Veelgestelde vragen

Hier staan onze antwoorden op de belangrijkste vragen op het gebied van cultuurlandschap, monumenten en archeologie.



;

Landschap

Waar vind ik meer informatie over nationaal landschapsbeleid?

De decentralisatie van overheidstaken heeft de afgelopen decennia binnen het landschapsbeleid voor grote veranderingen gezorgd. De verantwoordelijkheid voor Nationale parken en landschappen is bijvoorbeeld verplaatst van het Rijk naar de provincies. De website van het Landschapsobservatorium geeft inzicht in deze ontwikkeling van het Rijkslandschapsbeleid in de afgelopen decennia.

Met de invoer van de Omgevingswet moet de grootste en meest ingrijpende stelselwijziging nog komen, maar zo ver is het nog niet.
De website van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE) geeft een helder overzicht van het vigerende Europese en het (overgebleven) nationale beleid, zoals de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en de Visie Erfgoed en Ruimte (VER). Als ondersteuning voor de lagere overheden is de Handreiking Erfgoed en Ruimte ontwikkeld.

Waar bestaat het wettelijke kader van het nationale beleid voor landschap uit?
Het wettelijke kader van het nationale beleid voor landschap wordt gevormd door onder meer de Wet ruimtelijke ordening (Wro), de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), de Erfgoedwet en de Wet natuurbescherming. Een groot deel van deze wetten zal na 2019 opgaan in de Omgevingswet.
Waar valt het provinciale beleid met betrekking tot landschap onder?

Het provinciale beleid met betrekking tot landschap valt onder het cultuurbeleid en het ruimtelijke ordeningsbeleid. Het provinciale Ruimtelijke Ordeningsbeleid wordt gevormd door de Structuurvisie Noord-Holland 2040, waaraan een Uitvoeringsprogramma en een Ruimtelijke verordening zijn gekoppeld. De Structuurvisie zal naar verwachting in 2018 worden vervangen door de Provinciale Omgevingsvisie, die momenteel wordt voorbereid.

Waar vind ik handvatten voor de omgang met landschap en cultuurhistorie in het ruimtelijke domein?

Handvatten voor de omgang met landschap en cultuurhistorie in het ruimtelijke domein staan beschreven in de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie. De leidraad zal in de loop van 2017 vervangen worden door een herziene ontwikkelgerichte versie. Ontwikkelgericht wil zeggen: de Leidraad moet richting geven aan ontwikkelen met ruimtelijke kwaliteit. Daarnaast heeft de provincie een aantal structuren beschreven die bepalend zijn voor de identiteit van het Noord-Hollandse landschap en gemeentegrenzen overschrijden. De provincie wil ontwikkelgericht investeren in deze structuurdragers.

Waarin is het cultuurbeleid van de provincie vastgelegd?

Het cultuurbeleid van de provincie is vastgelegd in de beleidsnota Cultuur in Ontwikkeling 2017-2020. Eén van de speerpunten binnen het cultuurbeleid van de provincie is de omgang met de transformatie van het cultuurlandschap. Met de ontwikkelgerichte Leidraad Landschap en Cultuurhistorie als basis moet cultuurhistorie het uitgangspunt vormen bij nieuwe ontwikkelingen in dat transformerende cultuurlandschap.

Door wie wordt de Provincie ondersteunt bij haar landschappelijke beleid?

De provincie wordt in haar werk bijgestaan door de Provinciaal Adviseur Ruimtelijke Kwaliteit (PARK) en de Adviescommissie Ruimtelijke Ordening (ARO). Daarnaast heeft de provincie een erfgoedloket in de vorm van het Steunpunt Monumenten en Archeologie om gemeenten te ondersteunen bij onder meer hun landschapsbeleid.

Waar vind ik meer informatie over landschapssubsidies?

Archeologie

Welke stappen doorloopt een archeologisch onderzoek?

In het bestemmingsplan is aangegeven in welke gevallen een archeologisch onderzoek vereist is. Een archeologisch onderzoek begint doorgaans met een bureauonderzoek. Hierin wordt geschreven wat de archeologische verwachting is van een gebied: welke soorten vindplaatsen, hoe diep deze verwacht worden en of de bouwplannen deze resten onevenredig verstoren. Als een vergunning wordt aanvraagt moet dit bureauonderzoek worden meegeleverd aan de gemeente. De gemeente besluit of een vervolgonderzoek nodig is. Dit is dan meestal een booronderzoek of een proefsleuvenonderzoek. Uit dit onderzoek moet blijken wat de archeologische waarde is van het terrein en of er maatregelen moeten worden genomen om de archeologische waarden te beschermen. Het onderzoek (rapport) waarin de waarde van de vindplaats is vastgesteld is indieningsvereiste bij de vergunning. Opnieuw besluit de gemeente (of een andere vergunningverlenende overheid) wat de vervolgstappen zijn, verder onderzoek of andere maatregelen.

De gemeente kan dan een vergunning verlenen onder de voorwaarde dat er verder archeologisch onderzoek wordt gedaan of dat er maatregelen worden genomen om de archeologische resten in de bodem te bewaren.

Welke kosten komen er kijken bij een archeologisch onderzoek?

De kosten voor het archeologisch onderzoek worden in principe voldaan door de initiatiefnemer, dus degene die de bodem wil verstoren voor bijvoorbeeld de bouw van een huis. Het archeologisch onderzoek verloopt stapsgewijs. Hoe meer onderzoek nodig is, hoe hoger de kosten worden. Het kan daarom opportuun zijn om in plaats van een vindplaats te laten opgraven, maatregelen te nemen voor behoud in de bodem. Dit is ook het uitgangspunt van het landelijk archeologiebeleid.

Hoe werkt het archeologisch proces bij rioolaanleg?

Dit is afhankelijk van de gemeente en afhankelijk van de diepte van het riool. Wat gecontroleerd moet worden is bestemmingsplan en beleidskaart archeologie. Hieruit moet je kunnen constateren wat de verstoringsdiepte en voorschriften voor bodemingrepen waarvoor een vergunning is vereist. Het is vooral van belang om te controleren of er een nieuwe bodemverstoring optreedt, of dat het nieuwe riool geheel in een bestaande sleuf gelegd wordt. Het archeologisch veldwerk is altijd maatwerk. Vooral bij rioolvervanging zijn de omstandigheden om onderzoek te doen vaak lastig: de sleuf is krap en diep en vaak wordt er gelijktijdig het civiele werk uitgevoerd. Een goede planning en overleg is dus noodzakelijk.

Wat zijn de bevoegdheden van een senior KNA-prospector?

Gecertificeerde bedrijven of actoren dienen te handelen volgens de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA). In de KNA staat heel duidelijk omschreven wat een senior-prospector mag doen: zoals bijvoorbeeld het uitvoeren en/of controleren van bureauonderzoek en booronderzoek, maar ook het opstellen van programma’s van aanpak (PvA). De certificering staat genoemd in de erfgoedwet.

Hoe zit het met de regels voor metaaldetectie in de erfgoedwet?

Metaaldetectie is in de nieuwe erfgoedwet niet meer verboden. Er zijn echter wel voorwaarden. Zo mag je op een archeologisch monument bijvoorbeeld niet ‘piepen’, en natuurlijk ook niet op een terrein waar een opgraving bezig is. Sinds de invoering van de erfgoedwet is het nu officieel toegestaan tot in de bouwvoor te piepen, dus 30 cm onder maaiveld, daarnaast moet je altijd toestemming vragen van de grondeigenaar. Let op, in een aantal gemeenten is een metaaldetectieverbod in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) opgenomen, of geldt voor bepaalde gebieden een metaaldetectieverbod.  Indien dieper dan 30cm wordt gegraven (ook met een metaaldetector), is een vergunning nodig.


Vraag het aan het loket!

Staat je vraag er niet tussen? We helpen je graag verder met een persoonlijk antwoord.
Aan het loket kunnen gemeenten snel en gemakkelijk vragen stellen aan één van onze adviseurs op het gebied van archeologie, cultuurlandschap en monumenten.