Maatwerk van belang voor bescherming wederopbouwwijken

“Het is vooral zaak duidelijk vast te stellen wát je precies wilt beschermen.”

Reinier Mees, projectmedewerker erfgoed MOOI Noord-Holland – Themabijeenkomst Erfgoedteam 22 februari 2017
..
Veel gemeenten worstelen op dit moment met de vraag hoe de enorme naoorlogse woningvoorraad te waarderen. Er is zoveel gebouwd. Wat is van deze enorme voorraad het behouden waard, exemplarisch voor het tijdsbeeld en nog gaaf genoeg om iets mee te kunnen? En met welke beleidsinstrumenten kunnen deze waarden het beste beschermd worden? Monumentstatus, erfgoed in het bestemmingsplan, aangescherpt welstandsbeleid….wat te doen? Aanleiding voor een uitgebreide verkenning tijdens de eerste themabijeenkomst van het Erfgoedteam.

Erfgoedteam
Vanaf dit jaar worden er door het vernieuwde Steunpunt Monumenten en Archeologie Noord-Holland diverse activiteiten georganiseerd. Het doel is om hiermee de gemeente te helpen om de waarde van hun erfgoed te onderzoeken, koesteren en etaleren, maar vooral te verankeren in de ruimtelijke en maatschappelijke ontwikkelingen die de komende jaren gaan plaatsvinden. Als onderdeel van dit programma is het Erfgoedteam – bestaande uit ervaren adviseurs uit de praktijk van de samenwerkende partijen NMF en MOOI Noord-Holland – opgericht met de taak om actuele thema’s te agenderen en ambtenaren op weg te helpen bij complexe vraagstukken die bij veel gemeenten terugkeren.

Drie wederopbouwwijken als casus
Waardering voor de wederopbouwarchitectuur is een van die actuele onderwerpen. Dat blijkt alleen uit de hoeveelheid publicaties over de naoorlogse stedenbouw de afgelopen tijd. Net als veel andere gemeenten, wil de gemeente Enkhuizen onderzoeken met welke beleidsinstrumenten de bijzondere waarden van de Wederopbouwperiode beschermd kunnen worden. Het thema van de eerste bijeenkomst van het Erfgoedteam was daarom ‘Kwaliteit van naoorlogse wijken waarborgen’. Aan de hand van de huidige erfgoedverordening en het bestemmingsplan van de gemeente werden drie typisch naoorlogse complexen in de oude binnenstad van Enkhuizen en de eerste naoorlogse woninguitbreiding buiten de vesting als casus gebruikt en vergeleken met het beschermingsinstrumentarium dat door grotere gemeenten als Amsterdam en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed al voor naoorlogs erfgoed is opgesteld.

Vaststellen van de waarden
Een van de belangrijkste uitkomsten: het is vooral zaak duidelijk vast te stellen wát je precies wilt beschermen. Meer dan ooit werd in de wederopbouw-periode geëxperimenteerd met ontwerpprincipes, zowel op de schaal van het gebouw, als op de schaal van de stedenbouwkundige structuur. Tal van deze vernieuwende concepten zijn in de loop van de tijd gesleten en getransformeerd. Om welke kwaliteiten gaat het eigenlijk en op welk schaalniveau (landschap, stedenbouw, openbare ruimte, gebouw, detail) wil je behouden? Gemeenten kunnen door middel van een cultuurhistorische verkenning vooraf bepalen welke waarden zij hechten aan hun naoorlogse wijken. Amsterdam bijvoorbeeld gebruikt hiervoor het instrument van ordekaarten. Het is maatwerk, per wijk, waarbij niet alleen gekeken moet worden naar de architectonische waarde, maar ook naar de waarden van bijvoorbeeld de functie, de structuur van de verkaveling en het karakter van de groenstructuur. De context is ook cruciaal wat heel gewoon is in Amstelveen kan uniek zijn Alkmaar…

De juiste beleidsinstrumenten
Aan de hand van deze verschillende waardestellingen kan de gemeente vervolgens de juiste beleidsinstrumenten bepalen. Scoort de architectuurhistorische waarde hoog, dan kun je deze benoemen in een redengevende omschrijving. Is dit in mindere mate het geval, benoem dan de waarden van de diverse onderdelen van het gebouw, om hierin af te wegen wat behouden moet blijven. Wil je de bindende structuren van de wijk behouden, dan kan dit door het welstandsbeleid te verbeteren of mee te laten wegen in het beeldkwaliteitsplan. Maar ook het vaststellen van duidelijke rooilijnen, sloopregelingen en beperking van uitbouw blijken instrumenten om de bijzondere waarde van de naoorlogs wijken in Noord-Holland te beschermen.