Interview met Odile Rasch, programmamanager RES Noord-Holland Noord

De RES is een strategie om in een regio tot een duurzame energievoorziening te komen op basis van besparing, duurzame elektriciteit en warmte. Hoe wordt er in de RES’en omgegaan met archeologie en cultuurlandschap?

Wat is je achtergrond?

Ik was wethouder in Bergen en daarvoor raadslid in dezelfde plaats. Daardoor ken ik de politiek- bestuurlijke verhoudingen en overlegstructuren in Noord-Holland Noord goed. Dat komt van pas in dit proces omdat we met veel verschillende overheden moeten samenwerken. Als wethouder had ik de portefeuille duurzaamheid en als raadslid organiseerde ik lokaal al energiecafés. Ik vind het heel logisch dat we de wereld duurzamer inrichten en streven naar een circulaire economie. Niet alleen in mijn werk; de hele wereld heeft het over duurzaamheid en voelt een bepaalde urgentie. Dat was acht jaar geleden écht niet zo. Dagelijks worden ook nieuwe oplossingen gevonden en dat biedt perspectief. Als programmamanager RES voor Noord-Holland Noord ben ik veel aan het uitleggen over hoe de RES in elkaar zit en hoe we met elkaar aan de slag kunnen en moeten.

Wat houdt de Regionale Energiestrategie in en wat moet het opleveren?

Feitelijk moet de RES een beeld opleveren over hoe we de overgang gaan maken naar het benutten van duurzame energiebronnen. De RES omvat drie onderdelen: ten eerste moet Nederland 35 terawattuur (TWh)aan elektriciteit op land gaan produceren. Met de huidige technologie hebben we het over wind en zonne-energie. (Op zee ligt nog een andere opgave maar daarover hoeven we het binnen de RES niet te hebben). Ten tweede moeten we in kaart brengen welke warmtevraag er is en welke warmtebronnen er zijn en als derde punt moeten we de samenwerkingsstructuren in kaart brengen.

De concept-RES – het resultaat van vele ateliers met belanghebbenden – gaat over ‘zoekgebieden’, waarbij rekening gehouden wordt met een goede ruimtelijke inpassing, de energie infrastructuur en maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak. Als voorbeeld: “In dit deel van Noord-Holland Noord willen we zoveel TWh duurzame energie gaan opwekken. Dat zou in dit gebied kunnen langs de bestaande infrastructuur.”

Na de zomer van 2020 gaan gemeenten weer in lokale ateliers met belanghebbenden aan de slag om te kijken hoe het concreter kan worden. Daarnaast wordt de concept RES getoetst door het Planbureau Leefomgeving (PBL). Dat kijkt naar de technische kant: hoeveel levert het op en kan dat wel binnen het voorstel dat er ligt, naar de omgang met de ruimte (wordt er gekeken naar gebieds-specifieke kenmerken en wordt er ingezet op meervoudig ruimtegebruik, o.a.), naar het participatietraject en naar de samenwerking. De kwalitatieve weging van het beoogde ruimtegebruik en de aansluiting bij gebieds-specifieke kenmerken wordt uitgevoerd op basis van minimale vereisten die in het afwegingskader zijn benoemd. Het PBL zal de afweging op bovenregionaal niveau maken. Hoe dit proces ingestoken gaat worden moet nog verder uitgewerkt worden.

Op basis van het advies wat uit de beoordeling komt, en de concretisering in de lokale ateliers, wordt de RES 1.0 vastgesteld. De RES 1.0, die we in 2021 moeten opleveren, is een visie tot 2030: hoeveel gaan we opwekken, hoe gaan we dat doen, waar gaan we dat doen en met wie gaan we dat doen?

De manier waarop we die visie maken, is vormvrij. De RES 1.0 zal echter een juridische basis moeten krijgen; gemeenten committeren zich aan een RES. De RES zal daarom moeten worden opgenomen in het omgevingsbeleid van een gemeente. Daarbij is het heel belangrijk dat het hele proces van de RES en de vertaling ervan in de gemeentelijke omgevingsvisies, -programma’s en -plannen zorgvuldig gebeurt.

Wie zitten er eigenlijk bij de ateliers en hoe breed wordt er uitgenodigd?

Dat is per gemeente verschillend. We adviseren de gemeentelijke RES-coördinatoren om intern zo breed mogelijk uit te nodigen. Erfgoed, monumenten en archeologie staan daarbij ook op de lijst. De gemeente verzorgt de uitnodiging voor de werksessies en de lokale ateliers. De uitnodiging voor de ateliers zal gaan naar belanghebbenden en meer georganiseerde groepen om tot een concept-RES te komen. Hoeveel ateliers er zijn is ook overal anders.

Is er tijdens de sessies en in de werkateliers aandacht geweest voor archeologie en cultuurlandschap?

Het cultuurlandschap is in de ateliers in het voorjaar wel aan bod gekomen; archeologie nog niet. Dit lijken me bij uitstek onderwerpen die in de komende regio-ateliers door de erfgoedambtenaren en het Steunpunt naar voren kunnen worden gebracht.

Wat wil je de erfgoedambtenaren meegeven als tip?

Ik zou zeggen: blijf niet afwachten, ga zo snel mogelijk op bezoek bij de RES-coördinator van je gemeente. Zorg dat je te weten komt wanneer bijeenkomsten zijn gepland en hoe je aan kunt haken. Probeer ook intensiever samen te werken met je collega´s van Duurzaamheid, RO en Economie. Probeer samen op te trekken om te komen tot een goede invulling van de RES die recht doet aan alle informatie, criteria en beleidskaders die er al zijn neergelegd op het gebied van erfgoed, economische en ruimtelijke ontwikkeling.

De komende ateliersessies zijn juist bedoeld om te zorgen dat er zoveel mogelijk inbreng is van alle betrokken disciplines. We willen nu alles gelijkwaardig op tafel krijgen om te voorkomen dat er straks nog in bestuurs- of ambtenarenoverleg achteraf andere informatie op tafel komt of andere besluiten moeten worden genomen. Dat zou geen recht doen aan het proces.

Hoe ondersteunen jullie gemeenten vanuit het RES-programma?

We proberen gemeenten te ontzorgen door informatie aan te bieden op onze website over het proces en door veel  in gesprek te gaan met gemeenten en andere stakeholders zoals landeigenaren, agrariërs en natuurbeheerders.

Medewerkers van gemeenten kunnen ook masterclasses en workshops volgen. De kennisdagen – waar we breed voor uitnodigen – worden goed bezocht en gewaardeerd. Verder ondersteunen we gemeenten bij het inrichten van de ateliers, bijvoorbeeld met werkvormen en een participatiehandreiking, alhoewel gemeenten zelf verantwoordelijk zijn voor de uitvoering en inhoud van de ateliers.

We hebben in Noord-Holland ook twee consortia die we ter ondersteuning kunnen inzetten: een heeft een technisch-economisch karakter en de tweede richt zich op landschapsontwerp. Het ontwerp consortium heeft de opdracht de deelregio’s te voorzien van inspiratiemateriaal voor de omgang met het landschap.

Gemeenten zijn nu bezig met het opstellen van omgevingsvisies. Sommige hebben al een omgevingsvisie vastgesteld. Is het ingewikkeld om de RES daar in op te nemen?

De omgevingsvisie is geen statisch document. In de ateliers in de aanloop naar de definitieve RES zal het aanpassen van een omgevingsvisie moeten worden benoemd als een mits of maar waar rekening mee moet worden gehouden. Maar er zijn gemeenten die in de Omgevingsvisie al aandacht hebben besteed aan de energietransitie, dat is een mooie kapstok om de RES te vertalen naar beleid, programma’s of omgevingsplannen.

We verzorgen als regio ook masterclasses en workshops voor ambtenaren over hoe ze om moeten gaan met de verschillende punten om te komen tot een goede RES. En hoe dit te borgen in omgevingsbeleid. Daar hoort dit ook bij.

Weet je als erfgoedambtenaar niet bij wie je terecht kunt, dan kun je dat altijd even navragen via het Steunpunt Monumenten & Archeologie Noord-Holland.

Contact met medewerkers van het Steunpunt

(Beeldverantwoording: Daniel Nicolas)