“Hallo, ik heb een munt gevonden….”. Onderzoek naar de omgang van gemeenten met particuliere vondstmeldingen

Gemeenten hebben er belang bij om het archeologische beeld in hun gemeente zo compleet mogelijk te maken. Hierdoor kunnen ze hun wettelijke taak als hoeders van erfgoed beter uitvoeren. Particuliere vondstmeldingen kunnen hierbij een goede aanvulling vormen op het reeds bekende archeologische erfgoed.

Door het inventariseren van vondstmeldingen kunnen drie doelen worden bereikt:

  1. Opdoen van extra kennis;
  2. Het in kaart brengen van vondstlocaties;
  3. Direct contact met het publiek, wat voor de beleidsambtenaren de mogelijkheid biedt tot het uitbreiden van het netwerk van betrokken en geïnteresseerde burgers en tot het geven van voorlichting en het ophalen van informatie.

Wanneer vondstmeldingen niet worden gemeld, of na melding niet goed worden verwerkt, worden deze doelen niet bereikt.

In Nederland bestaat er een wettelijke verplichting tot het melden van archeologische toevalsvondsten. Het onderzoek dat het Steunpunt heeft uitgevoerd, laat echter zien dat er in Noord-Holland sprake is van grote verschillen als het gaat over particuliere vondstmeldingen. Het eerste dat opvalt is dat er weinig particulieren vondsten melden bij gemeenten, terwijl er wel veel amateurs actief zijn in de provincie. Hierbij is wel een verschil te zien tussen gemeenten met een eigen, vaste archeoloog en gemeenten die geen eigen archeoloog in dienst hebben. Particulieren en collega’s komen sneller bij de gemeente-archeologen uit terwijl dit zonder vast aanspreekpunt moeilijker is.

Ten tweede blijkt uit contact met de gemeenten, dat gemeenten zonder vaste archeoloog vaak minder goed weten hoe ze een vondstmelding moeten afhandelen. Dat is jammer, want eventuele kennis die uit de melding op te halen is, belandt dan niet op de juiste plek, en de particulier is minder geneigd een tweede keer een vondst aan te melden. Een oplossing hiervoor zou een kennisdocument voor intern gebruik binnen de gemeente kunnen zijn; dit biedt erfgoedambtenaren en collega’s een handvat hoe om te gaan met een vondstmelding.

Wanneer een vondstmelding binnenkomt bij de gemeente kunnen ze contact opnemen met hun archeologisch adviseur, of met het Provinciaal depot voor archeologie Noord-Holland.

Er kan al veel gewonnen worden door een goede voorlichting op de gemeentelijke websites. Het onderzoek laat namelijk zien dat de informatievoorziening voor particulieren over archeologie en vondstmeldingen op de gemeentelijke websites in veel gevallen ontbreekt of ontoereikend is. En een particulier die rechtstreeks wil melden bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed stuit op een uitgebreid en vrij ingewikkeld vondstmeldingsformulier, dat voor een amateur lastig in te vullen is. Dit maakt het voor particulieren niet makkelijk of aantrekkelijk om een melding te doen.

Ervaringen uit het archeologische veld met detectoramateurs leren dat het onderhouden van een netwerk erg belangrijk is, net zoals het terug leveren van informatie. Dit geldt vooral voor actieve particulieren, en dan met name amateurarcheologen en detectoramateurs die niet zijn aangesloten bij een amateur-archeologenvereniging van de landelijke AWN. Door actieve terugkoppeling krijgt een vinder in ruil voor de melding informatie en erkenning. Dit blijkt een gunstige invloed te hebben op het (blijven) doen van archeologische vondstmeldingen.

Betere informatievoorziening kan voor het doen van vondstmeldingen een groot verschil maken. Door gelijkluidende informatie en procedures op meerdere punten te communiceren, kan een eenduidige en heldere omgang met particuliere vondstmeldingen binnen de provincie Noord-Holland worden verkregen. Hierdoor wordt een bijdrage geleverd aan een optimale kennisborging die voor gemeentelijke informatie en het erfgoedbeleid van belang is.

Voor vragen of meer informatie kunt u contact opnemen met Margot de Haan.

Lees hier het volledige rapport
Vondstmeldingenformulier van de RCE

(Beeldverantwoording: Margot L.S. de Haan)