De aantoonbare archeologische verwachting in de Omgevingswet

“Archeologie is ondanks de onzichtbaarheid een belangrijke factor in de nieuwe Omgevingswet als ruimtelijke kwaliteit, maar er zit een addertje onder het gras”

Door Ceciel Nyst, archeoloog (Stichting NMF) – Netwerkbijeenkomsten 30 maart, 4 april en 11 april (sessie ‘Archeologie volgens de wet’)
..
Als de datum niet weer verschuift, wordt in 2019 de Omgevingswet ingevoerd. De Eerste en Tweede kamer hebben de wet aanvaard en de eerste vier algemene maatregelen van bestuur (amvb’s) zijn bekend. De nieuwe wet vraagt van alle overheden een meer proactieve houding, met als kernbegrip ‘uitnodigingsplanologie’. De Omgevingswet biedt nieuwe kansen voor het borgen van cultuurhistorische waarde in ruimtelijke ontwikkelingen. Het Omgevingsplan wordt het juridische document dat het bestemmingsplan vervangt. Spannende tijden!

Eerst een visie, maar ja welke?
Veel gemeenten zijn kordaat aan de slag gegaan en Hollands Kroon heeft ‘m zelfs al af, de Omgevingsvisie. Best een uitdaging, erfgoed borgen in een veelomvattend plan over ruimtelijke kwaliteit. Wat ons betreft is erfgoed de rode draad, de ruggengraat. Het cultuurlandschap wordt meer en meer gewaardeerd en is onlosmakelijk verbonden geraakt met de ruimtelijke ordening. Maar hoe zit dat met archeologie, bijna per definitie onzichtbaar?

Sinds 2007 is archeologie verankerd in de wet en dat heeft tot goede resultaten geleid. Wij bekijken heel regelmatig bestemmingsplannen en archeologie is daarin doorgaans prima opgenomen. Vervolgens gaat het in het vergunningentraject ook behoorlijk goed. Misschien dat het Rijk er daarom voor kiest op het gebied van archeologie niet te veel te veranderen. Wel komen, gelukkig, de archeologische monumenten net als vroeger gewoon terug op de verbeelding.

Mogelijk extra onderzoek voor gemeenten
Tot zover geen wolkje aan de lucht. Maar somberder nieuws met mogelijk flinke impact voor gemeenten, is het feit dat in één van de amvb’s staat dat de verwachtingskaarten die bijna alle gemeenten hebben, beter onderbouwd moeten worden.

Art. 5.72 Bkl stelt het als volgt  ‘in een omgevingsplan wordt rekening gehouden met het behoud van cultureel erfgoed, met inbegrip van bekende of aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten.’

Even toelichten
Dus van alle zones met een dubbelbestemming voor archeologie waar onbekende vindplaatsen liggen, moet worden aangegeven waarom die daar verwacht worden. Anders moet het van de kaart. Het lastige daarvan is dat je dus als gemeente meer vooronderzoek moet gaan doen, terwijl het beleid van alle overheden is: de verstoorder betaalt het archeologisch onderzoek.

Stel, je hebt als gemeente een groot buitengebied waar enkele opgravingen en waarnemingen zijn gedaan. Dan adviseert de archeoloog het gebied om deze vindplaats als archeologisch interessant. Precieze grenzen van vindplaatsen zijn namelijk zelden bekend. Doorgaans worden slechts postzegeltjes onderzocht, omdat niet meer grond bebouwd of vergraven wordt.

De nieuwe wet wil dus eigenlijk dat de grenzen van die vindplaatsen worden opgezocht, of in ieder geval onderbouwd. Nog uitgebreider onderzoek van bodemkundige en geologische gegevens kan helpen. Nog ‘aantoonbaarder’ zijn de resultaten van booronderzoek, grondradar of zelfs proefsleuven, maar hoe ver moet je als gemeente daarin gaan? Wat als het gebied nooit bebouwd of vergraven gaat worden? Dan is het onderzoek dus eigenlijk voor niets geweest. Hoe dit dilemma in de wet wordt getackeld houden wij als Steunpunt nauwlettend in de gaten.


Contact
We informeren u de komende tijd graag over de ontwikkelingen in het kader van de Omgevingswet. Zo organiseren we met de steunpunten in Nederland een bijeenkomst toegespitst op de praktijk en wensen van gemeenten. Gemeenteambtenaren worden daarvoor uitgenodigd. Houd vooral ook de website in de gaten voor actualiteiten en neem voor meer informatie contact op via het contactformulier.