FAQ Archeologie

 

Bekijk hier veelgestelde vragen binnen het thema archeologie. Je kunt altijd contact met ons opnemen via het loket.

Gemeente en beleid

Wat leg je vast in archeologiebeleid

In de meeste gevallen is archeologiebeleid gericht op het behoud van archeologische waarden in de bodem en op het beter zichtbaar en beleefbaar maken van archeologie. In het archeologiebeleid leg je vast hoe je dit als gemeente gaat regelen. Belangrijke middelen zijn de archeologische verwachtingen- en beleidskaart, toezicht op archeologisch onderzoek en vooral het zorgen dat in werkprocessen vroegtijdig rekening gehouden wordt met archeologie. In het beleid kan je ook vastleggen op welke manier archeologie verbonden kan worden met andere opgaven.

Wat betekent bevoegde overheid? Wie is de bevoegde overheid?

De overheid die de vergunning verleent is de bevoegde overheid. In de meeste gevallen is dat de gemeente. De bevoegde overheid besluit of het nodig is om archeologisch vooronderzoek te doen en vervolgens over de omgang met behoudenswaardige archeologische vindplaatsen. De bevoegde overheid ziet toe op de kwaliteit van het onderzoek o.a. door programma’s van eisen voor onderzoek te toetsen of zelf op te stellen en door de rapportages van onderzoek te toetsen. De bevoegde overheid is ook verantwoordelijk voor de bestuursrechtelijke handhaving van de vergunning.

Wat is de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA)?

In de archeologische beroepsgroep gelden de normen en kwaliteitseisen voor uitvoeringswerkzaamheden. De KNA is een verplichte norm voor alle instellingen en personen die werken binnen de gravende archeologische monumentenzorg in Nederland. Het gaat daarbij onder meer om: veldonderzoek, opgraven, registreren, deponeren van vondsten en de archeologische begeleiding van projecten. [Meer informatie op de website van de SIKB]

Wat is een gemeentelijk monument?

Een gemeente kan besluiten een bijzonder pand of archeologische locatie op de gemeentelijke monumentenlijst te zetten. Dit gebeurt als een pand van plaatselijk of regionaal belang is of wanneer er een belangrijke archeologische vindplaats wordt ontdekt. Bij gemeentelijke monumenten staat het behoud van de monumentale waarde voorop. Er gelden dan ook extra regels voor de zorgvuldige omgang met monumenten en er zijn subsidiemogelijkheden voor het onder andere het onderhouden van het monument.

De gemeente legt haar monumentenbeleid vast in de gemeentelijke monumentenverordening. Als de Omgevingswet in werking is, wordt dit beleid vastgelegd in het Omgevingsplan.

Bekijk het monumentenbeleid per gemeente

Hoe waarborgt de gemeente kwaliteit van archeologisch onderzoek?

Voor een goede kwaliteit van vergunningverlening is een goede kwaliteit van archeologisch onderzoek nodig. Een gemeente zal er dus op toezien dat alles waarop de KNA van toepassing is  volgens die norm uitgevoerd. Het vraagt deskundigheid om daarbij te kiezen voor onderzoeksmethodes en -vraagstellingen die passen bij de betreffende locatie en om de bijbehorende stukken op waarde te schatten. Veel gemeentes zonder ‘eigen’ archeoloog zullen daarvoor een adviseur inhuren.

Waaraan moet de onderbouwing van een archeologische verwachting voldoen?

De archeologische verwachting moet gebaseerd zijn op expliciete en specifiek lokale archeologische en bodemkundige informatie.

Wat houdt archeologische begeleiding in?

Normaal gesproken wordt een inventariserend veldonderzoek of een opgraving gedaan. De bevoegde overheid besluit over de manier waarop archeologisch onderzoek wordt uitgevoerd.

Alleen in uitzonderlijke gevallen zal een gemeente kiezen voor de variant ‘archeologische begeleiding’. Bijvoorbeeld als er een kleine ontgraving is gepland in een gewaardeerde vindplaats of als er ondergrondse delen van een gebouw gesloopt moeten worden voordat het reguliere onderzoek kan starten. De archeoloog registreert vondst- en spoorgegevens van een vindplaats, tijdens de uitvoering van de civieltechnische werken. De begeleiding kan de vorm en doelstelling hebben van een inventariserend onderzoek, of van een opgraving.

Energietransitie en archeologie

Meer informatie kunt u vinden in dit artikel over de energietransitie en archeologie op de Steunpunt website.

Bodemdaling en archeologie

Meer informatie kunt u vinden in dit artikel over bodemdaling en archeologie op de Steunpunt website.

Archeologie en publiek

Archeologie is voor het publiek, maar om met Johan Cruijff te spreken, je gaat het pas zien als je het doorhebt. Gelukkig zijn er veel manieren waarop je de archeologische rijkdom van een gebied kan delen met inwoners en toeristen. Dat gaat van kleine en tijdelijke projecten zoals open dagen bij een opgraving en verhalenwedstrijden tot lespakketten voor de plaatselijke scholen, en het opnieuw zichtbaar maken van oude kasteelfunderingen met van alles er omheen. De mogelijkheden zijn eindeloos, en waarvoor je kiest hangt natuurlijk ook af van het doel dat je wil bereiken.

Enkele recente voorbeelden zijn:

-Erfgoed gezocht: vanachter de computer zoeken burgers mee naar grafheuvels en dragen zo bij aan wetenschappelijk onderzoek.

-Langs de roltrappen van metrostation Rokin in Amsterdam is een permanente tentoonstelling van vondsten die gedaan zijn tijdens de aanleg van de metro.

-In de Leidsche Rijn is een multifunctioneel cultuurpark aangelegd met onder ander een theater, tentoonstellingsruimte en stadsboerderij aangelegd waarbij het hoofdgebouw een interpretatie is van een Romeins fort dat precies op die plek stond.

Voor ontwikkelaars

Wanneer moet je als particuliere ontwikkelaar rekening houden met archeologie?

De gemeente zal bij de aanvraag van een vergunning voor deze werkzaamheden toetsen of er rekening gehouden moet worden met de kans dat er een archeologische vindplaats aanwezig is. Dat wordt getoetst aan het bestemmingsplan of de archeologische verwachtingen- en beleidskaart. Bestemmingplannen kunnen worden ingezien via www.ruimtelijkeplannen.nl. De beleidskaart van de gemeente staat vaak op de gemeentelijke website.

Meestal is in het bestemmingsplan vastgelegd dat je bij een grondingrepen groter dan een bepaalde oppervlakte en vanaf een bepaalde diepte bij de vergunningaanvraag een rapport moet aanleveren waarin de archeologische waarde van het terrein voldoende is vastgesteld. De oppervlakte en diepte passen bij de archeologische verwachting van het terrein.

Bij het aanvragen van een vergunning via het OLO moet je zelf aanvinken of je een archeologisch rapport moet aanleveren.

Bij grotere projecten is meer afstemming met de gemeente nodig. Afhankelijk van de omvang en locatie van de ontwikkeling kan het een meerwaarde zijn om al in de ontwerpfase van het project een goed zicht te hebben op de aanwezige cultuurhistorische waarden, waardoor de ruimtelijke kwaliteit kan worden versterkt. Ook voor het behoud van archeologie in de bodem is een vroegtijdige archeologische waardering van het terrein belangrijk. Zo kan archeologie onderdeel zijn van het participatietraject.

Voor alle projecten, groot en klein, geldt dat het raadzaam om tijdig in overleg te gaan met de gemeente, liefst nog voordat er een ontwerp ligt. Laat u informeren over de voorwaarden en mogelijkheden op het gebied van archeologie. In sommige gevallen kan door een andere wijze van fundering of een ander ontwerp, archeologisch onderzoek niet nodig blijken te zijn. En anders kunt u in uw begroting en planning tijdig rekening houden met de archeologie.

Welke stappen doorloopt een archeologisch onderzoek?

Een archeologisch onderzoek begint doorgaans met een bureauonderzoek. Hierin wordt geschreven wat de archeologische verwachting is van een gebied: welke soorten vindplaatsen verwacht kunnen worden, hoe diep deze verwacht worden en of de bouwplannen deze resten onevenredig verstoren.

Als je een vergunning aanvraagt moet dit bureauonderzoek worden meegeleverd aan de gemeente. De gemeente besluit of een vervolgonderzoek nodig is. Dit is dan meestal een booronderzoek of een proefsleuvenonderzoek. Uit dit onderzoek moet blijken wat de archeologische waarde is van het terrein en of er maatregelen moeten worden genomen om de archeologische waarden te beschermen. Het onderzoek (rapport) waarin de waarde van de vindplaats is vastgesteld is indieningsvereiste bij de vergunning. Opnieuw besluit de gemeente (of een andere vergunningverlenende overheid) wat de vervolgstappen zijn, dus of verder onderzoek in de vorm van een opgraving, of andere maatregelen nodig zijn. De gemeente kan dan een vergunning verlenen onder de voorwaarde dat er verder archeologisch onderzoek wordt gedaan of dat er maatregelen worden genomen om de archeologische resten in de bodem te bewaren.

Wat betekent ‘archeologievriendelijk bouwen’?

Archeologische waarden bevinden zich ‘in situ’ in de bodem. Als er gebouwd wordt, wordt in het algemeen ook de bodem verstoord. Om ervoor te zorgen dat archeologische waarden op een goede manier in de bodem bewaard kunnen blijven, kunnen er maatregelen worden getroffen om de invloed van de bouw zo klein mogelijk te maken. We spreken dan van archeologievriendelijk bouwen. De RCE heeft een handreiking archeologievriendelijk bouwen .

Als de geplande bodemverstoring beperkt blijft tot het slaan van heipalen kan het gunstig zijn om een archeologievriendelijk heipalenplan te gebruiken voor het geplande gebouw of werk. Als je hiervoor kiest, kan in sommige gevallen het archeologische onderzoek geheel achterwege blijven. Archeologievriendelijk bouwen is altijd maatwerk, waarvoor overleg met de bevoegde overheid nodig is. Richtlijnen voor een archeologievriendelijk palenplan staan..

In welke gevallen moet er bij ophoging rekening gehouden worden met archeologie?

Een manier om archeologische resten in de bodem te beschermen is ophoging. Dat is echter niet in alle gevallen mogelijk en wenselijk. Daarom is het in bestemmingplannen vaak ook verboden om terreinen op te hogen zonder archeologische toets. In zettingsgevoelige bodems, met name veen, kunnen vondsten en sporen worden samengeperst of samenhang verliezen, waardoor informatie verloren gaat. Zandgronden zijn over het algemeen minder gevoelig voor zetting. Soms is ophogen ook niet geschikt omdat hoogteverschillen onderdeel kunnen zijn van een cultuurhistorische waarde.

Hoe vind ik een bedrijf dat bevoegd is voor het uitvoeren van archeologisch onderzoek?

Op sikb.nl staat een lijst met bedrijven die opgravingen mogen verrichten in heel Nederland. Deze bedrijven zijn gecertificeerd en voldoen aan de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie.

Hoe werkt het archeologisch proces bij rioolaanleg?

Of archeologisch onderzoek nodig is bij het aanleggen of vervangen van een riool is van verschillende zaken afhankelijk. Ten eerste is van belang om te controleren of er een nieuwe bodemverstoring optreedt, of dat het nieuwe riool geheel in een bestaande sleuf gelegd wordt. In het laatste geval is onderzoek meestal niet nodig. Als er wel een nieuwe bodemverstoring plaatsvindt, wordt vervolgens gekeken of er volgens het bestemmingsplan of de archeologische beleidskaart aanleiding is voor onderzoek. Dit is afhankelijk van de archeologische verwachting van het terrein waar het riool wordt aangelegd. De eerste fase van onderzoek is bureauonderzoek.

Als besloten is dat gravend onderzoek nodig is, komt het aan op maatwerk, een goede planning en overleg. Vanwege de relatief beperkte verstoring wordt wel gekozen voor een onderzoek volgens de variant archeologische begeleiding tijdens het civiele werk. De rioolaanleg en het archeologische onderzoek vinden dan min of meer tegelijkertijd plaats in een smalle diepe sleuf, met alle risico’s van dien. Deze methode kan het best worden beperkt tot die delen van het tracé waar het echt niet anders kan. Voor de overige delen kunnen de gebruikelijke onderzoeksmethodes worden ingezet, waarna de civiele werkzaamheden ononderbroken kunnen worden uitgevoerd.

Archeologische vondsten

Hoe zit het met de regels voor metaaldetectie in de Erfgoedwet?

Metaaldetectie is in de nieuwe erfgoedwet niet meer verboden.

Sinds de invoering van de Erfgoedwet is het opgraven en meenemen van metalen voorwerpen uit de bouwvoor officieel toegestaan. De bovenste 30 cm van de bodem worden gerekend tot de bouwvoor. Er zijn echter wel voorwaarden. Metaaldetectie blijft verboden op een archeologisch monument, in het water en op een terrein waar een opgraving bezig is. Daarnaast moet je altijd toestemming vragen van de grondeigenaar. Gemeenten kunnen voor het hele grondgebied of voor bepaalde terreinen een metaaldetectieverbod opnemen in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV).  Eventueel kunnen criteria worden vastgelegd waaronder het mogelijk is om een ontheffing op dit verbod te verlenen.

Veel informatie over het melden van vondsten, (gedrags-) regels en allerlei andere relevante zaken zijn te vinden in de folder Metaaldetectie in Nederland van het project Portable Antiquities of the Netherlands.

Magneetvissen naar archeologische voorwerpen is niet gelegaliseerd. Deze mogen niet uit het water worden meegenomen of verplaatst.

Vondstmeldingen

Vondstmeldingen komen in vele soorten en maten. De wind blaast botresten bloot in de duinen, een detectoramateur vindt een schat in een akker of er komen bij de aanleg van een kelder vondsten naar boven. Elk van deze genoemde voorbeelden vraagt om een andere aanpak. Als er direct actie nodig is om een vindplaats veilig te stellen kan het best contact opgenomen worden met de gemeente.

Als er menselijke resten worden aangetroffen, moet dat in de eerste plaats aan de politie worden gemeld. Dat geldt ook bij de vondst van wapens en munitie. Als blijkt dat het een archeologische vondst is, dan moet deze zo snel mogelijk worden gemeld bij het provinciaal depot voor bodemvondsten (023-5144514) Of is dit alleen in het duingebied? En stelt het depot de gemeente op de hoogte?. Uiteindelijk is de gemeente verantwoordelijk voor de afhandeling. Meestal zal een gecertificeerd bedrijf in de eerste plaats een inspectie doen, waarna kan worden onderzocht of de vondst kan worden afgedekt of opgegraven moet worden.

Als een vindplaats wordt aangetroffen bij werkzaamheden moet dit direct worden gemeld. Indien nodig kan de gemeente de werkzaamheden stilleggen. Ook dan zal begonnen worden met een inspectie van de vindplaats. Dan moeten de vervolgstappen worden bepaald. Als er een vergunning is verleend voor de werkzaamheden zonder voorwaarden voor archeologisch onderzoek is de gemeente financieel verantwoordelijk voor het onderzoek.

Particulieren moeten hun vondsten melden bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Daarvoor is een vondsmeldingsformulier op de website. De vondstmelding wordt opgenomen in het centrale archeologische informatiesysteem. Voor het melden van losse (metaaldetectie-) vondsten gebruik je de PAN-app.

Maandelijks vondstenspreekuur Huis van Hilde