Het beschermde stadsgezicht van Enkhuizen voorzien van gefotoshopte zonnepanelen

Zonnepanelen op monumenten en in beschermde gezichten, een gewenste situatie of niet?

Veel mensen willen bijdragen aan het tegengaan van de klimaatverandering. Maar verduurzamingsmaatregelen staan vaak op gespannen voet met de cultuurhistorische waarden van monumenten en beschermde stads- en dorpsgezichten. Zo kun je je afvragen of het plaatsen van zonnepanelen de beste manier is om vaak kwetsbare monumenten te verduurzamen, en of zonnepanelen het beeld verstoren van de beschermde stads- en dorpsgezichten.

Reden van bescherming

De door het Rijk aangewezen monumenten en beschermde stads- en dorpsgezichten hebben met elkaar gemeen dat zij bepaalde bijzondere cultuurhistorische waarden hebben waarvan wij vinden dat ze de moeite van het behouden waard zijn. Bij monumenten gaat het dan om objecten an sich, bij de stads- en dorpsgezichten eerder om structuren en de onderlinge samenhang. Een van de gevolgen van een dergelijke bescherming is dat bij een wijziging aan het monument of in het beschermde gezicht, door de initiatiefnemer een vergunning moet worden aangevraagd. Dit geldt ook voor de plaatsing van zonnepanelen.

Hoewel de Rijksoverheid en andere autoriteiten op het gebied van de duurzaamheidsopgave, zoals het Duurzaam Bouwloket, stellen dat een goede isolatie de belangrijkste stap is in het verduurzamen van een woning, lijken veel woningeigenaren de voorkeur te geven aan het plaatsen van zonnepanelen. Dit terwijl het toepassen van bepaalde energiebesparende maatregelen, zoals het dichten van kieren en het toepassen van LED verlichting, vaak minder gevolgen heeft voor het gebouw. Het idee lijkt te bestaan dat het plaatsen van zonnepanelen de beste manier is om aan de duurzaamheidsopgave bij te dragen.

Er wordt niet voldoende gerealiseerd wat hiervan de impact is op bijvoorbeeld de vaak kwetsbare daken van een monument of wat de gevolgen zijn voor de openbare ruimte van beschermde gebieden. Van gemeenten krijgt het Steunpunt signalen dat de druk die burgers voelen om hun bijdrage te leveren aan het behalen van de klimaatdoelstellingen steeds hoger wordt. Ook monumenteneigenaren willen bijdragen aan de duurzaamheidsopgave en ook zij moeten hun schouders eronder kunnen zetten. Het verduurzamen van een monument of beschermd gezicht vergt alleen meer maatwerk en expertise dan bij een moderne(re) woning. Ieder monument en beschermd gezicht is immers anders en brengt zijn eigen geschiedenis mee. De volgende casussen maken dit duidelijk.

Noord-Hollandse gemeenten

Enkhuizen

Bijna de gehele oude kern van Enkhuizen is aangewezen tot beschermd stadsgezicht. Het dakenlandschap is hier karakteristiek en bestaat uit verschillende vormen en materialen. In de welstandsnota is vastgelegd dat zonnepanelen aan de voorzijde van de woning niet zijn toegestaan, maar wel op het zij- en achterdakvlak, én dat ze niet zichtbaar mogen zijn. Dit beleid is gebaseerd op het openhouden van de zichtlijnen. Het probleem waar de gemeente tegenaan loopt is dat de achterdakvlakken vaak in het zicht liggen en de panelen door de verschillende goothoogten en dakvlakken toch zichtbaar zijn.

De discussie binnen de gemeente gaat over het spanningsveld dat is ontstaan tussen de vaste regels en het variabele beeld. Moet de gemeente vasthouden aan bestaand beleid of gaat zij mee bewegen? Een argument om zonnepanelen toe te staan zou kunnen zijn dat ze beschouwd kunnen worden als een nieuwe hedendaagse toevoeging aan de gelaagdheid van de geschiedenis van de stad. Maar wat doet deze hedendaagse toevoeging met het beeld van de stad? (zie bovenstaande foto).

Hilversum

Tuinwijk-Oost is een volkswijk die is ontworpen door de architect Dudok. Cultuurhistorisch van waarde zijn de daken die zorgen voor eenheid en samenhang in de ritmiek. In de aanwijzing tot beschermd gezicht zijn de “gesloten, hoog opgetrokken dakvlakken” specifiek genoemd. De gemeente heeft het standpunt dat zonnepanelen op het voordakvlak mogelijk zijn, mits dit geen aantasting betekent én het historisch materiaal behouden blijft.

Onlangs is er een aanvraag ingediend voor plaatsing van zonnepanelen op het voordakvlak van één van de woningen. In het voorstel worden zwarte panelen voorzien van zwarte randen op het rode pannendak geplaatst. Over deze aanvraag buigen zich twee adviescommissies: het gemeentelijke omgevingsteam en de commissie ruimtelijke kwaliteit. Het omgevingsteam ziet het voorstel als een aantasting van de eenheid maar ook als een kans om een hele rij zonnepanelen aan te brengen over meerdere dakvlakken waardoor de eenheid binnen het complex behouden blijft. Wel vraagt zij zich af of je akkoord moet gaan met zwarte panelen op rode daken terwijl de ontwikkelingen zo snel zijn gegaan dat rode panelen ook mogelijk zijn. De commissie ruimtelijke kwaliteit adviseert negatief, zij streeft een rustig beeld na en ziet de zonnepanelen als verrommeling van het beeld.

Interessant is dat in dezelfde wijk ook nieuwbouw is gepleegd in de stijl van Dudok: ‘Dudok revisited’. Het zou een oplossing kunnen zijn de historische dakvlakken te ontzien door de zonnepanelen daar op de nieuwe daken  te plaatsen en te zorgen dat de opgewekte energie over de hele wijk verspreid wordt.

Schagen

De Christoforuskerk in Schagen is een Rijksmonument. De kerk wil graag verduurzamen door meerdere duurzaamheidsmaatregelen, waaronder de plaatsing van zonnepanelen. Deze worden geplaatst op het lage zijdakvlak dat met leien is bedekt. De RCE adviseerde negatief over de aanvraag omdat de dakbedekking onderdeel is van de bescherming en leien kwetsbaar zijn. Voor de gemeente ligt het anders. Zij heeft begrip voor de hoge exploitatiekosten van het kerkbestuur en ziet het aanbrengen van de panelen op leien als een reversibele ingreep.

Vergunning

In het traject naar de vergunning is de monumentenambtenaar het eerste aanspreekpunt. Hij of zij is degene die de aanvragers van een juist advies dient te voorzien. Veel ambtenaren zijn zich ervan bewust dat sommige monumenten uiteindelijk niet in aanmerking komen voor het plaatsen van zonnepanelen. Een eerste gesprek zou duidelijk moeten maken dat er nog meer en andere oplossingen zijn. Wat hierbij kan helpen is dat per gemeente eerst onderzocht wordt wat de prognoses zijn voor het rendement en waar de meeste opbrengsten gehaald kunnen worden.

Hoewel de gemeente vergunningverlener is dient zij zich te baseren op de richtlijnen van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). Een van de voorwaarden die de RCE stelt is dat het aanbrengen van panelen op een monument de constructie en de historische materialen niet mag aantasten. Bij beschermde gezichten gaat het dan om het karakter en de ruimtelijke beleving. De RCE is terughoudend in de advisering over daken met bijzondere vormen, waarbij historische en kwetsbare leien of bijzondere dakpannen zijn gebruikt, zoals bij de kerk in Schagen. In beschermde gezichten moet er bijvoorbeeld rekening mee gehouden worden dat ook het historische dakenlandschap beschermd is.

Alternatieven

Zonnepanelen zijn wat ons betreft niet altijd en overal gewenst. Er gaan zelfs stemmen op om dan maar het hele monumentenbezit in Nederland te ontzien en goed te onderzoeken waar ze wél geplaatst kunnen worden. Ook de ontwikkelingen op het gebied van alternatieve toepassingen gaan snel. Zo zijn er folies – waarin een dunne laag zonnecellen is verwerkt – die zowel op daken als op gevels kunnen worden aangebracht en zijn er onlangs panelen op de markt gekomen waarop iedere gewenste print kan worden afgedrukt. Hierdoor zijn ze minder opvallend en niet of nauwelijks zichtbaar.

Collectieve oplossing?

Eigenaren nemen nu zelf het initiatief maar ligt de oplossing niet bij het collectief? Gemeenten kunnen zich pro-actiever opstellen en een rol spelen in het ondersteunen van collectieve oplossingen in plaats van het faciliteren van allerlei individuele ingrepen. Zij kunnen de huidige constructies zoals subsidie verlenen, kennis bundelen of het voeren van (voor initiatiefnemers kosteloze) keukentafelgesprekken opnemen in lokaal beleid. Het landelijk beleid zou ook kunnen worden aangepast, bijvoorbeeld door de postcoderoosregeling te  verruimen. Door de panelen te plaatsen op industrieterreinen of langs snelwegen kunnen de cultuurhistorisch waardevolle gebieden worden ontzien. En omdat deze plekken openbaar zijn kan iedere burger zo tóch z’n steentje bijdragen aan de energietransitie.

Dit artikel is geschreven op basis van gesprekken die zijn gevoerd tijdens een bijeenkomst van het Erfgoedteam op 2 oktober in Alkmaar. Hierbij waren zowel ambtenaren van gemeenten, de provincie als de RCE aanwezig samen met erfgoed adviseurs van MOOI Noord-Holland en het Steunpunt. Lees hier het verslag.