De verdwenen grafzerk van Claes Koter

Ingeklemd tussen een plantsoen, een woonwijk en een forse parkeergarage ligt op een onverwachte locatie in Purmerend een kleine begraafplaats. Op deze idyllische plek zou een 16de-eeuwse grafzerk onder de grond verstopt liggen.

Tekst: Isabel van Lent | Fotografie: Kenneth Stamp

Op de Oude begraafplaats wordt sinds de jaren zestig niet meer begraven. Sindsdien lijkt de tijd hier te hebben stilgestaan, terwijl rondom het kerkhof de stedelijke transformatie van Purmerend doordendert. ‘Deze begraafplaats is het oudste stukje Purmerend, dat nog in originele staat is. Het is een plaats van bezinning, een stilteplek midden in de stad’, vertelt Atie Schenk van de gemeente Purmerend. Zij is beleidsmedewerker en houdt zij zich bezig met de gebouwde monumenten en archeologie in haar gemeente. Als vergunningverlener en subsidieverstrekker raakte ze betrokken bij de restauratie van het hekwerk en de toegangspoort van de Oude begraafplaats, een gemeentelijk monument. Omdat de gemeente ook eigenaar is, werkte ze samen met collega’s aan de restauratie. Schenk: ‘Het hekwerk is letterlijk ondergraven door begroeiing en boomwortels, waardoor barsten in het metselwerk zijn ontstaan. Het is dan ook hoog tijd om een restauratie uit te laten voeren.’

Grafsteen als drempel

Tijdens het voorbereidende bouwhistorische onderzoek werd Schenk benaderd door Vincent Nijenhuis. Schenk: ‘Hij was oud-wethouder en stadshistoricus van Purmerend en is helaas inmiddels overleden. Vlak voor zijn dood was hij bezig om een boek te schrijven over het Sint Ursulaklooster.’ In het kader van dit boek verdiepte Nijenhuis zich in een opgraving die in 2009 had plaatsgevonden op de Koemarkt, waar resten van de fundering van het 14de-eeuwse nonnenklooster met bijbehorende begraafplaats tevoorschijn waren gekomen. Het Sint Ursulaklooster werd aan het begin van de Opstand tegen Spanje (1572) vernietigd. Tijdens zijn archiefonderzoek stuitte Nijenhuis op een tekst waarin melding werd gemaakt van een priesterzerk uit 1535, afkomstig uit het Sint Ursulaklooster. Volgens de tekst zou deze steen, behorend bij het graf van priester Claes Koter, zijn gebruikt om de entree van de in 1664 gestichte Oude begraafplaats van een drempel te voorzien.

Verrassende conclusies

Toen Schenk geattendeerd werd op de mogelijkheid van een archeologische vindplaats onder de entree, liet ze versneld een archeologisch bureauonderzoek uitvoeren. Dit onderzoek presenteert twee verrassende conclusies. In tegenstelling tot eerdere aannames is de kerkhofpoort door de eeuwen heen weliswaar een paar keer opgeknapt, maar nooit volledig vervangen. Hiermee komt de bouwhistorische waarde in een nieuw licht te staan. Tot nu toe werd namelijk aangenomen dat de entree in 1913 volledig zou zijn vernieuwd. De tweede conclusie ligt dan voor de hand: dat het heel goed mogelijk is dat de priesterzerk nog in de bodem ligt, diep verstopt onder eeuwenlange bodemophogingen.

Inmiddels heeft een kleinschalig proefsleuvenonderzoek plaatsgevonden, waarbij geen spoor van de grafsteen is aangetroffen. Na alle hooggespannen verwachtingen is dat natuurlijk een teleurstelling. Anderzijds staat er nu niets meer in de weg om met de restauratie aan te vangen. Schenk: ‘Nu bekend is dat er geen archeologie in het geding komt, kunnen we met de werkzaamheden starten. Het is wel heel spijtig dat Vincent Nijenhuis het archeologische onderzoek niet meer heeft kunnen meemaken. Zijn boek over het Sint Ursulaklooster wordt gelukkig wel afgemaakt en nog in 2017 gepubliceerd.’

Formele en informele gesprekspartners

Schenk bedeelt zichzelf een bescheiden rol toe in het proces. Toch is het opvallend dat de stadshistoricus en de plaatselijke historische vereniging haar feilloos weten te vinden. Daarmee heeft ze een belangrijke rol om ervoor te zorgen dat kennis van lokale specialisten bij belanghebbenden binnen de gemeente terechtkomt. Schenk vertelt: ‘De Vereniging Historisch Purmerend is een zeer relevante bron, zeker bij ruimtelijke ontwikkelingen in de historische binnenstad.’ Deze (amateur)historici zijn niet altijd een formele gesprekspartner, maar in het kader van het te realiseren erfgoedbeleid en de ontwikkelingen omtrent de Omgevingswet wordt gezocht naar manieren om ze bij ruimtelijke processen te betrekken. Schenk: ‘Deze mensen zijn in staat om het verhaal van een locatie te vertellen. Dat is heel waardevol.’ Een andere gesprekspartner was de Erfgoedcommissie van MOOI Noord-Holland, waar men positief op de restauratieplannen reageerde. De werkzaamheden aan de kerkhofpoort zullen naar verwachting deze zomer plaatsvinden.

Het Steunpunt aan het woord

Bij deze Oude begraafplaats komt alles wat met erfgoed te maken heeft samen. Atie Schenk weet als geen ander hoe ze zo’n ingewikkeld proces soepel kan laten verlopen door de verschillende partijen op het juiste moment te betrekken: de stadshistoricus, een archeologisch bureau, de gemeentelijke erfgoedcommissie. Van de ene partij wil ze snel een antwoord op een concrete vraag, met de ander wil ze even sparren.

In dit soort gevallen kan het Steunpunt Monumenten en Archeologie als dat nodig is ook helpen, omdat alle erfgoeddisciplines daarbinnen vertegenwoordigd zijn: archeologie, restauratie, architectuurhistorie, cultuurlandschap, enzovoort. Dorine van Hoogstraten, adviseur cultuurhistorie en ruimtelijke ordening namens het Steunpunt: ‘Maar soms is een proces gewoon al goed zoals het is, zoals in dit geval: de poort van de Oude begraafplaats staat er binnenkort weer mooi bij, klaar voor een rustige toekomst.