, terwijl de bescherming van groen erfgoed eigenlijk vanuit de gemeente als uitgangspunt bij de planvorming zou moeten worden meegegeven dat dit ingepast dient te worden in het plan;
  • een boombeheerder van een gemeente licht toe dat in de bomenverordening de monumentale bomenlijst integraal is opgenomen, waarmee de bescherming beter is geregeld. In veel gevallen is echter gebleken dat de locatie van de boom of boomomgeving wel is beschermd, maar dat invloeden ten aanzien van de ondergrond (slootpijlen, maaiveldophoging etc.) grote gevolgen kan hebben voor het behoud van bomen en dat technische eisen te kostbaar zijn om bomen voldoende te beschermen;
  • een groenadviseur bij de gemeente licht toe dat bij hen groen altijd wordt betrokken bij het vooroverleg, waardoor de benodigde aandacht voor het groen aan voorkant van het proces al aanwezig is en op tijd kan worden ingebracht wat de belangen zijn om een groenstructuur of bomen in het plan te betrekken. Het lukt niet altijd om groen te behouden, maar door op de checklist vergunningen ook groen op te nemen kun je er wel voor zorgen dat er bij aanvragen door de afdeling bouwen of vergunningen hierover wordt nagedacht. De Omgevingswet stimuleert dit ook, om groen in het eerste stadium aan de plantafel te krijgen en biedt dus veel kansen;
  • vanuit de provincie wordt toegelicht dat er wel een aantal tuinen in Noord-Holland als provinciaal monument is aangewezen, maar dan als onderdeel van de gebouwde onderdelen in die tuin of de buitenplaats en dus niet specifiek vanwege de waarden van de beplanting zelf.

(Tekst: Reinier Mees en Lisa Timmerman, Beeldverantwoording: Els Zweerink – banner, Steunpunt Monumenten & Archeologie Noord-Holland)