Met erfgoed meer ruimtelijke kwaliteit. Het Sectoradvies van de Raad voor Cultuur in 1300 woorden.

Eind maart 2019 heeft de Raad voor Cultuur het Sectoradvies Monumenten en Archeologie uitgebracht. Het advies is bedoeld als een aanvulling op de nota Brede blik op erfgoed waarin het erfgoedbeleid met name vanuit de aankomende transities energie, klimaat en bodemdaling werd beschouwd. De Raad vindt ook in de nota Erfgoed telt onvoldoende terug over archeologie en cultuurlandschap.

(Rijks)monumenten: eigenaren, regelingen, zorgen en aanbevelingen

Na een korte blik op de geschiedenis van de omslag van monumentenzorg naar omgevingsbeleid, beschouwt de raad het veld. De rijksmonumenten zijn in handen van veel verschillende soorten eigenaren; particulieren (woonhuiseigenaren), agrariërs, woningcoöperaties maar ook gemeenten, waterschappen, kerkgenootschappen, landschapsorganisaties enzovoort.

De Raad constateert dat de Governance Code Cultuur 2019 binnen de monumentensector nog nauwelijks wordt gevoerd. En hoewel veel gebouwde-monumenteneigenaren zijn aangesloten bij een Professionele Organisatie tot Monumentenbehoud (POM), is dit niet het geval voor archeologische monumenten of cultuurlandschappen.

Vervreemding rijksmonumentenbezit: eisen vooraf en betrekken monumentenorganisaties

De Raad adviseert dat het Rijk een visie op he t eigen monumentenbezit ontwikkelt en bij vervreemding vooraf meer kwaliteitseisen en randvoorwaarden stelt. Ook zou het Rijk vaker de monumentenorganisaties moeten/kunnen betrekken bij de afstoting van incourant monumentaal vastgoed.

Onderwijs en kennis

Zorgen uit de Raad over het groeiend gebrek aan specialisten en vaklieden voor gebouwd en groen erfgoed en archeologie. Bij de restauratiesector gaat het met name om vaklieden; er wordt wat de Raad betreft te weinig geïnvesteerd in het aantrekken van jongeren terwijl er een behoorlijke vergrijzing gaande is in deze branche, en de Raad adviseert ambassadeurs aan te stellen. Bij archeologie dreigt een terugloop van specialistische, wetenschappelijke kennis. Tegelijkertijd is er bij archeologische bedrijven minder aandacht voor kennisontwikkeling. Op dit moment loopt er een onderzoek van het ministerie naar de problemen (onderwijs, arbeidsmarkt) binnen de archeologiesector en die resultaten worden afgewacht.

Binnen de erfgoedsector is voldoende kennis aanwezig, maar die zit niet altijd op de juiste plaats. Met nam de circa 300 kleinere gemeenten hebben geen eigen kennis in huis maar huren die in. Hierdoor blijft het gemeentelijk erfgoedbeleid vaak beperkt tot ‘rekening houden met erfgoed’ in plaats van een volwaardig beleid te ontwikkelen. De meerwaarde van erfgoed bij nieuwe ontwikkelingen wordt daardoor vaak niet gezien en onbenut gelaten. De provincie zou een goed niveau zijn als verzamelpunt en doorgeefluik van kennis. De ondersteuning en kennisverbreiding vanuit de provinciale steunpunten noemt de Raad positief.

Archeologie: kwaliteit, draagvlak en publiekscommunicatie

De Raad constateert dat er bij de archeologische (opgravings)bedrijven sprake is van een grote druk om snel te werken en vraagt zich af in hoeverre dit zijn weerslag heeft op de kwaliteit van het onderzoek en de rapporten. Doordat de onderzoeksresultaten vooral bij de archeologen, de initiatiefnemer en de bevoegde overheid terecht komen, en weinig overdracht plaatsvindt naar het grote publiek, dreigt er afbrokkeling voor het draagvlak voor archeologie. De Raad roept de gemeenten op hier meer actie op te ondernemen.

Het Steunpunt merkt hier wel bij op dat indertijd bij de vertaling van het Europese Verdrag van Valletta (Malta) naar de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (huidige Erfgoedwet) de politieke keuze is gemaakt om het verdragsartikel 9 over publiekscommunicatie, niet over te nemen. Dit onderdeel uit het Verdrag is binnen de wetgeving dan ook niet belegd.

Omgevingswet: is de sector er wel klaar voor?

De Raad uit haar zorgen of de erfgoedsector wel voldoende klaar is voor hetgeen de Omgevingswet met zich meebrengt en vraagt zich af of er op bestuurlijk niveau voldoende aandacht is voor het meenemen van erfgoed binnen de integrale aanpak. Vanuit de sector zou meer moeten worden nagedacht over de kernvraag: welke waarden willen we voor de toekomst behouden? En waarom, en onder welke voorwaarden? Een actiever waardendebat, een offensievere opstelling van, en meer samenwerking binnen de sector worden bepleit. Op dit moment overheerst in het debat de economische waarde van monumenten en archeologie, terwijl intrinsieke waarde van erfgoed buiten beschouwing blijft. Overheden moeten meer doen aan visievorming en erfgoed gebruiken om te komen tot betere plannen. Tegelijkertijd is gebrek aan kennis over ruimtelijke kwaliteit en erfgoed een belemmering om tot goede visies te komen. Gemeenten zouden meer moeten investeren in kennis, deskundigheid en visievorming.

De provincies hebben steeds meer oog voor erfgoed bij ruimtelijke ontwikkeling en tonen zich bewust van beperkte ambtelijke capaciteit en kennis(ontwikkeling) bij kleinere gemeenten. De Raad is positief over de gevoelde verantwoordelijkheid bij provincies en de vele initiatieven (waaronder steunpunten) die de provincies nemen om kleinere gemeenten te ondersteunen. De Rijksdienst voor het Cultureel erfgoed (RCE) en de provincies zouden samen moeten optrekken waarbij RCE de regierol op zich moet nemen.

Aanbeveling van de Raad: Bij projecten die in de fysieke omgeving met publiek geld worden gefinancierd moet het stimuleren van ruimtelijke kwaliteit (op basis van erfgoedwaarden) onderdeel van de opgave zijn.

Erfgoed en samenleving: participatie, communicatie en meerstemmigheid

In Nederland is een groot draagvlak voor erfgoed; naast vele organisaties zijn er talloze vrijwilligers actief maar het draagvlak dient onderhouden en waar mogelijk vergroot te worden. Open Monumentendagen en de Nationale Archeologiedagen zijn goede instrumenten.
De omgevingsvisies vormen een goede aanleiding om een discussie over erfgoedwaarden op te starten en om burgers te betrekken bij participatietrajecten. De Raad heeft al eerder geconstateerd dat dit in onvoldoende mate gebeurt. En bij gemeenten en ontwikkelaars ontbreekt het ook aan een zeker gevoeligheid voor de emotionele, associatieve en affectieve kant van erfgoed.
De Raad adviseert ‘meerstemmigheid’ en verschillende perspectieven te hanteren bij het vertellen van erfgoedverhalen. Deze verhalen kunnen helpen bij de richting geven aan ruimtelijke ontwikkelingen.

Wat de archeologie betreft adviseert de Raad om archeologie zichtbaarder te maken en er veel meer over te communiceren. Dit ook om te voorkomen dat het maatschappelijke draagvlak afkalft. Als positieve initiatieven noemt ze de wijze waarop de archeologische depots en het initiatief van de Archeohotspots archeologie toegankelijk maken en ontsluiten voor een groot publiek. Ook de extra financiering vanuit het programma van het Mondriaan Fonds noemt ze als positief punt.

Erfgoed en financiering

Het draagvlak voor instandhouding van erfgoed is groot, zowel publiek als privaat. De Raad constateert dat er sprake is van ongelijkheid wanneer het gaat om financiering binnen de erfgoedsector. Vanuit de overheid zijn veel subsidieregelingen maar het zijn vrijwel alleen de gebouwde rijksmonumenten die hiervan profiteren; deze constructies zijn niet toepasbaar voor cultuurlandschappen en archeologische monumenten. Waar gebouwde monumenten naast kosten ook een meerwaarde in economische zin kunnen opbrengen doordat grond- en huizenprijzen in de omgeving ervan hoger zijn, is dit voor landschappen en archeologie niet het geval.  De raad adviseert het ministerie na te gaan hoe het budget dat bestemd is voor instandhouding van archeologische monumenten het meest doelmatig kan worden ingezet. Voor de archeologiesector is het programma “Archeologie telt” gestart. Hierbij wordt de ontwikkeling en inzet van (innovatieve) methoden en technieken gestimuleerd.

Naast de rijksregelingen, dragen ook provincies bij d.m.v. subsidies. De Raad constateert dat er tussen de provincies grote verschillen bestaan. Overigens geldt ook hier dat het leeuwendeel van de regelingen gebouwde monumenten betreft. Ook gemeenten beschikken soms over (bescheiden) subsidies voor (gebouwde) monumenten. Daarnaast zijn er ook private fondsen, zoals het Prins Bernhard Cultuurfonds en de Loterijen waarvan (veel) geld gaat naar cultureel erfgoed.

Crowdfunding is op enkele plaatsen ook succesvol gebleken zoals Stadsherstel Amsterdam heeft laten zien. Provincie Noord-Holland heeft hierover een Handboek opgesteld [link].

De Raad stelt wel vraagtekens bij de beweging waarbij de overheid alleen nog het onrendabele deel van een monument wil subsidiëren. Hierdoor stijgt het aandeel privaat geld. Investeerders en projectontwikkelaars willen echter grote risico’s mijden en dreigen zich alleen nog te gaan richten op de haalbare, dus kleinere projecten. Grote, moeilijke objecten blijven hierdoor over. In de gebieden waar al sprake is van een krimpende bevolking en lage economische druk, is dit probleem extra voelbaar. De Raad vraagt om hier nog eens goed naar te kijken, net zoals naar bij voorbeeld groen erfgoed en archeologische monumenten; de huidige regelingen zijn hiervoor onvoldoende geschikt.

De Raad besluit haar lijvige advies met een reeks van aanbevelingen. Het complete advies vindt u via onderstaande knop. Op pagina 64 en 65 staan de aanbevelingen opgesomd.

Hebt u vragen over het Sectoradvies? Neem dan contact op met Monica Dütting (m.dutting@nmferfgoedadvies.nl).

Het volledige Sectoradvies

(Tekst: Monica Dütting)