Herbestemming NH als kickstart voor zorgvuldige processen 

Een interview met met Ellen Klaus, cultureel gebiedsontwikkelaar

Tekst: Dorine van Hoogstraten | Beeld: Caroline Coehorst


Het programma Herbestemming NH heeft zes jaar lang namens de provincie Noord-Holland als aanjager gefungeerd bij het zoeken naar nieuwe functies voor karakteristieke leegstaande gebouwen in Noord-Holland. Het programma heeft veel reuring veroorzaakt en er zijn prachtige projecten gerealiseerd nadat Herbestemming NH een kickstart had gegeven. Een aantal voorbeelden daarvan zijn op de website van het Steunpunt Monumenten en Archeologie Noord-Holland gedocumenteerd.

In 2017 heeft de provincie Noord-Holland voor een wat andere aanpak gekozen. Het Steunpunt Monumenten en Archeologie richt zich bij herbestemmingen specifiek op de ondersteuning van gemeenten en de Loods Herbestemming begeleidt de initiatienemers bij herbestemmingen.
Een van de trekkers van het programma Herbestemming NH was Ellen Klaus, die ook nu nog bij het Steunpunt Monumenten en Archeologie betrokken is. Een gesprek over haar ervaringen.

Hoe kwam het herbestemmen op jouw agenda terecht?
De provincie heeft het programma Herbestemming NH opgezet in reactie op de hoogconjunctuur aan het begin van deze eeuw. Overal werden geldverslindende nieuwe gebouwen neergezet, oude gebouwen werden gesloopt. Dat begon men te zien als waardevernietiging. D66 heeft toen via een motie in de Provinciale Staten de vraag opgeworpen of er niet een instrument ontwikkeld moest worden om buurtbewoners en anderen te betrekken bij de zoektocht naar nieuwe bestemmingen voor oude, waardevolle gebouwen. Als gevolg daarvan is het programma Herbestemming NH ontwikkeld.

Wat hield dat programma in?
We selecteerden elk jaar drie gebouwen die leegstonden en die hulp bij de herbestemming konden gebruiken. Die selectie kende een aantal facetten. Ten eerste de historische waardebepaling. Het gebouw hoefde niet per se een beschermd monument te zijn, het kon ook gaan om een beeldbepalend pand of een gebouw dat symbool staat voor bijzondere gebeurtenissen. Ten tweede werd de toekomstige gebruikswaarde onderzocht. Is er interesse in het gebouw en zijn er nieuwe functies denkbaar? Ten derde: past het binnen de structuur van de omgeving? Raakt het aan een groter verhaal? Een mooi voorbeeld daarvan is de Martinuskerk in Schellinkhout die een heel duidelijke ruimtelijke relatie heeft met de Westfriese Omringdijk, een belangrijk structurerend element op provinciaal niveau. Het feit dat die kerk aan deze monumentale dijk staat verhoogt de waarde.

Het programma Herbestemming NH heb ik altijd gezien als een startmotor om de transitie op gang te brengen. Die processen duurden daarna soms nog jaren voort. In een pressure cooker probeerden we partijen, mogelijke nieuwe functies en betekenissen aan elkaar te koppelen. We wilden aandacht vragen voor het object.

Wat was jouw rol in het programma?
Mijn eigen inbreng was dat ik vanuit een marketingperspectief naar het vraagstuk keek. Dat gaat niet alleen over het promoten van een product, maar vooral over de combinatie: een waardevol, toekomstgericht product waar gebruikers voor zijn, of waar een publiek voor is én waar een mogelijk verdienmodel aan ten grondslag ligt. Dat soort processen kun je sturen.

Het denken vanuit de markt – vraag en aanbod – met een voldoende dosis passie voor de betekenis van het gebouw, is goed toe te passen op herbestemming. Maar het zijn altijd wel complexe processen. Want het gaat niet alleen om die stapel stenen, maar vooral ook om de betekenis die het gebouw in het verleden had, die het heeft in het heden en welke het kan krijgen in de toekomst.

Mijn rol in het programma was het aansturen van dat proces. Daar betrok ik anderen bij: de trekkers van de herbestemming ter plaatse, een team van experts, het publiek, de lokale deskundigen.

Welke aspecten vind je belangrijk voor een goede herbestemming?
Het begint met bewoners. Iets heeft pas waarde als het geworteld is in de omgeving, als bewoners er trots op zijn. Het zou een fout zijn om de verbinding van bewoners te vergeten, dan gaat het ook niet werken voor bezoekers. Publiciteit is daarom heel belangrijk. Een gebouw dat ‘vergeten’ was, kreeg via het programma Herbestemming NH aandacht, trok daarmee weer nieuwe partijen en meer bewoners die zich ervoor gingen interesseren. In de publieksronde die we organiseerden toetsten we nieuwe ideeën die voortkwamen uit de expertsessies. Daar ontstonden weer andere ideeën, die dan op veel draagvlak konden rekenen.

Vaak zijn buurtbewoners niet mensen met enorme financiële draagkracht, maar door naar hen te luisteren wordt het proces rijker, interessanter, fijnmaziger. Plus: je voorkomt ook dat er veel tegenkracht ontstaat. Daarmee voorkom je vreselijk ingewikkelde bestemmingsplanprocedures en zienswijzen.

Bij selectie van objecten die mee zouden doen aan het programma Herbestemming NH is ook altijd gelet op de kansrijkheid. De provincie kan niks doen als er helemaal geen energie is. Of het nu een stichting is, of de buurt, of de gemeente, of een particulier: iemand moet iets willen op de lange termijn en daarin willen investeren. Je hebt een ‘gek van de herbestemming’ nodig, iemand die bereid is altijd maar door te gaan. Iemand die heilig vertrouwen heeft, uithoudingsvermogen, eindeloos geduld. Maar het moet geen particulier gevoel zijn, de passie moet een gemeenschappelijk doel dienen en professioneel worden uitgevoerd.

Welke rol kan een gemeente pakken?
De gemeente moet goed beleid voeren en zich faciliterend opstellen. Soms zal de gemeente het voortouw nemen. Het kan ook een strategie van de gemeente zijn om een gebouw helemaal particulier te laten ontwikkelen. Maar dan nog moet de gemeente de vergunning verlenen. Het beste is het als er een fijn samenspel is tussen lokaal bestuur, bewoners en initiatiefnemers.

De provincie kan in veel gevallen ook een goede rol pakken. De provincie heeft een bredere blik, die kan het net een zetje geven als een project vast zit in gemeentelijke procedures of als er geld of kennis ontbreekt. Het is heel belangrijk dat de provincie financiële instrumenten blijft ontwikkelen om waardevolle objecten meer kans te geven om herbestemd te worden.

Maar soms wordt ook de rol van de provincie overschat. Er zijn projecten die gewoon echt een lokale uitdaging zijn. Dan moet men ter plekke aan het werk en eigen slagkracht organiseren.

Is het ook wel eens niet gelukt? En hoe kwam dat, denk je als je er op terug kijkt?
Dat het altijd maatwerk blijft heb ik door de jaren heen steeds gezien. De monumentale Hoeve Overslot, onderdeel van het Slotkwartier in Egmond aan den Hoef, is daar een voorbeeld van. Het gebruik van het pand was ooit overgedragen aan een stichting, die er een ontmoetingsplek voor musici tot stand bracht en exposities organiseerde. Door onduidelijke communicatie tussen de eigenaar (de gemeente) en de huidige gebruikers was er geen gezamenlijk plan of ambitie ontwikkeld. Dan is het erg lastig om er met een instrument als Herbestemming NH zomaar een nieuwe bestemming voor te vinden; dat lukte dus niet. Dat was voor mij een eyeopener. Wij probeerden met ons wapengekletter een proces op gang te brengen. Maar soms treed je in een porseleinkast die een handschoenenbenadering nodig heeft. De menselijke constellatie is heel belangrijk.

Herbestemming NH was dus aan de ene kant een programma met een sterke marketingcomponent en aan de andere kant ging het om het mobiliseren van menskracht: het succesvol bij elkaar brengen, wederzijds vertrouwen wekken en het samen werken aan verwachtingen. Dat was een spannend proces. Gaandeweg werden we daar steeds beter in – en hoe professioneler de partijen waren, hoe beter het resultaat.

Bij Gemaal Lynden ging dat bijvoorbeeld heel goed. Daar was het proces al in een vrij vergevorderd stadium en ging het er om vertrouwen te wekken dat een voormalig gemaal buiten de stedelijke omgeving een sterrenrestaurant kan huisvesten. Dat vertrouwen konden wij versterken door op de Dag van de Herbestemming een pop-up restaurant tot stand te brengen. Tijdelijke bestemmingen werken vaak ontzettend goed.

Denk je dat de Loods Herbestemming Monumenten een goede toevoeging is aan het provinciale beleid?
Ik denk dat het goed is dat de provincie de functie van de Loods Herbestemming Monumenten heeft ingesteld. De beschikbaarheid van permanente kennis, gekoppeld aan middelen, is noodzakelijk om herbestemmingsprocessen tot een goed einde te brengen. Het programma Herbestemming NH zette in op de start van het proces maar had niet de lange adem voor de borging van het eindresultaat.

En het is erg leuk dat de provincie voor Peter Oussoren heeft gekozen. Hij werkte als expert mee aan verschillende van onze sessies. Met zijn kennis vanuit de vastgoedsector is hij van toegevoegde waarde in dit soort processen, waar publieke en private belangen spelen.

Hoe zie jij de toekomst van de herbestemming bij het Steunpunt?
Continuïteit is heel belangrijk. Het begint met het ontwikkelen van een visie; dan moeten zowel provincie, gemeenten en initiatiefnemers de vervolgstappen zetten en samen het nodige doen om het proces tot een goed einde te brengen. En dat kan soms jaren duren.

Bij het Hembrugterrein in Zaanstad bijvoorbeeld is een zorgvuldig proces tot stand gebracht. Het Rijksvastgoedbedrijf heeft het terrein, samen met provincie en gemeente, op een zorgvuldige manier overgedragen aan een particuliere partij, die behoedzaam met de herontwikkeling omgaat. Drie overheidslagen werken daar goed met een private partij samen. Ik vind het hoopgevend.

De kracht van het huidige programma Monumenten & Herbestemming is dat je de objectiviteit en de neutraliteit inzet die je hebt als Steunpunt. Je vertegenwoordigt als Steunpunt uitsluitend het belang van het erfgoed. In die rol kun je gemeenten ondersteunen en met allerlei relevante andere partijen in contact brengen. Je bent een externe kracht die kan helpen een analyse op te maken en advies uit te brengen. Inmiddels hebben we ervaringen die we kunnen delen. Elke casus is anders, maar er zitten wel parallellen in. En het begint altijd met een ambitie van een gemeente en van eigenaren, en met draagvlak onder bewoners.