De toekomst van religieus erfgoed

De toekomst van religieus erfgoed gaat iedereen aan!

Marcel Heijmans, architect en erfgoedadviseur – Themabijeenkomst Erfgoedteam, 7 februari 2018 

Het is een worsteling waar elk kerkbestuur mee kampt. Een sterke terugloop van leden door een steeds verder seculariserende samenleving, terwijl de kosten van regulier onderhoud aan de gebouwen en het energieverbruik toenemen. Krimpende parochies gaan daarom vaker over tot het afstoten van kerkgebouwen. Maar is het eigenlijk wel een probleem van de parochies alleen? Een kerkgebouw, in veel gevallen met toren, heeft een brede ruimtelijke betekenis voor iedereen die hiermee in aanraking komt. Evenals molens hebben deze gebouwen een hoge aaibaarheidsfactor. De toekomst van deze gebouwen gaat daarmee iedereen aan!

Op de eerste themadag van de drieluik Religieus Erfgoed luisterden we naar de ervaringen van Ernst van der Kleij, architectuurhistoricus en werkzaam bij de Provincie Noord Holland en Kees Doornebal, architect en eigenaar van Rappange & Partners Architecten b.v.  Na afloop bezochten we onder leiding van bouwhistoricus Carolien Roozendaal, erfgoedambtenaar bij de gemeente, de St. Josephkerk in Alkmaar. De penningmeester van het kerkbestuur toonde ons aan de hand van getallen de dagelijkse realiteit van de parochie.

De Provincie
Na het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie in de 19e eeuw zijn er in ons land naast de toen bestaande protestante kerken in een periode van vijftig jaar ruim 500 kerken in neogotische stijl gebouwd. Nederland bezit nu circa 7000 kerken, waarvan er naar schatting nog zo’n 4000 voor de eredienst worden gebruikt. Aan de hand van de Monumentenmonitor ( in opdracht van de Provincie opgesteld ) legt Ernst van der Kleij ons uit hoe het is gesteld met de kerken in Noord Holland. De Monumentenmonitor is een registratiesysteem dat op hoofdlijnen de huidige stand van zaken weergeeft. Ontvangt de Provincie nieuwe gegevens, dan wordt deze weer geactualiseerd. Tot ieders verrassing concludeert Ernst dat het goed gaat met de gebouwen. 20% van de kerkgebouwen behoeft wel enige aandacht, maar slechts 2% is er echt slecht aan toe.
Naast de 4,7 miljoen euro die de Provincie dit jaar aan subsidie kan verstrekken hebben veel kerkbesturen nog een gezonde financiële situatie, waarmee de gebouwen structureel worden onderhouden. Daarbij laten steeds meer parochies naast de eredienst andere functies toe die inkomsten genereren. De energielasten drukken het zwaarst en de Provincie juicht daarom integrale en goed doordachte plannen tot verduurzaming toe.
Ernst beëindigt zijn positief betoog wel met een waarschuwing. ‘Het zijn vooral de negentiende-eeuwse neogotische kerken die nu de aandachtvragen!’

De architect
Kees toont ons aan de hand van gerealiseerde projecten verschillende aanpassingen en herbestemmingen van kerken. De voorbeelden lopen uiteen van het verwijderen van banken voor functioneel dubbelgebruik tot ideeën voor een herbestemming naar winkelcentrum. Het interieur is veelal waardevol, maar volgens de architect zijn drastische ingrepen altijd nog te verkiezen boven volledige sloop. Daarnaast zoekt hij bij voorkeur naar reversibele oplossingen. Het is echter niet zo eenvoudig een nieuwe bestemming voor een kerk vinden die een exploitatie sluitend maakt. In een toeristisch stadcentrum liggen wat dat betreft veel meer kansen dan in een dorp op het platteland.
Bij ingrepen voor dubbelgebruik legt Kees aan de parochiebesturen uit dat het belangrijk is de hoofdtoegang volledig te openen om zoveel mogelijk potentiele bezoekers te ontvangen. Elk extra commercieel gebruik draagt bij aan verlichting van de energielasten.

De eigenaar
De St. Josephkerk is een neogotische kerk uit 1908, ontworpen door de architect Albert Margry, een broer van Evert Margry. Voordat we de kerk bezoeken legt Carolien Roozendaal uit dat een gerealiseerd plan voor dubbelgebruik uit 2007 niet afdoende is gebleken de kosten van de kerk te dekken en dat het bestuur ervoor heeft gekozen de kerk af te stoten. In de kerk worden we ontvangen door de voorzitter en penningmeester van de parochie.
De penningmeester is heel helder in zijn betoog. ‘De inkomsten van de kerk bestaan hoofdzakelijk uit giften van 65 plussers. Slechts 1% van de giften is afkomstig van personen onder de 50 jaar. We weten hoe onze nabije toekomst eruitziet en we hebben de zorg voor twee andere kerken, waaronder één van Cuypers, waaraan we de voorkeur hebben gegeven.’
Onderling wisselen we van gedachten wat een mogelijke nieuwe invulling voor de kerk zou kunnen zijn. Ernst van der Kleij beëindigt met de woorden dat de kerk een geringe intrinsieke waarde heeft, maar stedenbouwkundig van groot belang is. Hij moedigt de gemeente aan op voorhand binnen het bestemmingsplan ruimte te creëren die het voor een ontwikkelaar aantrekkelijk maakt een nieuwe invulling aan het gebouw te geven. Elke invulling met respect voor het ruimtelijke interieur geniet vanzelfsprekend de voorkeur.

Mooie afsluiting van deze themadag
Geïnspireerd fietste ik terug naar mijn woonplaats Uitgeest. Hoe mooi kan het samenvallen, want nog diezelfde avond heb ik een afspraak met het kerkbestuur van de Onze Lieve Vrouwe Geboorte om interieurplannen voor dubbelgebruik te bespreken. Natuurlijk leidde ik mijn presentatie eerst in met de ervaringen van die ochtend.
Het kerkgebouw is recent gerestaureerd en nog in voortreffelijke staat. Het originele bestek en de bouwtekeningen zijn zorgvuldig bewaard gebleven. Het betreft een neogotische kerk van architect Evert Margry, opgeleverd in 1884.