Ondergronds religieus erfgoed: van grafheuvel tot kerk

Barbara Oosterwijk, archeoloog – Themabijeenkomst Erfgoedteam, 11 april 2018

Religie is bij uitstek een moeilijk te vatten onderwerp, omdat het zich deels afspeelt in het hoofd van mensen en vaak weinig sporen achterlaat in het landschap. Als archeoloog ben je juist op zoek naar die sporen, het ondergrondse religieuze landschap. Wat weten we eigenlijk over religie vanuit de archeologie? En waar kunnen gemeenten tegen aan lopen als het gaat om de bescherming van en omgang met dit ondergrondse religieuze erfgoed?

Het drieluik religieus erfgoed
De laatste themadag van de drieluik Religieus Erfgoed stond in het teken van het ondergrondse religieuze erfgoed, de archeologie. We luisterden naar het verhaal van archeologe Monica Dütting over religieuze landschappen, grafheuvels en skeletten zonder voeten. Gerlof Kloosterman van de gemeente Heerhugowaard lichtte het bijzondere verhaal toe van het praalgraf van Reinoud van Brederode in Veenhuizen. Deze fascinerende casus gaf tevens aan hoe een dergelijk project ruimte biedt om de lokale bevolking te betrekken bij onderzoek. Tenslotte vertelde Agneta den Hartog van de gemeente Ouder-Amstel ons over archeologisch onderzoek op de Portugees-Israëlitische begraafplaats Beth Haim en de inzet daarbij van de gemeente en de erfgoedambtenaar.

Het religieuze landschap van Noord-Holland
Bij de term religieuze landschappen denkt men vaak aan spectaculaire plekken als Stonehenge. Maar weinig mensen beseffen dat Stonehenge ligt in een compleet religieus ingericht landschap, vol met grafheuvels, palenkransen en andere stenen monumenten. In Nederland en zelfs specifiek in Noord-Holland komen wij dergelijke toch best spectaculaire, ingerichte landschappen ook tegen, alleen minder duidelijk zichtbaar. Neem bijvoorbeeld het rituele landschap van de Velserbroekpolder. Hier liggen meerdere grafheuvels uit de IJzertijd, waarvan het oudste graf het skelet bevatte van een man waarbij de voeten voor de begraving waren verwijderd. De aanleg, plaats en datum van deze grafheuvels lijkt samen te hangen met landgebruik en het afbakenen van een territorium, en met het vereren van voorouders. In het gebied vind je tevens kuilen en waterrijke plaatsen met vreemde voorwerpen. De plaats en vulling van deze kuilen is niet toevallig maar weerspiegelt ideeën over kosmos en religie. Interessant is dat deze plaatsen door de eeuwen heen in gebruik bleven als plaatsen van betekenis. De religieuze opvattingen en de bewoners veranderden, het landschap hield hun betekenis. De precieze interpretatie blijft echter moeilijk te achterhalen.

Er is dus sprake van een gelaagde geschiedenis in het Noord-Hollandse religieuze landschap. Rituele deposities vind je vaak in gebieden met een lage archeologische verwachting, hier moeten gemeente zich goed bewust van zijn. Vaak zijn dit de buitengebieden van de oude nederzettingen.

Het praalgraf in Veenhuizen
In Veenhuizen kan je niet om het praalgraf van Reinoud van Brederode heen. Het praalgraf ligt tegenwoordig onder het nieuwbouw kerkje van Veenhuizen. Dit was vroeger wel anders. De kerk die in Veenhuizen stond was namelijk opvallend groot voor zo’n kleine gemeenschap. Daarom werd de kerk in 1962 gesloopt om plaats te maken voor een ietwat bescheidener exemplaar. Door de bouw van de nieuwe kerk raakte het praalgraf van Reinoud gescheiden van de grafkelder. In 2016 werd vanuit de gemeente besloten de grafkelder te herstellen. Het was dan ook van belang dat er een goede archeologische begeleiding zou plaatsvinden en dat er op het botmateriaal DNA-onderzoek werd gedaan.

Zoals te verwachten in een graf werden er veel schedels en botmateriaal gevonden. Ook werden de fundamenten van het romaanse koor aangetroffen. Een bijzondere uitkomst was dat er drie kerken boven op elkaar bleken te zijn gebouwd. Uit de archieven bleek het botmateriaal van afkomstig te zijn van circa 11 personen gevonden, waarvan zeker twee personen verwant aan elkaar waren. Het mooiste zou zijn om de DNA resultaten te linken aan het praalgraf van de opa van Reinoud, die ook in Veenhuizen ligt. Hier word echter geen toestemming voor gegeven. De onthulling van het DNA-onderzoek werd tijdens de nationale archeologiedagen gedaan onder de naam CSI Veenhuizen. Met veel bezoekers zorgde dit voor veel draagvlak en enthousiasme binnen de gemeente. De opgraving van het praalgraf van Veenhuizen toont aan dat het betrekken van publiek bij opgravingen voor zeer veel enthousiasme kan zorgen. Er zijn films in de maak over Reinoud en er loopt een crowdfunding project om de fundamenten van de oude kerk weer zichtbaar te maken.

Beth Haim
De begraafplaats van de Amsterdamse Portugees-Israëlitische Gemeente Beth Haim is sinds 1614  gelegen in Ouderkerk aan de Amstel. Tot op heden zijn er 28.000 mensen begraven. De begraafplaats heeft een flinke omvang omdat de joodse gemeenschap een grote omvang had en er een groot aantal begravingen was voorzien. Door de Tweede Wereldoorlog waarbij een groot deel van de joodse gemeenschap van Amsterdam werd vermoord, kwam hieraan een eind. Tegenwoordig worden er slechts 4-5 mensen per jaar begraven. Begraving op Beth Haim is uitsluitend bedoeld voor leden van de Amsterdamse Portugees-Israëlitische Gemeente.

Beth Haim vroeg bij de gemeente een vergunning aan om diverse paden en een paviljoen/bezoekerscentrum aan te leggen; Hiervoor moest in dit geval archeologisch onderzoek plaatsvinden. De grond op een joodse begraafplaats mag eigenlijk niet verstoord worden, in dit geval mocht er van de rabbi een uitzondering worden gemaakt. Zouden er tijdens het archeologische onderzoek begravingen worden aangetroffen dan was er toestemming deze te herbegraven. Het archeologische onderzoek werd uitgevoerd door RAAP. Uiteindelijk werden er geen bewoningsresten of botmateriaal aangetroffen. Drie weken geleden kwam er nieuws van Beth Haim dat er geld genoeg is voor de bouw van het paviljoen. Er zijn ook plannen om van de begraafplaats UNESCO Werelderfgoed te maken, wellicht samen met de andere Joodse begraafplaatsen van Nederland/Amsterdam.

Discussie
Na de lezing komt de vraag hoe er met menselijk botmateriaal uit opgravingen wordt omgegaan. Over het algemeen wordt menselijk botmateriaal, net zoals ander vondstmateriaal, na bestudering en rapportage, (geconditioneerd) opgeslagen in een archeologisch depot. Hier blijft het beschikbaar voor verdere studie van specialisten. Dit is belangrijk omdat er steeds nieuwe technieken worden ontwikkeld waarmee het botmateriaal onderzocht kan worden, en informatie kan verschaffen op het gebied van gezondheid, leven, ziekte, herkomst en verwantschap.

De omgang is buiten de EU niet in alle landen hetzelfde en kan per casus verschillen. Herbegraving van archeologisch menselijk-botmateriaal komt voor, maar hangt sterk af van de omstandigheden (zoals hiervoor geschetst bij Beth Haim). Voor islamitische begravingen geldt overigens dezelfde regel als voor joodse begravingen: in principe mogen graven niet meer verstoord worden; dit kan voor toekomstig gemeentelijk en archeologisch beleid van belang zijn.

De volgende bijeenkomst van het Erfgoedteam vindt plaats op woensdag 16 mei in Beverwijk (Huize Akerendam)