P1120873 crop

Archeologie voor gemeenten

“Zo’n 3.000 jaar geleden hakte hier iemand hout en stookte een vuurtje. De prehistorie lijkt even heel dichtbij.”

Ana van der Mark, architectuurhistoricus en coördinator Erfgoedteam – Themabijeenkomst Erfgoedteam, 28 juni 2017

Op welk moment schakelen gemeenten archeologen in, bij bijvoorbeeld de aanleg van een nieuwe wijk? Ik ken de verhalen en vondsten van Leidsche Rijn, maar waar gebeurt dat in mijn eigen werkomgeving? En welke vormen van archeologisch onderzoek zijn er eigenlijk? Met deze vragen in het achterhoofd ging ik naar een bijeenkomst van het Erfgoedteam met als onderwerp archeologie. 

Als spreker was Roel Lauwerier van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed uitgenodigd. De dienst is dit jaar begonnen met het bundelen van de beschikbare informatie en ontwikkelde een aantal producten om gemeenten te ondersteunen bij de archeologische monumentenzorg waaronder een webtool. Een toelichting op deze tool is niet alleen van belang voor de ambtenaren die deze vraag krijgen voorgelegd, maar is ook interessant voor erfgoedadviseurs zoals ik, die zich normaal gesproken alleen bezig houden met het gebouwde erfgoed. De toelichting werd gegeven in het Huis van Hilde te Castricum, waarna een bezoek werd afgelegd aan een archeologische opgraving voor een kijkje in de keuken van het dagelijkse werk van archeologen. We vallen met ons neus in de boter: er is net een heel bijzondere vondst gedaan!

De webtool van de RCE
Om maar met de realiteit te beginnen: 99 procent van de archeologische vondsten bevinden zich onder de grond en slechts één procent is zichtbaar. Voor gemeenten (die de eerste verantwoordelijkheid hebben) is het moeilijk om een effectieve en doelmatige selectie te doen: hoe kun je voorspellen dat op een bepaalde plek archeologie aanwezig is?

Prospectieonderzoek
In Nederland worden jaarlijks honderden zogeheten prospectieonderzoeken gedaan die tot doel hebben om in een zo vroeg mogelijk stadium van de planvorming inzicht te krijgen in de aan- of afwezigheid en waarde van vindplaatsen. Op basis van de resultaten worden keuzes gemaakt over het archeologische erfgoed: in situ behouden, opgraven of vrijgeven. Behoud in situ staat nog steeds voorop, opgraven betekent altijd vernietigen. Wat overblijft zijn de dozen met scherven en de documentatie die het proces heeft vastgelegd, aldus Lauwerier. Prospectieonderzoek is dus noodzakelijk én maatwerk: er bestaat niet één ideale methode om archeologie op te sporen.

Prospectie op maat
Het digitale informatiesysteem Prospectie op maat biedt de gebruiker de mogelijkheid om in een vroeg stadium inzicht te krijgen in de eventuele aanwezigheid van waardevolle vindplaatsen. Door het aanvinken van een aantal keuzemogelijkheden over de verwachte archeologie, krijgt de gebruiker een advies over de meest adequate methode(n) om archeologische vindplaatsen op te sporen en de gespecificeerde archeologische verwachting te toetsen. Bij dit advies worden verwijzingen getoond naar relevante leidraden, richtlijnen en rapporten.

Wel is het zo dat om van dit informatiesysteem gebruik te kunnen maken, specialistische archeologische kennis nodig is, kennis waar de gemiddelde monumentenambtenaar niet over beschikt. Een andere voorwaarde is een gedegen bureauonderzoek met een gespecificeerde archeologische verwachting en een beschrijving van een aantal eigenschappen van de te verwachten vindplaats.

Verstoringsbronnenkaart
Een andere bron van informatie levert de Verstoringsbronnenkaart. De kans op waardevolle archeologie is namelijk in grote mate afhankelijk van de verstoringen die in een gebied hebben plaatsgevonden. Als bekend is dat de bodem volledig omgewoeld of zelfs afgegraven is en de aanwezige archeologie beschadigd of verdwenen is, heeft het weinig zin om op deze plaatsen archeologisch onderzoek uit te voeren. Deze kaart bundelt de beschikbare informatie, laat zien wat de kwaliteit van de informatie is en hoe die kan worden benut. De Verstoringsbronnenkaart wordt gezien als startpunt voor archeologisch (bureau)onderzoek. Ook deze kaart is niet zo eenvoudig te raadplegen. Er is een uitgebreide handleiding die je door het proces heen loodst.

Prospectie op maat en de Verstoringsbronnenkaart zijn te raadplegen via de website www.archeologieinnederland.nl.

Opgraving Zuiderloo
Na deze theoretische en informatieve uiteenzetting was het bezoek aan de opgraving Zuiderloo een bijzondere ervaring. Zuiderloo is een toekomstige woonwijk net buiten de dorpskern van Heillo. De woonwijk wordt gebouwd op een strandwal, waar vanaf de steentijd al gewoond werd. Bij de opgravingen zijn eerder al akkers, waterputten, boerderijen en een grafheuvel ontdekt. De dag vóór ons bezoek werd een bronzen hielbijl gevonden, een voorwerp dat normaal gesproken werd gebruikt als wapen of om hout te bewerken. Vol trots werd het aan ons getoond.

Ik was verbaasd over de haast sierlijke vorm en de perfecte staat waarin hij verkeert. De bijl is ongeveer 20 centimeter, de datering moet nog definitief worden vastgesteld maar ligt rond 1200 voor Christus. Vanwege de puntgave staat wordt gedacht dat het geen gebruiksvoorwerp maar als offer is gebruikt. Het enthousiasme van de betrokken archeologen over deze vondst, die uniek is, is groot. En zo eindigde een ochtend, die met pittige theorie begon, met een vondst die tot de verbeelding sprak: zo’n 3.000 jaar geleden hakte hier iemand hout en stookte een vuurtje. De prehistorie lijkt even heel dichtbij.


Contact
De volgende bijeenkomst van het Erfgoedteam is – na een korte zomerstop, waarin het Steunpunt een rondje langs een aantal gemeenten maakt –  in september. De bijeenkomsten zijn bedoeld voor gemeenten en hebben tot doel om actuele thema’s te agenderen en ambtenaren op weg te helpen bij complexe vraagstukken die vaak terugkeren. Wilt u een thema agenderen of wilt u dat het steunpunt in de zomer naar u toekomt? Neem dan contact op met:
Ana van der Markarchitectuurhistoricus en coördinator Erfgoedteam, via a.vandermark@mooinoord-holland.nl of 06 4642 3312 en 072 520 44 59.