Brouwerij de Werf – Enkhuizen

Projectgegevens

Naam Brouwerij de Werf
Adres Paktuinen 6
Bouwjaar
Voormalige functie scheepswerf
Nieuwe functie brouwerij met proeflokaal en evenementenzaal
Oplevering 2018
Status
Architect(en) Mark Fuller Architects

Bier brouwen in een voormalige scheepswerf

Binnen het beschermde stadsgezicht van Enkhuizen, is in een voormalige scheepswerf bierbrouwerij De Werf gevestigd. Ontwikkelingen hadden hier jarenlang stilgelegen toen de werf na een brand in 2004 werd verlaten.

Toen

Enkhuizen en bierbrouwen horen bij elkaar. Ooit kende de stad meer dan 25 brouwerijen. In deze tijd was Enkhuizen een van de grootste steden van Holland, met bijna 22.000 inwoners in 1622. Dankzij de ligging aan het water waren er vele scheepswerven, zeilmakerijen en touwslagerijen aanwezig. Belangrijke ‘Kamers’ (afdelingen) van de VOC en WIC waren gevestigd in Enkhuizen.

Met de verhuizing van een groot aantal kooplieden naar Amsterdam, nam de bevolking van Enkhuizen in de tweede helft van de Gouden Eeuw zienderogen af. De geplande stadsuitbreiding werd nooit volgebouwd, burgers vielen terug op het boerenbestaan. Rond 1850 telde Enkhuizen nog maar 5.000 inwoners. Het gemis van een afzetmarkt – en vooral: zeevaarders – had ook zijn weerslag op het brouwersvak. Zo’n 200 jaar geleden verdween de laatste brouwerij uit de stad.

(Op de website van Oneindig Noord-Holland kunt u het hele verhaal lezen)

De herbestemming

Sinds 2017 biedt het gebouw onderdak aan bierbrouwerij De Werf. Ontwikkelingen hadden lang stilgelegen op de voormalige scheepswerf, die later in gebruik was als bowling- /poolcentrum. Na een brand in 2004 bleef het gebouw gehavend achter met verpaupering tot gevolg. ‘Het was een rotte kies in de stad’, aldus wethouder Erik Struijlaart. Aan deze impasse kwam een eind toen de werf werd ontwikkeld tot bierbrouwerij, proeflokaal en evenementencentrum. Deze herbestemming is complexer dan die op het eerste gezicht lijkt; het gaat immers om een uitgaansgelegenheid midden in een woonstraat. Oplossingen werden gevonden in het nieuwe ontwerp, waarvoor het pand – dat geen monumentale status heeft – werd gestript, gerenoveerd en ingepakt met EPDM, een dakbedekking van zwart rubber. Uiteindelijk duurde het voortraject anderhalf jaar, van initiatief tot vergunning. De vergunning werd verleend vlak voor de zomer van 2017 en aan het einde van dat jaar kon de eerste bierbrouwerij die Enkhuizen in jaren heeft gehad, worden geopend.

Succesfactoren

De initiatiefnemer zocht op advies van de gemeente direct in 2016 contact met de omwonenden en bleef gedurende het traject met ze in gesprek. ‘De buurt was vooral bang voor geluids- en geuroverlast’, vertelt architect Mark Fuller. Er kwam een uitgebreid rapport over de akoestiek en met de buren werden afspraken gemaakt, bijvoorbeeld over de ingang aan de straat. Die zou ’s avonds na tien uur worden gesloten. Bezoekers kunnen aan de achterkant hun fiets parkeren en via de achteruitgang het pand betreden en verlaten. Zo moest de overlast tot een minimum worden beperkt. De renovatie zelf was een technische uitdaging, vooral omdat de voormalige werf ook dienst zou doen als evenementencentrum, met een paar concerten per jaar. Fuller: ‘In nieuwbouw kun je hier rekening mee houden, maar in een bestaand pand is dat veel ingewikkelder. Zo hebben we een zwevend plafond van akoestisch materiaal ingebouwd. Alle openingen zijn dichtgezet met een dik pakket van dubbel glas. De grond onder de werf is vervuild en daarbij zit er hoogwaardige archeologie. Daarom hebben we gewerkt met een constructie die niet is gefundeerd, maar toch stevig genoeg is om biervaten van duizend liter te kunnen dragen. En omdat het te duur was om alles te stuken, hebben we die rubberen EPDM-gevelbedekking bedacht. Ik gaf dat weinig kans, maar bij welstand vonden ze het juist heel verrassend en uitdagend. Dat was een enorme steun in de rug.’

Struikelblokken

‘De haven van Enkhuizen wordt nog steeds gebruikt en ligt midden in de stad. Dat is uniek’, vertelt Jacco Eenkoren. Hij is adviseur ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente Enkhuizen. In 2009 werd in een gebiedsvisie vastgelegd dat deze buurt een huiskamer van de stad moest worden, met cafés en terrasjes waar altijd bedrijvigheid is. Een mooi streven, maar niet eenvoudig. De woningbouwplannen op de plek van de werf liepen spaak, omdat ze niet pasten bij het gewenste ‘huiskamergevoel.’ Een ander plan voor een biologische markt strandde ook. Eenkoren: ‘Dat stond op gespannen voet met het kernwinkelgebied van Enkhuizen, waar we kampten met leegstand. Als het centrum het zo moeilijk heeft, kun je niet uitleggen dat je hier een biologische markt maakt.’ Een bierbrouwerij bleek daarentegen wél passend. Achteraf hoorde Eenkoren van omwonenden dat zij graag een bewonersbijeenkomst van de gemeente – als onafhankelijke partij – hadden gezien, op basis van de formele vergunningaanvraag. Er werd een zogenaamde kruimelprocedure voor de functiewijziging gevoerd, waarbij er geen ter inzage legging van stukken plaatsvindt. Bewoners werden dus meteen geconfronteerd met een formeel besluit van het gemeentebestuur. Eenkoren: ‘Als gemeente is het van belang de maatschappelijke verantwoordelijkheid te nemen om ook doelgroepen aan het woord te laten, die zich niet makkelijk verstaanbaar maken.’ Daar kwam een tegenslag bij. In de verleende exploitatievergunning kwamen gemaakte afspraken onvoldoende uit de verf, zoals de afspraak over het gebruik van de achteruitgang. Eenkoren: ‘Dit wordt alsnog hersteld.’

Tips

Eenkoren raadt gemeenten en initiatiefnemers aan om zo vroeg mogelijk in gesprek te gaan. ‘Het gebeurt nog steeds dat een gemeente zegt: “Dien eerst maar alles in voor de aanvraag van je omgevingsvergunning, dan hoor je wel wat we ervan vinden.” Voordat je een ondernemer op kosten jaagt, moet je een principe-afspraak maken. In dit geval stond de gemeente vanaf meet af aan positief tegenover het plan. De voorwaarde was wel: zorg voor draagvlak in de buurt en dat je aan alle omgevingsnormen voldoet. We hebben tijdens het vooroverleg een besliskamer ingericht met experts die eens in de maand bijeen kwamen om de planvorming te begeleiden. Alles kwam aan de orde: openbare orde, geluid, parkeren, milieu, routing, bevoorrading, brandveiligheid en vluchtroutes. Als er een kink in de kabel was, kon dat tijdig worden besproken. De opdrachtgever zit daar vaak ook bij.’ Daarbij is hij erg te spreken over de manier waarop de ondernemer in gesprek ging met de buurtbewoners. Eenkoren adviseert: ‘Ga je gewoon voorstellen. Kom niet met een uitgewerkt plan, maar met een blanco vel papier. Inventariseer wat de knelpunten zijn, zijn er kansen voor een kwaliteitsverbetering, ook voor de omwonenden? Maak dan een voorstel en leg dat voor aan de buurt. Het kan voorkomen dat bewoners onredelijke eisen stellen, bijvoorbeeld wanneer ze elke vorm van verandering willen tegenhouden. Dat gebeurt niet vaak, maar als dat het geval is, kan de gemeente bemiddelen of een standpunt innemen.’

(Tekst: Isabel van Lent | Beeld: Ossip van Duivenbode)