Protocol vondstmeldingen

In 2019 publiceerde het Steunpunt Monumenten & Archeologie Noord-Holland het Onderzoek Vondstmeldingen, een onderzoek naar vondstmeldingen door particulieren bij de gemeenten van Noord-Holland. Uit dat onderzoek bleek dat dergelijke meldingen door particulieren maar zelden voorkomen, terwijl er wel veel amateurarcheologen en metaal-detectoristen actief zijn. Ook kwam naar voren dat in veel gemeenten vragen of meldingen over archeologie niet altijd bij de juiste persoon belanden, en dat het binnen de gemeente niet altijd duidelijk is wat er met een melding moet gebeuren, en waarom dit ook erg belangrijk is.

Gebrek aan meldingen

In Noord-Holland is, in tegenstelling tot sommige andere provincies, geen centraal meldpunt voor archeologische toevalsvondsten. Particulieren zijn dus met name aangewezen op hun gemeente, of nationale meldpunten. Gedurende het onderzoek werd echter ook duidelijk dat informatie over archeologie, en vondstmeldingen in het bijzonder, op gemeentelijke websites vaak niet of nauwelijks te vinden is. Dit kan een mogelijke verklaring zijn voor het gebrek aan meldingen. Op de website van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed is weliswaar informatie te vinden over de wetgeving rond toevalsvondsten, en is een online vondstmeldingsformulier beschikbaar. Maar het is de vraag of particulieren die verder weinig met archeologie te maken hebben, hun weg weten te vinden naar de RCE. Bovendien vraagt het vondstmeldingenformulier erg specifieke informatie, wat het invullen door een amateur niet eenvoudig maakt. Dit alles maakt het voor particulieren niet makkelijk of aantrekkelijk om een melding te doen.

Een compleet archeologisch beeld

Naast archeologen hebben ook gemeenten er belang bij om het archeologische beeld in hun gemeente zo compleet mogelijk te maken. Dit ondersteunt hen in het uitvoeren van hun wettelijke taak als de hoeders van erfgoed. Toevalsvondsten door particulieren vormen een goede aanvulling op de kennis van het ondergronds erfgoed. Een enkele vondstmelding zal meestal op zichzelf niet veel informatie opleveren, tenzij het een uitzonderlijke vondst is. Maar in grotere aantallen zijn toevalsvondsten wel degelijk van belang op het gebied van kennisvergaring en beleidsvorming. Geïnventariseerde vondsten kunnen een indicatie zijn van nog onbekende vindplaatsen, zullen onze kennis uitbreiden over de periode en het gebied waarin ze zijn gevonden, en zijn een uitgelezen kans voor gemeenten om direct contact te leggen met geïnteresseerde burgers.

Wettelijke verplichting

Afgezien van de informatie die vondstmeldingen ons kunnen opleveren, bestaat er in Nederland een wettelijke verplichting tot het melden van archeologische toevalsvondsten. Iedereen is volgens de Erfgoedwet verplicht om bij (het vermoeden van) een archeologische vondst hier melding van te maken, en de vondst zes maanden beschikbaar te houden voor eventueel wetenschappelijk onderzoek. Daarna is de vondst het eigendom van de vinder en/of de eigenaar van de grond waarin het is gevonden.

Naast de wettelijke verplichting, is het zodoende van wetenschappelijk en beleidsmatig belang dat zowel particulieren weten wat ze moeten doen wanneer zij een archeologische vondst doen, als dat gemeenten weten hoe te handelen als een dergelijke melding wordt gedaan.

Protocol vondstmeldingen

Om gemeenten hierbij te ondersteunen heeft het Steunpunt het Protocol Vondstmeldingen ontwikkeld. Het protocol is nu beschikbaar op de website van het Steunpunt. Ook wordt het protocol aan alle gemeenten in Noord-Holland ter beschikking gesteld om op de eigen website te plaatsen. De gemeenten ontvangen daarnaast een begeleidend document voor intern gebruik over het belang van vondstmeldingen.

Deze aanvulling op de informatievoorziening maakt het voor particulieren eenvoudiger om archeologische vondsten te melden. Zo kan iedereen een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van onze kennis over de archeologie van Noord-Holland.

Protocol vondstmeldingen
Protocol vondstmeldingen – Begeleidend document

(Tekst: Margot de Haan | Ontwerp protocol vondstmeldingen: Blikveld Uitgevers)