De toekomstwaarde van herbestemming

 “Niet doen dus, zo’n eindbeeld, maar geleidelijke ontwikkeling, aan de hand van kernwaarden en bijbehorende thema’s.”

Kim Zweerink, projectmedewerker Steunpunt Monumenten en Archeologie Noord-Holland – Dag van de Herbestemming, 12 oktober 2017

Bij de herbestemming van monumenten spelen diverse belanghebbenden een rol, in de eerste plaats de eigenaar. Reden voor het Steunpunt Monumenten en Archeologie Noord-Holland om dit jaar de Dag van de Herbestemming te organiseren met als thema ‘Eigenaarschap – in de dynamiek van herbestemmen’. Niet het monumentale gebouw, maar de eigenaar of gebruiker ervan stond centraal. Wat opviel was de waarde die hier, met het oog op de toekomst, aan gekoppeld wordt. Dat het voor een eigenaar veel uitmaakt of de te herbestemmen panden in of buiten de metropoolregio Amsterdam staan werd daarbij al snel duidelijk.

Honigfabriek als waardedrager
Gastvrouw was Els Bakker, directeur van de stoer aan de Zaan gelegen Honigfabriek. In afwachting van een nieuwe bestemming biedt de Honigfabriek momenteel onderdak aan circa 80 creatieve ondernemers. De Honigfabriek stond jarenlang op de nominatie om gesloopt te worden. Gedeputeerde van de provincie Noord-Holland voor Cultuur, Jack van der Hoek, wist de zaal te verrassen: de fabriek staat nu op de nominatie voor de aanwijzing tot gemeentelijk monument. Van der Hoek wees in zijn welkomstwoord vervolgens op het gezamenlijke belang van opdrachtgever, gemeente en provincie voor het in stand houden van de ruimtelijke kwaliteiten van Noord-Holland, en het zoeken naar een gemeenschappelijk belang. De druk op het grondgebruik in de metropool Amsterdam zal, zo hoopt hij, leiden tot meer ruimtelijke kwaliteit.

Waarden versterken
Dat die ambitie er is, werd duidelijk uit het verhaal van Thijs Meijer over het Marineterrein in Amsterdam. Het Marineterrein ligt juist ten zuiden van het centraal station. Het eigenaarschap is in dit geval enigszins ongebruikelijk; het Rijk heeft met de gemeente Amsterdam een bestuursovereenkomst gesloten, en het beheer en de ontwikkeling van het gehele gebied is in handen gegeven van het Bureau Marineterrein Amsterdam. Bij de herontwikkeling van het gehele terrein is ervoor gekozen dit in kleine stappen te doen, zodat snel kan worden ingespeeld op veranderende behoeften van toekomstige gebruikers.

Illustrerend aan de hand van de verbluffend snelle opmars van het mobieltje, de Brexit, en de snelle neergang en herrijzenis van de Amsterdamse huizenmarkt, betoogde Meijer dat de wereld te snel verandert om nu al een eindbeeld neer te kunnen leggen. ‘Je kan met gebiedsontwikkeling niet op dit soort kantelmomenten reageren’, zei hij, want over 5 (!) jaar is er alweer een nieuwe behoefte. Niet doen dus, zo’n eindbeeld, maar geleidelijke ontwikkeling, aan de hand van kernwaarden en bijbehorende thema’s, was zijn boodschap. Het waren dan ook geen blinkende schetsen met woontorens die de zaal in vervoering moesten brengen, maar begrippen als vernieuwing, verbinding en focus. Overigens zijn de kernwaarden en thema’s wel weer erg van deze tijd, maar het streven naar schoonheid, aandacht en samenwerking valt alleen maar aan te moedigen.

De bijzondere (en gewilde) locatie van het Marineterrein maakt het, volgens Meijer, vooralsnog mogelijk alleen bedrijven toe te staan die aan de kernwaarden voldoen. Het is te hopen dat het lukt om die kernwaarden ondanks de economische druk vast te houden en voelbaar te maken in de ruimtelijke omgeving. Uiteraard is het spannend of dit over 5, 10 of 15 jaar heeft geleid tot een autovrije ontmoetingsplaats met hoogwaardige woningen, innovatieve bedrijven en 50/50% bebouwd/onbebouwd.

Wat is de meerwaarde van ‘identiteit’ voor een eigenaar?
In de kop van Noord-Holland is de situatie omgekeerd. Eigenaren van kerken en stolpboerderijen zijn er druk in de weer een passende en financieel haalbare herbestemming voor hun pand te vinden. Peter Oussoren spreekt als Loods Herbestemming Monumenten van de provincie Noord-Holland veelvuldig met eigenaren die, vol enthousiasme, bezig zijn een nieuwe functie voor hun pand te vinden.

Dat is niet altijd gemakkelijk in krimpgebieden. In de kop van Noord-Holland staan veel boerderijen te koop. Ze spelen een belangrijke rol in de landschappelijke kenmerken. Herbestemming is hier nog niet zo gemakkelijk en oplossingen niet direct voorhanden. Geopperd werd bijvoorbeeld om in bestemmingsplannen de functies vrijer te laten en het splitsen van de boerderijen te vergemakkelijken. De discussie spitste zich toe op de vraag of dit zo vrij mogelijk moet worden gelaten, wat herbestemming makkelijker maakt, of aan regels gebonden, zodat de monumentale waarden intact blijven.

Leidt economische groei tot meer of minder aandacht voor monumentale waarden?
In de zaal was men het niet direct eens over de waarde van erfgoed voor gebiedsontwikkeling. De financiële meerwaarde voor een eigenaar is niet meteen duidelijk; monumentale gebouwen lijken de prijzen van woningen in de omgeving te verhogen. Daar staat tegenover dat de investeringen voor vastgoedeigenaar groter zijn en de opbrengst van nieuwbouw is nog altijd groter dan van herbestemming. Daarbij, erfgoed draagt bij aan de authenticiteit van een gebied, maar niet iedereen heeft daar behoefte aan. Zo bleek uit onderzoek dat bewoners in Zaandam het liefst in een comfortabel, modern rijtjeshuis willen wonen.

De hoge grondprijzen kunnen leiden tot de durf te investeren in kwalitatieve oplossingen, die niet meteen het hoogste rendement opleveren of juist tot het snel voldoen aan de vraag. Uit de praktijk kwamen ook andere geluiden. Door de grote vraag naar woningen is er juist een tendens, om net als tijdens de wederopbouwperiode zo snel en veel mogelijk te bouwen en dreigen kwaliteit en waardering voor monumentale waarden ondergeschikt te raken aan de grote vraag uit de markt. Kortom, een dynamische tijd voor eigenaren van erfgoed.