Het interieur van IKC De Molenwiek in maart 2019

De naoorlogse school als aantrekkelijk erfgoed

Duizenden naoorlogse schoolgebouwen dreigen te worden gesloopt. Dat is ongewenst, want zo gaat waardevol onderwijserfgoed verloren. Het is ook onnodig. Deze jong historische scholen kunnen uitstekend worden aangepast aan het gebruik van de toekomst. Dat vereist een tijdige inzet vanuit het erfgoedperspectief, en het biedt een unieke kans om een groot publiek laagdrempelig bij erfgoed te betrekken. ‘De Molenwiek Dalton’ in Haarlem laat zien hoe het kan.

De basisschool Molenwiek Dalton in Haarlem Schalkwijk ziet er gloednieuw en toch vertrouwd uit. Vanuit het gebouw kijk je uit over een volwassen buurtpark, het pand is licht en ruim en het straalt optimisme uit. Kinderen, leerkrachten en ouders voelen zich er thuis.

Met het ontwerp voor deze school is sinds 2019 een indrukwekkende prijzenkast gevuld. Het is bekroond met de architectuurprijs van de gemeente Haarlem (de Lieven de Key Penning), het is landelijk genomineerd voor de Architectenweb Award voor Schoolgebouw van het Jaar én voor de Dutch Design Award, en het is opgenomen in het nieuwste Jaarboek Architectuur in Nederland.

Dit is des te verrassender omdat de Molenwiek Dalton in feite een schoolgebouw uit 1975 is dat nog niet zo lang geleden op de nominatie stond om te worden gesloopt. Sterker, de gemeente Haarlem wilde álle scholen in het naoorlogse Schalkwijk slopen en vervangen door nieuwbouw.

Haarlem kwam tot inkeer en besloot de bestaande scholen waar mogelijk te behouden en waar nodig te renoveren of te transformeren. Dit was een spectaculaire koerswijziging. Het jonge erfgoed bleef behouden en het werd uitgangspunt voor de scholen van de toekomst.

De gemeente Haarlem vroeg ons, de stichting Mevrouw Meijer, om voor veertien scholen de onderwijskundige, technische, financiële en architectonische mogelijkheden van zo’n transformatie te onderzoeken. Wij lieten zien dat sloop in geen enkel geval noodzakelijk was. De meeste scholen konden met bescheiden ingrepen weer tientallen jaren mee.

De Molenwiek Dalton werd het meest rigoureus aangepakt, vooral omdat de populaire school een uitbreiding nodig had. Korth Tielens Architecten maakte het ontwerp dat overtuigend toont hoe ‘jong erfgoed’ een schitterend tweede leven kan krijgen, in plaats van botweg te worden gesloopt.

Dat is goed nieuws voor scholen. Het is ook goed nieuws voor iedereen die het naoorlogs erfgoed ter harte gaat en meer greep wil krijgen op het lot van historische schoolgebouwen.

IKC De Molenwiek in maart 2019
Tienduizend scholen

Er staan ongeveer tienduizend schoolgebouwen in Nederland. De helft is naoorlogs. Vele scholen, gebouwd tussen 1945 en 1985, vallen in de categorie ‘jong erfgoed’. Ze staan in iedere gemeente in Nederland, vaak met tientallen tegelijk. De toekomst van dit jonge onderwijserfgoed gaat dan ook iedereen aan die op gemeentelijk of provinciaal niveau betrokken is bij erfgoedbeleid.

Schoolgebouwen behoren tot de meest kenmerkende gebouwtypen uit iedere historische periode. Het is laagdrempelig erfgoed, waarmee alle schoolgangers – en daarmee dus iedereen – een band heeft. Schoolarchitectuur is kenmerkend voor maatschappelijke idealen, voor de mate van vertrouwen in de toekomst, voor dat wat de heersende generatie over heeft voor de volgende generaties. Scholen zijn hiermee bij uitstek cultuurhistorische bakens.

Dit geldt niet alleen voor de architectonische toppers op de monumentenlijst, maar juist ook voor de ‘alledaagse’ schoolgebouwen. Zij zijn voor miljoenen kinderen-van-nu en kinderen-van-vroeger een lieu de mémoire, een plaats vol individuele en collectieve herinneringen.

En toch wordt er verbijsterend nonchalant met schoolgebouwen omgegaan. Het is in de scholenbouwwereld een volkomen geaccepteerd gebruik om scholen te slopen of af te stoten zodra ze boekhoudkundig zijn afgeschreven, dat wil zeggen na circa veertig jaar. Honderden wederopbouwscholen zijn onnodig gesloopt. Hetzelfde dreigt voor talloze scholen uit de Post 65 periode.

Steeds worden dezelfde argumenten aangevoerd: gebouwen van veertig jaar geleden zouden ‘gedateerd’ zijn, of ‘ongeschikt voor het onderwijs van nu’, of ‘niet duurzaam’, of ‘te duur in exploitatie’, of ze zouden ‘te weinig uitstraling’ hebben.

De argumenten worden vaak opgeschreven door adviesbureaus en overgenomen door gemeenten en schoolbesturen, zonder kritische vragen. Ten onrechte. Want geen van deze argumenten blijft bij serieuze beschouwing overeind.

Het probleem is dat een serieuze beschouwing meestal achterwege blijft of te laat komt. Het probleem is ook dat veel factoren die in de afweging aan de orde zouden moeten komen, buiten beschouwing blijven. Zoals de maatschappelijke en cultuurhistorische betekenis van deze naoorlogse scholen.

Het zou logisch zijn om het erfgoedperspectief mee te laten wegen bij grote ruimtelijke en sociale ingrepen, inclusief het lot van scholen, maar dat gebeurt zelden. Als de afdeling Erfgoed al te horen krijgt dat er karakteristiek jong erfgoed dreigt te worden gesloopt, dan gebeurt dat meestal als er niets meer aan gedaan kan worden.

Dit ligt voor een deel aan de systematiek en de dynamiek van de onderwijshuisvesting. Het kan ook liggen aan een tekortschietende communicatie tussen de gemeentelijke afdelingen onderwijshuisvesting en erfgoed. Gelukkig kan dit verrassend eenvoudig worden verholpen. Bijvoorbeeld met als referentie een aansprekende voorbeeld als de Molenwiek Dalton.

Erfgoedperspectief

Hoe kunnen erfgoeddeskundigen meer invloed krijgen op een zorgvuldige behandeling van naoorlogse schoolgebouwen? Vier adviezen.

  1. Zorg dat je bovenop de onderwijsplanvorming zit

Onderwijshuisvesting is (in het basisonderwijs) een gedeelde verantwoordelijkheid van schoolbesturen en de gemeente. Als kader stelt de gemeente eens per 5 jaar een meerjarenplan op voor onderhoud, renovatie en eventueel nieuwbouw. Dat is het Integraal Huisvestingsplan (IHP).

Voor het IHP worden alle schoolgebouwen geïnventariseerd. Anders dan de naam suggereert, is het geen ‘integraal’ oordeel. De nadruk ligt op technische aspecten, exploitatie en leerlingenprognoses. Er is nauwelijks aandacht voor sociale en cultuurhistorische waarden.

Het kan anders. Zorg dat de afdeling Erfgoed samen met Onderwijs vanaf het begin bij het IHP-proces betrokken is voor het erfgoedperspectief. Verbreed het verder met inbreng vanuit duurzaamheid, stedenbouw, groen, sport en participatie. Zo kan een ander type inventarisatie ontstaan, die werkelijk integraal is en recht doet aan de veelvormige betekenis van scholen in de samenleving.

  1. Maak scholen onderdeel van je kennis van jong erfgoed

Veel gemeentelijke erfgoedafdelingen inventariseren het jongere architectonisch en stedenbouwkundig erfgoed. De Wederopbouwtijd, tot circa 1965, wordt in beeld gebracht en ook de volgende periode dient zich aan, de periode 1965-1985 die ook wel ‘Post 65’ wordt genoemd.

Voor het Post 65-erfgoed liggen er nog veel inhoudelijke, beleidsmatige en praktische vragen. Cruciaal is de vraag hoe om te gaan met ‘gewoon’ erfgoed, dat niet in aanmerking komt voor een monumentenstatus maar evenmin vogelvrij voor de slopershamer zou moeten zijn. Hoogwaardige renovatie en transformatie zijn veelbelovende tussenvormen die concrete uitwerking verdienen.

In de erfgoedwereld is tot nu toe weinig aandacht voor naoorlogse schoolgebouwen; minder dan bijvoorbeeld voor woningbouw en kerken. En dat terwijl de ontwerpcultuur voor scholen destijds op een zeer hoog niveau stond. Zien we ze over het hoofd juist doordat ze zo vanzelfsprekend zijn? Of omdat ze nog iedere dag volop in gebruik zijn?

We doen het erfgoed te kort als we het onderwijskundig erfgoed niet meenemen. Deze scholen zijn ontworpen in samenhang met de wijken waarin ze staan, zo hebben ze jaren gefunctioneerd, en in ieder Post 65-erfgoedbeleid verdienen ze een  centrale plaats.

  1. Benut de lage drempel van de school

Er is nog een reden om schoolgebouwen tot speerpunt van erfgoedbeleid te maken. De erfgoedsector wil graag een groter publiek bij cultuurhistorie betrekken. Dat is niet altijd gemakkelijk. Maar juist scholen bieden uitstekende mogelijkheden.

Een schoolgebouw is een laagdrempelig collectief gebouw. Iedereen heeft op school gezeten en herinnert zich levendig klasgenoten, leerkrachten en de conciërge, maar ook de ruimten binnen de school en eromheen. Sensaties als kleuren, geuren en lichtval brengen herinneringen naar boven. De school is, na de eigen woning, de eerste intense ervaring van kinderen met de gebouwde omgeving. Scholen vormen daarom een aantrekkelijk startpunt om mensen te betrekken bij erfgoed.

  1. Benut de kracht van goede voorbeelden

Dit zijn enkele ingrediënten voor een nieuwe, vitale erfgoedcultuur rond schoolgebouwen. Om ze uit te werken zijn nieuwe vormen van kennis en praktische tools nodig; daarover vertelt Mevrouw Meijer graag meer. Ook is een lange adem en het vermogen tot coalitievorming nodig; die heeft een toegewijd cultuurhistoricus van nature.

En tenslotte wijzen inspirerende voorbeelden de weg. Voor historische voorbeelden van intelligent ontworpen scholen kan iedereen in de eigen gemeente op zoek. En voor een prachtige transformatie van een bestaande school hoef je niet verder dan Haarlem: de Molenwiek Dalton. Komt dat zien!

Verder lezen, verder kijken

De hoofdrolspelers vertellen hun verhaal in een korte film.

Publicaties over de Molenwiek Dalton:

  • Laura van Baars, ‘Gun oude gebouwen herkansing’, in: Trouw, 15 april 2015
  • Hannema, Kirsten, ‘Schoolvoorbeeld’, De Volkskrant, 2 aug 2019.
  • Hannema, Kirsten, ‘Mevrouw Meijer renoveert scholen’, ArchitectuurNL, nr. 3, 2019.
  • Arbeek, Sibo, ‘Meer keuze levert betere inzichten op’, Schooldomein, december 2019
  • Hoeven, Ivo van der, ‘De Molenwiek, een prachtig visitekaartje’, Vastgoedsturing, nr. 14, maart 2020

Alle publicaties zijn te lezen op de website van stichting Mevrouw Meijer.

(Tekst: Wilma Kempinga, beeld: Peter Tijhuis)