Karrensporen in een hypermoderne woonwijk

De 17de-eeuwse Middenweg vormt de ruggengraat van Heerhugowaard. Als een relict uit een ver verleden steekt de weg diagonaal door de energieneutrale woonwijk Stad van de Zon. Archeologisch onderzoek laat zien hoe de weg zich door de eeuwen heen ontwikkeld heeft.

Tekst: Isabel van Lent | Fotografie: Kenneth Stamp

De Middenweg werd vlak na de drooglegging van de Heerhugowaard aangelegd en fungeerde als regionale verbindingsroute. De lintbebouwing langs de weg, bestaande uit een paar stolpboerderijen, zou zich door de eeuwen heen uitbreiden tot wat nu Heerhugowaard is. Sindsdien is de polder onherkenbaar veranderd, maar de Middenweg bleef. Als beleidsadviseur recreatie, toerisme en erfgoed houdt Gerlof Kloosterman zich namens de gemeente Heerhugowaard bezig met archeologisch onderzoek naar de weg. Dit onderzoek is nodig omdat de Middenweg-Zuid op de schop moet. ‘Het wegdek en de fundering zijn in slechte staat en de populieren hebben hun langste tijd gehad. Als er windkracht 6 opsteekt, moet de weg worden afgesloten vanwege rondvliegende takken’, aldus Kloosterman.

Draagvlak

De Middenweg heeft niet alleen een archeologische, maar ook een landschappelijke waarde. Daar is bij de planvorming rekening mee gehouden. Kloosterman vertelt: ‘De randvoorwaarde van de herprofilering is dat het tracé en het kenmerkende profiel met bomenrijen en sloten gehandhaafd blijft.’ Archeologisch onderzoek is bij dit soort projecten nog steeds geen vanzelfsprekendheid. Kloosterman geeft toe dat er nogal wat bij komt kijken: ‘De weg moet worden afgesloten, bewoners en gebruikers geïnformeerd. Het verkeer moet omgeleid worden en je moet heel voorzichtig te werk gaan: onder de weg liggen veel kabels en leidingen. Als je iets beschadigt, ben je verder van huis. Toch hebben we hier bewust voor gekozen.’ Hij is blij met het draagvlak dat hij binnen de gemeentelijke organisatie heeft. Sinds de toenmalige Cultuurcompagnie in 2009 de gemeentelijke archeologienota opstelde, heeft hij er veel aandacht en energie in gestoken om archeologie bij bestuurders, ambtenaren en de inwoners van Heerhugowaard onder de aandacht te brengen.

Knikkers

Het archeologische veldonderzoek bestaat uit drie proefsleuven op plekken waar van oudsher boerderijen stonden. De derde, meest zuidelijke locatie komt nog aan bod. De resultaten van de eerste twee proefsleuven zijn opzienbarend. Zo zijn in het meest noordelijke onderzoeksgebied karrensporen aangetroffen. Bij de tweede proefsleuf stuitte men op netjes gerangschikte 17de-eeuwse takkenbossen die waarschijnlijk de weg in het natte landschap meer stevigheid moesten geven. Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden wordt gekeken hoe ver de karrensporen en de bundels takkenbossen zich over het tracé uitstrekken. De resultaten worden gedeeld met de inwoners van Heerhugowaard. ‘We proberen om bij elke grote opgraving een open dag te organiseren. Dat was bij de Middenweg heel bijzonder: net toen een groep schoolkinderen kwam kijken, vonden we een aantal 17de-eeuwse knikkers’, lacht Kloosterman.

Sociale structuur

Deze knikkers, takkenbossen, karrensporen en het kenmerkende profiel van de weg helpen om het verhaal van Heerhugowaard te vertellen. Kloosterman schaart het erfgoed in de gemeente ook onder het sociale domein: ‘Als je niet geworteld bent in je omgeving is het lastig om je onderdeel van een sociale structuur of gemeenschap te voelen. Dat vertel ik aan mensen die vinden dat archeologie lastig is, geld kost en niets oplevert. Verhalen uit het verleden versterken het besef van identiteit en leveren zo een belangrijke bijdrage aan het sociale domein van een gemeente.’ Dit wordt beaamd door Ceciel Nyst, archeologisch adviseur bij het Steunpunt Monumenten en Archeologie. Zij komt ook in gemeenten waar het er heel anders aan toegaat: ‘Ik zie zelfs gebeuren dat niemand zich het aanspreekpunt durft te noemen voor het erfgoed binnen de gemeente. Gerlof is dat wel, sterker nog: in Heerhugowaard neemt hij een ambassadeursrol in.’

Hulp van het Steunpunt

Het onderzoek naar erfgoed overschrijdt steeds vaker disciplinaire grenzen. Nyst vertelt: ‘Nu we samenwerken met MOOI Noord-Holland beschikken we over een breder steunpunt dan voorheen, met archeologie én monumenten. Inmiddels heeft MOOI Noord-Holland ook de expertise van een landschapshistoricus in huis.’ Kloosterman vindt dit een goede ontwikkeling: ‘Om het verhaal van een gemeente te vertellen is een multidisciplinaire aanpak nodig. Dat gaat verder dan monumenten, archeologie en landschap. Je hebt bijvoorbeeld ook immaterieel, varend en klinkend erfgoed. We moeten met elkaar proberen om de vraag los te trekken van de discipline.’ Maar er is ook een praktische overweging: ‘Het Steunpunt Monumenten en Archeologie maakt mijn werk er een stuk makkelijker op. Ik kan een gecombineerde vraag neerleggen en de afstemming gebeurt achter de schermen van het Steunpunt. Zo heb ik er geen omkijken meer naar.’