Een brede blik op Cultuur: van stenen naar stories?

Van collectie naar connectie, van gebouw naar gebruik, van objectgericht naar gebiedsgericht

Rosanne Bruinsma en Dorine van Hoogstraten, Februari 2017.

Het advies van de Raad voor Cultuur en de Raad voor de Leefomgeving aan de Minister van OCW uit december 2017 is niet uit de lucht komen vallen. Het advies getiteld ‘Een brede blik op erfgoed’ is een voortvloeisel uit een lange ontwikkeling die met de Nota Belvedère in 1999 al is ingezet, en die is voortgezet in de modernisering van de monumentenzorg MoMo. Ook de aanstaande vernieuwing die onder de noemer Erfgoed Telt in de maak is, lijkt voort te gaan op dezelfde lijn. De focus moet minder liggen op het gebouw als object en meer op gebiedsontwikkeling waarbij erfgoed aanjager kan zijn; goed gebruik van monumentale gebouwen wordt actief gestimuleerd; de erfgoedsector moet zich niet opstellen als  hindermacht aan het eind van een ontwikkelproces maar direct meepraten. Een goed verhaal, maar laten we uitkijken dat we het kind niet met het badwater weggooien.

Een ruimere blik is nodig
In het advies stellen de raden dat de erfgoedsector moet veranderen. Een werkwijze waarbij erfgoed volwaardig en vanzelfsprekend deel uitmaakt van ruimtelijke ontwikkelingen is nog geen gemeengoed. De sector kan een meer offensieve, integrale en flexibele houding aan nemen. Vandaar die brede blik die in de titel wordt gepropageerd. Als de erfgoedsector een verschil wil maken, moet ze effectief inspelen op de maatschappelijke transities die momenteel voor de deur staan, zoals de energietransitie en demografische veranderingen. Nieuw beleid is niet nodig, staat in het advies te lezen, eerder een herijking van bestaand beleid.
Van gebouw naar gebruik, van objectgericht naar omgevingsgericht en van stenen naar stories: het advies van de beide adviesraden zit vol pakkende oneliners. Die hartenkreten zijn begrijpelijk en terecht. Kom op jongens, niet zo conservatief, wordt ons toegeroepen.

Erfgoed in standhouden: wiens belang?
De adviesraden vragen om een brede blik op erfgoed. Of wordt er eigenlijk een andere blik op erfgoed gevraagd? Dat suggereert de toon: we moeten bewegen van het een naar het ander. We moeten een blik ontwikkelen die de gebruiker centraal stelt en niet alleen de cultuurhistorische kwaliteit. De wijze monumentenman Henk Zandkuijl leerde ons bovendien dat we monumenteneigenaren met de hoed in de hand tegemoet moeten treden, want die gebruikers zorgen voor het pand en de omgeving.

Maar het wordt spannend als het alléén nog maar over de gebruikers gaat, omdat die per definitie tijdelijk gebruiker zijn. Het erfgoed gaat veel langer mee dan zijn gebruikers; het is ons maatschappelijk kapitaal. Als iets schadelijk is voor een gebouw is het de ene vluchtige herbestemming op de volgende krap gebudgetteerde herbestemming. Dat zorgt dat een gebouw uitgewoond raakt, en sleets. Dat kan in een robuust industrieel complex misschien niet veel kwaad, maar een boerderij, kerk of schoolgebouw kan vele malen kwetsbaarder zijn. Dus komt het aloude adagium van maatwerk weer om de hoek kijken.

Zelfverzekerd, proactief en deskundig
De monumentenstatus zien wij als een garantie voor een zorgvuldige omgang met erfgoed. Als erfgoed verbindend moet zijn, kwaliteit moet toevoegen aan gebiedsontwikkelingen en als identiteitsdrager moet fungeren, zou het zonde zijn als al die waarden op het niveau van het detail, het interieur, het gebouw of het erf onder druk komen te staan van vluchtige wensen en haastige processen.

Connectie met actuele maatschappelijke opgaven is een vanzelfsprekende taak van de erfgoedsector en dat bewustzijn kan groter bij veel mensen die bij of voor gemeenten werken. De Calimero-houding die in den lande nog wel eens gesignaleerd wordt moet verdwijnen; de zelfverzekerde, proactieve en goed geïnformeerde erfgoedprofessional heeft de toekomst. Sowieso gaat de Omgevingswet andere vaardigheden vragen van ambtenaren, en een meer open houding van iedereen, niet alleen van de erfgoedsector. Als Steunpunt Monumenten en archeologie zullen wij daar de komende tijd ook zeker aan proberen bij te dragen, want een cultuuromslag is noodzakelijk.

Maar laten we in de drang om maatschappelijk relevant te zijn niet vergeten dat onze liefde, aandacht en ons vakmanschap gewoon ook naar de gebouwen, de interieurs, de tuinen en de bruggen moet gaan. Het abstracte belang van ‘de erfgoedsector’ kan zomaar stukgemaakt worden op de kleinste schaal. En waar doen we het dan allemaal voor?

U leest het volledige advies hier.

In het boekje ’10 uitgangspunten voor het omgaan met monumenten’  uit 2008 ging het ook al om zaken als maatschappelijk belang, een goede functie en de omgeving van het monument.