Interview met Annette Koenders: ‘Erfgoedgesprekken met de maatschappelijke wereld’

In februari 2019 startte gemeente Hilversum met het project ‘Erfgoedgesprekken met de maatschappelijke wereld’. We vroegen Annette Koenders, senior beleidsadviseur Cultureel Erfgoed en Dierenwelzijn bij gemeente Hilversum, ons hier meer over te vertellen.

Wat was de aanleiding voor het project?

De situatie was dat we overleg voerden met verschillende organisaties in wisselende samenstelling en frequenties. Meestal met één organisatie, soms twee, zaten we aan tafel, ambtelijk en/of bestuurlijk. We wilden bereiken dat we met alle organisaties die zich bezig houden met erfgoed tegelijk aan tafel zitten. Niet alleen zodat iedereen dezelfde informatie op hetzelfde moment krijgt, maar ook zodat wij als gemeente met iedereen in gesprek zijn, en ‘last but not least’, de organisaties ook met elkaar. Samen bestrijken deze organisaties het hele veld van cultureel erfgoed. Juist in de tuinstad Hilversum willen we aandacht voor alle pijlers van het cultureel erfgoed, en die met elkaar in verbinding brengen: archeologie, landschap, natuur en groen, gebouwen, collectie, immaterieel erfgoed, enzovoorts. De organisaties hebben een algemeen doel wat het erfgoed betreft, maar focussen zich ook op onderdelen en doelen. De archeologische vereniging is druk met archeologie en educatie, de natuurorganisatie richt zich primair op het landschap. Juist daarom hebben we iedereen aan tafel nodig. Onze doelstelling was het verbinden van mensen en inhoud. Projecten met elkaar uitvoeren die door de organisaties zelf naar voren worden gebracht, breed worden gedragen en gezamenlijk worden uitgevoerd. Daarmee willen we zo veel mogelijk mensen bereiken, informeren en betrekken bij het erfgoed.

Welke erfgoedinstellingen doen allemaal mee aan het project?

We hebben niet alleen (vrijwilligers-)organisaties uitgenodigd, maar ook bijvoorbeeld het Goois Natuur Reservaat en het Dudok Architectuur Centrum. We hebben gekozen voor een groeimodel: eerst de organisaties die zich zo breed mogelijk voor het cultureel erfgoed inzetten. Daarna de uitbreiding met organisaties die zich bijvoorbeeld specifiek voor een monument inzetten, zoals Stichting De Hof, die de oude begraafplaats beheert. Ook binnen de gemeente sluiten collega’s uit andere sectoren zich aan, zoals de beheerder van de Collectie Hilversum.

We hebben het voorstel voor het Erfgoedgesprek aan de organisaties gedaan, en iedereen was enthousiast. Het was heel mooi hoe goed dit werd ontvangen en hoe voortvarend het is opgepakt. Daar zijn we heel blij mee. Erfgoed is van ons allemaal en de verbindende kracht wil je samen benutten. De organisaties die mee doen zijn: Heemschut, Historische vereniging Albertus Perk, Hilversum, Pas Op!, Naerdincklant, Goois Natuurreservaat, DAC, Vrienden van het Gooi, Stichting Geopark, Tussen Vecht en Eem, Cuypersgenootschap, Stichting Steengoed erfgoed, Omgevingseducatie, en Stichting De Hof.

Het idee is dat de gemeente de gesprekken tussen de verschillende instellingen faciliteert. Wat houdt dat concreet in?

We faciliteren op meerdere manieren. Heel basic door de data, uitnodigingen en ruimten te bieden. Daarnaast bereiden we met vertegenwoordigers van de organisaties de erfgoedgesprekken voor. We hebben een werkplaatsachtige aanpak gekozen. Voor het eerste gesprek werd aan de organisaties gevraagd zich kort aan elkaar voor te stellen, met een illustratieve foto en aan te geven wat voor hen belangrijk was. Vervolgens presenteerden de organisaties waar zij aandacht voor wilden en waaraan zij bereid waren te werken. Dat moest de vorm hebben van een project. Daarna werden er twee projecten gekozen die door iedereen werden ondersteund en waaraan iedereen met elkaar wilde werken. Tenslotte hebben we de gesprekken extern laten begeleiden zodat we allemaal in de gelegenheid waren om vrij mee te doen. Het doel is: de organisaties doen de projecten met elkaar.

Wat voor rol speel je zelf in het project?

Ik voer de faciliterende rol uit. Daarnaast maak ik deel uit van de projectgroepen die voor de projecten zijn gevormd. Ik zie mijn rol als die van verbinder, meedenker en adviseur en ik maak me sterk om de projecten gerealiseerd te krijgen vanuit de mogelijkheden die de gemeente heeft. Zo hebben we de start van de projecten financieel ondersteund en zoeken we mee naar mogelijkheden, bijvoorbeeld op het gebied van communicatie en een plek in het broedplaatsenbeleid.

Levert het op wat jullie verwacht hadden?

Er zijn twee prachtige initiatieven uit gekomen: het opzetten van een fysiek erfgoedhuis en een digitaal erfgoedhuis. Beide huizen zijn gericht op het zichtbaar en beleefbaar maken van ons erfgoed en proberen zoveel mogelijk mensen te bereiken en actief bij het erfgoed te betrekken. Precies wat we voor ogen hebben.

Er zijn meer projecten ingebracht. Maar nu is het de uitdaging om deze in te bedden in de erfgoedhuizen, en dat kan heel goed. Daardoor kan er nog meer worden samengewerkt, doelen worden bereikt en uiteenlopende thema’s zichtbaar worden gemaakt, bijvoorbeeld het laten zien van de collectie, het maken van tentoonstellingen, het houden van lezingen, het bieden van een plek waar kennis en informatie over erfgoed in onze leefomgeving te vinden is.

Kun je een paar specifieke obstakels noemen waar jullie tijdens dit project tegenaan zijn gelopen (of nog lopen)?

Waar de initiatiefnemers mee te maken krijgen is een lastige start, vooral financieel. De gemeente wil dat het uit de organisaties zelf komt, de fondsen willen niet subsidiëren als de gemeente niet mee doet. De organisaties bestaan uit vrijwilligers, die missen soms mogelijkheden, en tijd. Het maken van meters en het (structureel) financieren is echt moeilijk. Om dit op te lossen hebben we een startsubsidie gegeven, en zoeken we actiever mee naar mogelijkheden en verbindingen.

Je gaf eerder aan dat het fysieke erfgoedhuis moeilijker te realiseren is. Wat zouden jullie nodig hebben om dit wat makkelijker te maken?

Voor het fysieke erfgoedhuis is een projectplan gemaakt. Het digitale erfgoedhuis Steengoederfgoed (www.steengoedgooi.nl) is al in de lucht en er wordt hard aan gewerkt. Gelukkig heeft het digitale erfgoedhuis meer subsidies weten te verkrijgen. Er wordt actief ingezet op samenwerking en verbinding. Het fysieke erfgoedhuis is afhankelijk van een plek en ook die kost geld. Dat is moeilijker te realiseren. Er zou een plek beschikbaar moeten komen waarvan de kosten te dragen zijn. Dan moeten er nog allerlei praktische zorgen het hoofd worden geboden zoals de bemensing, de beveiliging enzovoorts.

De samenwerking tussen verschillende organisaties kan een uitdaging zijn. Wat zouden gemeenten en/of de provincie kunnen doen om deze samenwerking tussen erfgoedinstellingen onderling verder te stimuleren?

Het is begrijpelijk dat het moeilijk is want de organisaties bestaan in het algemeen uit vrijwilligers en sommigen zetten zich nog voor meerdere organisaties in ook. Daarnaast hebben ze hun eigen projecten en prioriteiten. Al met al wordt er heel veel werk verzet en is het moeilijk om tijd en aandacht vrij te maken voor gezamenlijke projecten. Het is een uitdaging om meer te doen dan naar elkaar verwijzen, maar ook dat leidt tot verbinding.

Er moet niet gedacht worden dat de organisaties dit allemaal zelf met elkaar kunnen doen. Zij doen al heel veel voor ons erfgoed. De gemeenten en provincies moeten zichzelf als actieve partner zien. De slagvaardigheid is soms (financieel) moeilijk. Anderzijds moeten de organisaties ook niet steeds naar de gemeenten en provincies kijken. We moeten het met elkaar doen.

Hoe lang zal dit project nog lopen?

Ik hoop dat het Erfgoedgesprek een structureel instrument wordt om met elkaar in gesprek te zijn en voor een steeds groter netwerk zorgt. Dat we elkaar steeds weer kunnen helpen en stimuleren. Het gaat erom dat ons erfgoed en de organisaties die daarmee bezig zijn steeds zichtbaarder worden. Ik hoop dat ook het fysieke erfgoedhuis de komende tijd verder wordt ontwikkeld. In 2024 is het jubileumjaar 600 jaar Hilversum 1424-2024, en is het 150 jaar geleden dat de spoorlijn werd geopend. Hoe mooi zou het zijn als deze erfgoedhuizen dan onmisbaar zijn geworden.

(Beeldverantwoording: Fotograaf Sergé Technau, Collectie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, objectnummer 510.959)