Interview met Steven Kalverdijk (de BUCH) over het adviesrapport van de Raad voor Cultuur: ‘Archeologie bij de tijd’ 

In februari 2022 presenteerde de Raad voor Cultuur het rapport ‘Archeologie bij de tijd’. Dit rapport vloeit voort uit een motie in de Tweede Kamer om het onderdeel archeologie in de Erfgoedwet te evalueren, vooruitlopend op de evaluatie van de Erfgoedwet. De Raad voor Cultuur stelt in het rapport dat het huidige archeologiebestel op een aantal punten verbeterd kan worden: zowel de kwaliteit van onderzoek als de zichtbaarheid van archeologie staan onder druk. Het rapport is sinds de publicatie onderwerp van discussie in de archeologische beroepsgroep, provincies en het Steunpuntennetwerk. Maar het is ook belangrijk om de reactie van de spil van het bestel te horen; de gemeente. Namens het Steunpunt Monumenten & Archeologie Noord-Holland sprak Annika Blonk-van den Bercken met Steven Kalverdijk, beleidsmedewerker erfgoed & cultuurhistorie en Linda Verniers, adviseur archeologie namens NMF Erfgoedadvies voor de vier BUCH-gemeenten Bergen, Uitgeest, Castricum en Heiloo.

Archeologie in de gemeente

Het behouden van archeologisch erfgoed voor de toekomst is een van de belangrijkste punten uit het verdrag van Malta, dat ten grondslag ligt aan het gedecentraliseerde archeologiebeleid in Nederland. Gemeenten hebben daardoor een zorgplicht voor archeologie, maar nemen ook diverse rollen aan; als vergunningverlener of handhaver, maar ook als ontwikkelaar en daarmee, zoals de onderzoekscommissie van de Raad voor Cultuur stelt, als verstoorder en publieke opdrachtgever.

‘Inderdaad kan de gemeente uiteenlopende rollen hebben, van bevoegd gezag tot initiatiefnemer, maar daarnaast leven we ook in een dynamische tijd’, aldus Steven. ‘We horen en lezen het overal: er is een groot woningtekort, de klimaatverandering en hieruit voortvloeiende opgaven én de invoering van de Omgevingswet. Dat zijn veel complexe uitdagingen voor zowel initiatiefnemers als de gemeente. Met die toenemende stroom opgaven krijgt ook archeologie te maken, maar archeologie zit niet vanzelfsprekend vooraan in het proces’.

Bij de BUCH is geen gemeentearcheoloog, maar wordt expertise ingehuurd via een onafhankelijk adviesbureau, dat bij archeologische vragen voor initiatiefnemers en ambtenaren bereikbaar is. Op die manier wordt het gebrek aan capaciteit in de gemeente deels ondervangen.

Rollen

Annika: ‘Hoe ervaar jij de in het rapport aangehaalde diverse rollen van een gemeente in het archeologiebestel, en zie je daar kansen voor archeologie met de invoering van de Omgevingswet?’

Steven: ‘Mijn ervaring is dat de diversiteit van rollen geen probleem hoeft te zijn, zolang de scheiding van rollen maar duidelijk is. Bij een grotere organisatie zoals de BUCH is die scheiding er. Wat ingewikkelder blijft, is de juiste posititionering van archeologie in het vergunningenproces. Goede voorlichting en advies over archeologie in een vroeg stadium is erg belangrijk, maar de ontvanger moet die informatie wel op waarde weten te schatten.

Een ontwikkelaar, maar ook de gemeente als die zelf de rol van ontwikkelaar heeft, wil een soepel verlopend vergunningenproces om tijd en kosten te kunnen managen. De stapsgewijze en genuanceerde aanpak volgens de AMZ-cyclus zorgt ervoor dat archeologie een vreemde eend in de bijt is. Archeologie is geen onderwerp dat je ‘lekker snel kan afvinken’ en is daardoor lastig te verbinden met het vergunningen- of bouwproces. Archeologie is toch vaak een soort vervelende schoolopdracht, waarvoor je te laat met het huiswerk start. Ook gebeurt het dat een initiatiefnemer wel begint, maar tijdens het proces aarzelt om door te pakken met de AMZ-cyclus om vervolgens uitgebreid te gaan onderzoeken of archeologisch onderzoek ontlopen kan worden. Achteraf is de indruk dat men zóveel tijd, geld en energie gestopt heeft in archeologie-vermijding, dat een behoorlijk archeologisch onderzoek economisch voordeliger zou zijn geweest, zowel voor de initiatiefnemer, als ook voor de gemeente.

Het komt overigens ook voor dat een initiatiefnemer prima op tijd een archeologisch rapport heeft laten opstellen, maar de aanbevelingen voor vervolgonderzoek niet leest en daar pas achter komt ná indiening van de omgevingsvergunningaanvraag. Omdat een vergunning binnen een paar weken verleend of afgewezen moet worden, ontvangt de initiatiefnemer een vergunning met archeologische voorwaarden. De initiatiefnemer heeft dan weliswaar een omgevingsvergunning, maar kan nóg niet direct starten met bouwen. Dan wordt archeologie uiteraard als een hindermacht ervaren.

Over de omgevingswet kan veel gezegd worden, maar het biedt ook kansen. Vroegtijdige herkenning van het archeologisch belang is een sleutel tot succes; in Bergen wordt bijvoorbeeld proefgedraaid met zogeheten intaketafels. Een initiatiefnemer van een wat grotere of bijzondere ontwikkeling kan in een vroeg stadium vragen of de gemeente een bepaalde ontwikkeling wenselijk vindt. De gemeente maakt voor alle relevante disciplines een eerste inschatting en benoemt de kansen en belangrijkste aandachtspunten voor een verdere uitwerking. Hierdoor kan het belang van archeologie in een veel vroeger stadium benoemd worden, dan voorheen gebruikelijk was.’

Annika: ‘In het rapport staat de zin: “De taken die gemeenten hebben, zijn groter dan de middelen die ze er voor (over) hebben.” Hoe uit zich dat in de BUCH?’

Steven: ‘Dat klopt wel, maar er is vooral ook veel dynamiek in de leefomgeving waardoor er al snel een tekort aan menskracht ontstaat. Zoals eerder genoemd, zijn er grote opgaven zoals de implementatie van de Omgevingswet en diverse opgaven die voortkomen uit maatschappelijke veranderingen en klimaatveranderingen. Daardoor ontstaat vanzelf ook een gebrek aan capaciteit op archeologie, die je deels kunt oplossen met externe inhuur. Daarnaast hebben we (red.: collega Anne Beeksma en Steven Kalverdijk) een groot pakket aan reguliere werkzaamheden, waardoor ook het zichtbaar maken van en denken over de juiste plek om archeologie onder de aandacht te brengen er bij inschiet.’

Annika: ‘Hoe kun je iets veranderen aan deze situatie?’

Steven: ‘Voor het uitdragen van archeologie moeten we meegaan in de prioriteit die de gemeente wil stellen. In Bergen werkten we vanaf 2019 met een ambitieuze agenda. In het formatieakkoord waren drie regels opgenomen over erfgoed; archeologie stond daar niet bij. Na verloop van tijd is bovendien besloten om ons te richten op een beperkt deel van de ambities. Om archeologie op de agenda te krijgen, moeten we nu al investeren en voorsorteren op toekomstige raadsverkiezingen, zodat het onderwerp in toekomstige partijprogramma’s wordt meegenomen. Het is van belang om bestuurders en raadsleden ook te enthousiasmeren, om meer te kunnen doen aan de zichtbaarheid van archeologie en archeologie al in de bestemmingsplanfase mee te nemen’. Het is dus echt een proces van de lange adem.’

Publieksbereik

Annika: ‘De commissie benoemt in het rapport de positieve ontwikkelingen van archeologische activiteiten, depots en musea in de afgelopen vijf jaar. Maar wel zijn er veel verschillen in het publiek zelf; vooral hoger opgeleiden en mensen met een relatief hoog inkomen zijn bezoeker. De groep wordt groter, maar diversifieert weinig. Kun je dat onderschrijven?’

Steven: ‘Gevoelsmatig klopt het dat archeologie maar voor een beperkt publiek toegankelijk blijft, maar zeker weten doe ik dat niet. Soms zijn er grote publiekstrekkers die aandacht krijgen. In grotere gemeenten heeft het archeologisch nieuws bijvoorbeeld een breder bereik. In Bergen proberen we door samenwerking te zoeken met collega’s op het gebied van recreatie en toerisme ook het erfgoed meer onder de aandacht te brengen. Soms zijn er echt leuke initiatieven, bijvoorbeeld met een mooi educatief project, maar dat strandt soms op de afwezigheid van een subsidieregeling. En een subsidieregeling kan dan niet zomaar 1-2-3 in het leven geroepen worden. Het is mooi dat de provincie de zichtbaarheid van archeologie ondersteunt met de jaarlijkse uitgave van de archeoglossy door het Steunpunt; de zichtbaarheid van wethouders en de gedeputeerde in het uitdragen van archeologie is echt belangrijk.’

Annika: ‘Een advies van de commissie is om in een Programma van Eisen te verplichten om te zorgen voor voor publieksbereik. Doen jullie dit wel eens?’

Steven: ‘We stimuleren dat soms. Maar meer mag altijd. Een mooi voorbeeld is de vondst van een Russische soldaat uit 1799, gedaan in 2018. Dat verhaal hebben we wereldkundig gemaakt door middel van een smakelijk verhaal in het blad van de historische vereniging van Schoorl (Scoronlo). Afhankelijk van de bevindingen van opgravingen hebben we ook wel het facebookkanaal van de gemeente gebruikt. Een ander middel is het intranet van de gemeente; zo kunnen we het project intern ook onder de aandacht brengen. In Bergen zijn sinds kort verschillende websites die zich goed lenen om berichten te plaatsen (www.bezoek-bergen.nl; www.bezoek-egmond.nl; www.duindorpschoorl.nl). Maar wat we niet moeten vergeten is dat lang niet elk project zich leent om hierover breed te communiceren.’

Annika: ‘Hoe zou je dit aanpakken als je meer middelen en capaciteit hebt?’

Steven: ‘Als we meer middelen én capaciteit zouden hebben, zouden we BUCH-breed hier veel meer en gestructureerder werk van maken; voor participatie zorgen – wat in het Bergense trouwens ook een bestuurlijke opdracht is – en daarbij kiezen voor een organisatie die al heel veel kennis en kunde in huis heeft. Door een veel intensievere samenwerking met zo’n organisatie zouden we een mooie basisinfrastructuur maken, die uitbouwen en veel meer promoten. Huis van Hilde is zo’n organisatie.’

Vrijwilligers

Annika: ‘De commissie adviseert om een landelijke voorziening in te richten die kan zorgen voor professionalisering op het gebied van publieksbereik en participatie, bij voorkeur in samenwerking met al bestaande vrijwilligersorganisasties. Hoe pakken jullie dit momenteel aan als je behoefte hebt aan advies?’

Steven: ‘We leunen veel op lokale kennis. Omdat we bij het toetsen van archeologische rapporten merkten dat het veldwerk degelijk was maar het bureauonderzoek vaak wat ‘hap-snap’, vragen we archeologen tegenwoordig nadrukkelijk om contact op te nemen met geselecteerde lokale historische verenigingen en individuele deskundige vrijwilligers. De kennis die daar zit is enorm en kan de kwaliteit van onderzoeken, de koppeling tussen historische gegevens en het veldwerk, alleen maar verbeteren. Binnen het BUCH-gebied is Baduhenna in Heiloo bijvoorbeeld erg belangrijk voor het uitdragen van archeologie en archeologische kennis. Zij zijn bevlogen en zorgen voor een aansprekende zichtbaarheid van archeologie.’

Annika: ‘En biedt de gemeente daar al ondersteuning bij?’

Steven: ‘Binnen de kaders van het beleid doen we dat al. We beschikken in de gemeenten over enkele historische verenigingen, met in de gemeente Bergen ook een overkoepelend Erfgoedplatform BES (red.: Bergen, Egmond, Schoorl), een vrijwilligersplatform dat ondersteuning biedt op meerdere vlakken voor en door vrijwilligers. Deze partijen komen soms met mooie initiatieven naar de gemeente, waar de gemeente op kan reageren. We toetsen aan het beleid en kunnen soms initiatieven om erfgoed (of archeologie) te promoten ondersteunen via een subsidieregeling.’

Rol provincie

Annika: ‘Ten slotte adviseert de commissie in het rapport om ook de rol van de provincie in het bestel te bekijken. Hoe kijk je daar tegenaan?’

Steven: ‘Daar zou goed over nagedacht moeten worden. Een toevoeging van een partij kan inhoudelijk natuurlijk waardevol zijn, maar de lengte van een proces moet niet uit het oog verloren worden. Met de keuze destijds voor ‘het verstoorder-betaalt-principe’ ontstond mijns inziens ook de noodzaak om initiatiefnemers een overzichtelijk proces te bieden.’

Het Steunpunt bedankt Steven en Linda hartelijk voor het gesprek.

Over het rapport

De onderzoekscommissie van de Raad voor Cultuur is op zoek gegaan naar wat nodig is om het publieke belang van archeologie beter te borgen in het Nederlandse archeologiebestel. Langs vier lijnen, namelijk de vraag, het aanbod, de productie en het publiek, is een evaluatie uitgevoerd van de huidige situatie en zijn aanbevelingen gedaan voor de toekomst. Aan bod kwamen de uitvoering door archeologische opgravingsbedrijven en gemeentelijke opgravingsdiensten, de mogelijkheden voor synthetiserend onderzoek en de vertaling naar publiek. De rol van de gemeente, als spil in het bestel, neemt ook een belangrijke rol in het advies. De decentralisatie en de diverse rollen van een gemeente in het bestel zijn aan de orde gesteld. Meer lezen? Klik hier voor het rapport.

(Tekst: Annika Blonk & Steven Kalverdijk. Beeldverantwoording foto’s Steven Kalverdijk / presentatie archeoglossy Schatrijk: André Russcher; foto’s archeologie in Zuiderloo: Linda Verniers, NMF Erfgoedadvies.)