Bodemdaling: een bedreiging voor de archeologie?

Van alle kanten worden ons de gevolgen van bodemdaling voorgehouden. Bodemdaling zou desastreuze gevolgen hebben voor alles en iedereen: onhoudbare situaties met onderlopende steden en polders in het westen, enorme investeringen in de bovengrondse en ondergrondse infrastructuur zoals drijvende riolen. Wat voor gevolgen hebben natte teelt en opgehoogde dijken voor het ondergrondse erfgoed? In hoeverre vormt de bodemdaling een bedreiging voor de archeologie? Archeoloog Monica Dütting, coördinator Steunpunt Monumenten & Archeologie Noord-Holland voor NMF belicht het thema.

Hoe ziet die archeologie er eigenlijk uit in de ondergrond?

Archeologische resten bestaan uit sporen en vondsten. Sporen zijn aftekeningen in de ondergrond van menselijke ingrepen uit het verleden. Als voorbeeld: een 500 jaar geleden gegraven sloot laat in de bodem een langgerekte donkere verkleuring achter; de palen van een houten boerderij zijn herkenbaar als een rij donkere sporen in een lichtere ondergrond. De boer van toen gooide zijn afval weg, of verloor eens wat. Een houten hamer, een kapotte schoen, muntjes, etensafval. Hij sloeg wat paaltjes in en legde een bruggetje waarover hij de koeien dreef. Deze sporen van bewoning zijn bewaard gebleven in de ondergrond. Met elkaar vormen ze het verhaal van toen: het landschap, het boerenleven en de veestapel. Waarbij geldt dat een hoge grondwaterstand en een lage zuurgraad optimaal is voor de conservering van de sporen en vondsten.

Algemene bedreigingen voor de archeologie

Wanneer er iets in de bodem verandert, heeft dat directe gevolgen voor de archeologische resten in de ondergrond. Waarbij peilverlaging en het daarbij droog komen te liggen van archeologische resten en sporen het meest funest is. Ontgravingen, heien, diepwortelende gewassen, het verleggen van grondwaterstromen waardoor sommige delen verdrogen of aan zuurstof worden blootgesteld, kunnen archeologische sporen onleesbaar maken en vondsten doen vergaan. Mestinjecties tasten de metalen vondsten aan. Door ophoging kan zetting van de ondergrond optreden. Hierdoor kunnen vondsten en spoorniveaus worden samengedrukt en weggedrukt. Het bodemarchief kan maar een keer worden ‘gelezen’ en gedocumenteerd. Is het verdwenen, dan is die kennisbron voorgoed verdwenen.

Bodemdaling: vernatting en verzilting

In west-Nederland zorgt de bodemdaling voor vernatting en verbrakking. Voor het archeologische erfgoed in de bodem is dit niet zo erg. In het gebied rondom het huidige Noordzeekanaal was vroeger ook sprake van natte en brakke polders. De bouw van het kanaal in de 19e eeuw had een enorme peilverlaging van enkele meters tot gevolg. Bij bodemdaling en stijgend, verziltend grondwater is híer niet zoveel aan de hand. Het kan zelfs positief uitpakken: kwetsbare materialen worden door een hogere grondwaterstand weer minder aan zuurstof blootgesteld.

Bodemdaling: verdroging en verhang

Door de bodemdaling in het westen, kan het verhang, de afstroming van het grond- en oppervlaktewater, gaan wijzigen. Dit kan op hoger gelegen delen in de provincie zoals het Gooi, een verdroging van de bodem met zich meebrengen. En daarmee van de archeologische resten die zich daarin bevinden. Negatief voor de archeologie. Ook verdroging van (hoger gelegen) veen is een probleem. In Noord-Holland werd de vroegere bewoning vaak op kleine veenterpjes gebouwd. Uitdroging zorgt voor erosie van die terpjes en daarmee verdwijnt een deel van het ondergrondse erfgoed. Veenkades en veendijken worden door de verdroging aangetast.

Natte teelt, drukdrains en dijkverzwaring

Experimenten met natte teelt kunnen leiden tot schade aan het bodemarchief. Soms worden diepwortelende gewassen aangeplant. Die wortels zorgen voor zuurstoftoevoer in de diepere ondergrond waardoor de archeologische resten worden aangetast. Ook de wortels zelf veroorzaken schade. Drukdrains die worden ingezet om te kunnen blijven boeren op natte grond, veroorzaken schade: door de aanleg zelf en doordat het peil steeds wordt verhoogd en verlaagd. Hiermee kunnen, door extra zuurstoftoevoer in de ondergrond, sporen en vondsten vergaan. Dijkverzwaring en ophoging leiden tot zetting en een aangetast bodemarchief.

Blik op de toekomst: aandacht voor de urgentie én het erfgoed

Bodemdaling is voor de archeologie een gemengde boodschap: kansen op betere conservering maar ook bedreigingen door wijzigingen in de geohydrologie en menselijk handelen zoals ophoging en veranderende gewasteelt. De urgentie van de bodemdaling, en de benodigde ingrepen worden alom gevoeld. Ook bij archeologen: wij weten als geen ander hoe klimaat en landschap het menselijk bestaan al duizenden jaren hebben bepaald. Tegelijkertijd is het zaak om bij de zoektocht naar oplossingen, oog te houden voor de bescherming van het ondergrondse erfgoed. Het bodemarchief is kwetsbaar, en kan maar een keer worden geraadpleegd en gedocumenteerd. Gebeurt dit niet, dan hebben we in onze haast om meters te maken een informatiebron van onschatbare waarde over het verleden vernietigd.

Monitoren en kennisdeling: oog voor toekomst én verleden

Hebben we genoeg kennis en inzicht om de archeologie adequaat te beheren? Weten we voldoende van de kwaliteit en samenstelling van het grondwater voor de conservering van de archeologie in de vele bodemsoorten van Noord-Holland? Hebben we een beeld van de toekomstige ondergrondse waterstromen? Misschien is het tijd voor een gericht monitoringsprogramma, voor Noord-Holland én de andere provincies. Waarbij de resultaten worden gedeeld en besproken in een breder verband: de archeologen aan tafel met de geohydrologen, waterschappen, monumentenambtenaren, landbouwers, ontwikkelaars, natuurorganisaties en beleidsmakers. Door de bundeling van alle mogelijke informatie en kennis kunnen we in breed verband zoeken naar oplossingen waarmee recht wordt gedaan aan de uitdaging waar de bodemdaling ons als maatschappij voor stelt: haalbare en betaalbare oplossingen met oog voor de toekomst én het verleden.

(Tekst: Monica Dütting, Beeldverantwoording: Arnoud van Otterloo)