De Leeuwenhof – Heerhugowaard

Projectgegevens

Naam De Leeuwenhof
Adres Middenweg 22, Heerhugowaard
Bouwjaar 17e eeuw, met 18e / 19e eeuwse toevoegingen
Voormalige functie woning met boerenbedrijf
Nieuwe functie woonzorgboederij voor mensen met dementie
Oplevering mei 2017
Status rijksmonument sinds 1973
Architect(en) DVUA (Rob de Vries)

Liefdevolle zorg in een 17e eeuwse kaasmakerij

De Leeuwenhof is een vredig wereldje aan de Middenweg in Heerhugowaard, ingeklemd tussen de wijken Butterhuizen en Stad van de Zon. In 2017 werd de voormalige kaasmakerij omgetoverd tot woonzorgvoorziening voor ouderen met dementie.

Toen

Een lieflijke boerderij met een vierkant grondoppervlak en een mooi, gelijkzijdig dak. Dat is stolpboerderij de Leeuwenhof in Heerhugowaard. De boerderij staat midden in het groen, omgeven door struikgewas, een gladgeschoren gazon en struiken waar ’s zomers geurende roze bloemen aan bloeien. Het is de op één na oudste stolp van Heerhugowaard. Al in 1633 werd de boerderij gebouwd als ´heerschapswoning´ met een boerenbedrijf. Tegenwoordig gaat de zorg op de Leeuwenhof niet alleen meer naar het kleinvee dat bij een boerderij hoort. In 2017 opende het als exclusieve zorgboerderij voor 12 mensen met dementie.

(De bovenstaande tekst komt uit het uitgebreide verhaal dat te lezen is op de website van Oneindig Noord-Holland. Lees verder op de website)

Herbestemming

De stolpboerderij met zijn karakteristieke piramidedak is typisch voor Noord-Holland. Hier aan de Middenweg staan er wel meer. Het exemplaar in Heerhugowaard stamt nog uit 1633 met enkele recentere toevoegingen. De Leeuwenhof iets unieks: een opkamer, ooit het kantoor van een VOC-regent, met daaronder een kaaskelder. In de opkamer is nog de oude bedstede van de regent te zien, met originele eikenhouten betimmeringen.

De Leeuwenhof is al sinds 1940 in handen van de familie Van Breugel. De stolp was van de ouders van Frans van Breugel, die er een melkveebedrijf met kaasmakerij runden. Toen vanaf 2000 VINEX-wijk Stad van de Zon vlakbij de boerderij verrees, verhuisde het boerenbedrijf naar Groningen. Zijn ouders bleven nog een tijd in de stolp wonen. In 2014 kwamen Frans en zijn vrouw Annelies met het plan de stolp te verbouwen tot woonzorgvoorziening, speciaal voor ouderen met dementie.

Frans stapte op de gemeente af, die hem aanspoorde een ondernemingsplan te maken. Via via kwam hij terecht bij Rob de Vries, architect en bouwhistoricus. De typische organisatie van kamers rondom de centrale ruimte, de zogenaamde hooitas met zijn hoge hoed, bleek goed te transformeren naar hedendaags gebruik. Nu dient de hooitas als gemeenschappelijke huiskamer. Via een glazen plaat is de houten kapconstructie van de hooiberging in het zicht gelaten. Innovatief zijn de speciale glazen dakpannen, die het licht tot diep in de huiskamer brengen. Het resultaat is ruimtelijk en gezellig tegelijk.

Succesfactoren

Waar herbestemmingsprojecten nog weleens taai en langdurig kunnen zijn, viel dat in dit geval reuze mee. Een reden is niet alleen dat de stolp sinds jaar en dag familiebezit is, maar ook dat de eigenaren bevlogen ondernemers zijn met een heldere visie en een haalbaar plan. Zij konden hun investeringsplan dus volop richten op hun onderneming en op de restauratie. Bovendien was het gebouw al sinds 1973 rijksmonument; het verkeerde in een redelijke staat en eventuele bedreiging was hier niet aan de orde.

Een andere succesfactor is de architect, zeggen Gerlof Kloosterman en Dick Kooij van de gemeente Heerhugowaard. Kooij: ‘Heerhugowaard heeft iets meer dan 50 monumenten, waarvan er gemiddeld maar één per jaar verbouwd wordt. We zijn er daarom extra zuinig op’. Rob de Vries is architect en bouwhistoricus tegelijk, en heeft volgens de heren zorgvuldig naar het pand gekeken. Waardevolle onderdelen als de opkamer, de kamer met betegelde schouw, de ruimtelijkheid van de hooizolder; ‘het zijn prachtige kwaliteiten, die krijg je gewoon cadeau’, aldus de architect. Van Breugel kan dat beamen: ‘Van tevoren dacht ik dat een rijksmonument vooral beperkingen met zich mee zou brengen, maar dat is me honderd procent meegevallen.

Struikelblokken

Wat behoorlijk tegenviel, waren de beschikbare fondsen en subsidies. De rijkssubsidieregeling werkt nadelig voor relatief kleine projecten vanwege de gekozen systematiek van de regeling. Er zijn veel aanvullende subsidieregelingen, het is niet altijd duidelijk welke dat zijn. Wel hebben de ondernemers gebruik kunnen maken van het Restauratiefonds en van de restauratiehypotheek, een aantrekkelijke hypotheekregeling voor rijksmonumenten, maar die was niet genoeg de kosten te dekken. ‘Op dit punt had de communicatie tussen ondernemers, gemeente, Rijksdienst Cultureel Erfgoed (RCE) beter gekund, een leerpunt voor komende projecten’, zegt Kloosterman.

Ander struikelblok is dat bij aanbesteding het budget werd overschreden. Daardoor moesten Frans en Annelies bezuinigen op bepaalde onderdelen, waaronder de renovatie van de zeventiende eeuwse bedstedewand en de installatie van een energiezuinige warmtepomp. Dat komt mogelijk nog in een later stadium

Tips

Ondanks zijn teleurstelling in de beschikbare fondsen en subsidies noemt Van Breugel als tip toch: ‘Maak gebruik van fondsen als het Restauratiefonds. Voor gemeenten is het belangrijk dat zij deze regelingen breed onder de aandacht brengen.’ Gerlof Kloosterman: “Als gemeente hebben we helaas geen bemoeienis met de instandhouding van rijksmonumenten. Wel kunnen wij als gemeente aanvragers helpen met het vinden van subsidie.” Kloosterman raadt eigenaren van monumenten daarom ook aan in een vroegtijdig stadium de gemeente in te schakelen. Voor hulp bij het vinden van fondsen, om te informeren naar de randvoorwaarden, maar ook voor procedurele ondersteuning. Maar uiteindelijk valt of staat alles met een goed en haalbaar plan. Kooij: ‘Met een goed plan en een goede architect heb je al de helft gewonnen’.

(Tekst: Sophie van Ginneken | Beeld: Ossip van Duivenbode)